De winstbestemming
Via het Artikel 32 van de Organieke Wet werd een bijzondere regeling uitgewerkt, welke het bestuur in staat moet stellen om ‘de seigneuriage’ van de Nationale Bank van België te onttrekken aan de totale jaarwinsten, en te delen met de gemeenschap.

Net zoals De Nederlandsche Bank en De Deutsche Bundesbank is ook de Nationale Bank van België een volledig geïntegreerd onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Het emissiemonopolie van de bankbiljetten in euro werd toegekend aan de ECB en dat ESCB, en alle NCB’s voeren allemaal samen dezelfde opdrachten “in het algemeen belang” uit.

ALLE financiële risico’s verbonden aan die opdrachten “in het algemeen belang” worden gedragen met de afgescheiden eigen vermogens van die NCB’s, en dus NIET met het vermogen van die gemeenschap (van burgers). Bij de Nationale Bank van België liggen de rechten over zowel dat vermogen als over de winsten, zonder enige beperking, bij de aandeelhouders van de beursgenoteerde naamloze vennootschap. En dus voor de helft bij de private minderheidsaandeelhouders.
Onder normale omstandigheden is het verkregen emissiemonopolie van bankbiljetten een belangrijke bron van inkomsten voor het ESCB: de bankbiljetten zijn immers gratis werkmiddelen (waaraan slechts een beperkt en uitzonderlijk renterisico is verbonden), en de centrale bank heeft als enige de macht om commerciële banken te verplichten tot het aanhouden reserves zonder enige rentevergoeding.
Deze gratis werkmiddelen kunnen dan allemaal rentegevend worden belegd, en genereren op deze manier ‘de seigneuriage’. Het is het ESCB in zijn geheel die de bankbiljetten uitgeeft, en die de rentegevende activa als tegenpost van deze gratis werkmiddelen aanhoudt. En dus ook in zijn geheel die ‘seigneuriage’ verdient, en deze volgens een vastgelegde sleutel verdeelt over alle NCB’s (waaronder de Nationale Bank van België).
Het lijkt redelijk te zijn dat de “Soevereine Belgische Staat” een deel van uitsluitend die ‘seigneuriage’ mag ontvangen, als een tegenprestatie voor het verleende emissiemonopolie. En uitdrukkelijk NIET omdat de NBB “opdrachten in het algemeen belang moet uitvoeren”, en daar bepaalde winsten kan uit realiseren. De winsten – net als de verliezen – uit DIE opdrachten en activiteiten komen immers toe aan hen die het vermogen ter beschikking stellen en ALLE financiële risico’s dragen: aan de aandeelhouders, waaronder voor 50% de Belgische Staat. Er is een werkelijk belangrijk probleem gerezen bij de Nationale Bank van België. Nog maar eens één.


