Immorele goudrovers? De privé minderheidsaandeelhouders van de NBB? (..)
Op de webpagina van De Tijd werd op 11 februari 2012 reeds een tussenstand in het dossier gemaakt. Nog heel veel meer volgde nadien. Enkele citaten hieruit:

‘De privé aandeelhouders van de Nationale Bank zijn eenzijdig en zonder schadevergoeding onteigend’, zegt Paul Huybrechts, voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB). ‘Dat druist in tegen mijn rechtsgevoel’.
Die rechtszaken waren vooral de eerste jaren omstreden’, zegt Erik Bomans van Deminor. ‘Een senator noemde ons immoreel. We werden goudrovers genoemd. Sommige beleggers hadden schrik om mee te doen. Enkele particuliere beleggers zeiden ons dat ze bang waren voor een extra controle van de fiscus. Sommige financiële instellingen lieten weten dat ze een extra controle van de toezichthouder CBFA vreesden.’
ONZE MISSIE
De Belgische Staat mag niet zomaar winsten onteigenen die rechtmatig aan aandeelhouders toekomen
In 1850 werd de naamloze vennootschap de Nationale Bank van België opgericht, uitsluitend en volledig met de inbreng van privé-kapitaal. Het is pas in 1948 dat de Belgische Staat (op een bijzondere wijze) is toegetreden tot het kapitaal. Sedert de oprichting worden de vermogensrechten van de aandeelhouders op ondubbelzinnige wijze bepaald door het Artikel 4 van de Statuten. Elk aandeel geeft recht op een evenredig en gelijk deel in zowel de eigendom van het maatschappelijk vermogen als in de verdeling van de winsten.
De Nationale Bank van België beheert miljarden aan officiële externe reserve-activa en voert binnen het Eurosysteem het monetaire beleid uit. Uit deze beide opdrachten, uitgevoerd in het algemeen belang, vloeien onvermijdelijk belangrijke financiële risico’s en financiële inkomsten voort. Wanneer die financiële risico’s zich effectief materialiseren, dan wordt het logisch bevonden dat de financiële verliezen NIET voor rekening komen van de gemeenschap maar dat zij WEL het vermogen van de NBB — en daarmee de economische positie van haar private aandeelhouders — aantasten. Zoals dit vanaf het boekjaar 2022 het geval is.
Maar geldt deze zelfde logica ook wanneer uit die opdrachten baten ontstaan?
En vooral daarover gaat het NBB-dossier: wie alle risico’s draagt en ook de verliezen absorbeert, kan niet los worden gezien van de vraag wie recht heeft op de gerealiseerde baten.
Die winsten — net als alle financiële verliezen — komen toe aan hen die het vermogen ter beschikking stellen en alle financiële risico’s dragen: aan de aandeelhouders van de beursgenoteerde vennootschap.
Het NBB-dossier: wie draagt alle financiële risico’s, wie ontvangt welke baten?
De Nationale Bank van België bevindt zich in een uitzonderlijke positie. Zij is tegelijk een nationale centrale bank, een integraal onderdeel van het Eurosysteem én een beursgenoteerde vennootschap waarvan de helft van de aandelen in private handen is.
Mijn dossier vertrekt vanuit één fundamentele vaststelling: de NBB voert publieke monetaire opdrachten uit waarvan zij alle financiële risico’s draagt, terwijl over de bestemming van de baten van diezelfde opdrachten een geheel andere redenering wordt gevolgd. En zelfs logisch moet worden bevonden?
Dat probleem manifesteert zich in twee grote vermogensstromen.
1. De goud- en deviezenreserves
De NBB houdt en beheert binnen het Eurosysteem officiële goud- en deviezenreserves. Deze activa staan op haar balans. Waardeschommelingen worden er boekhoudkundig verwerkt en de financiële risico’s van dat reservebeheer kunnen de resultaten en vermogenspositie van de NBB beïnvloeden. Zoals elke volledig in het Eurosysteem geïntegreerde nationale centrale bank moet ook de NBB alle in dit verband dwingende regelgeving, haar opgelegd via het Verdrag en de Richtsnoeren van de Europese Centrale Bank, naleven.
De discussie gaat daarbij NIET over een aanspraak van private aandeelhouders op de goudvoorraad zelf. Wat de Belgische Staat meent WEL te mogen doen?
De wezenlijke vraag ontstaat wanneer tijdens het onafhankelijk beheer van die reserves meerwaarden daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Worden die gerealiseerde resultaten vervolgens inkomsten en vermogen van de NBB, die op dat moment volgens de op haar toepasselijke wettelijke en statutaire regels moeten worden verwerkt? Of kan de Belgische Staat, louter vanuit een beweerd eigendomsrecht op de onderliggende goud- en deviezenvoorraad, stellen dat ook de economische opbrengst ervan buiten het maatschappelijk vermogen van de NBB moet blijven?
Daar verschijnt een eerste fundamentele asymmetrie:
wanneer de NBB alle financiële risico’s en eventuele verliezen van het reservebeheer draagt, op welke actueel geldende juridische grond zouden de gerealiseerde baten van datzelfde beheer dan niet tot haar financiële sfeer behoren?
2. Seigneuriage en monetair inkomen
Een vergelijkbare vraag ontstaat bij de tweede kerntaak van een centrale bank: de uitvoering van het monetaire beleid.
De creatie van centrale-bankgeld genereert potentieel inkomsten — traditioneel aangeduid als seigneuriage en binnen het specifieke rechtskader van het Eurosysteem verwerkt via het stelsel van het monetair inkomen. Zowel ‘de seigneuriage’ als dat ‘monetair inkomen’ zijn Europees geregeld. De nationale centrale banken brengen het volgens de regels van het ESCB samen, waarna het binnen het Eurosysteem wordt herverdeeld.
Ook hier bestaat echter een keerzijde.
De monetaire activa waaruit inkomsten kunnen voortvloeien, brengen eveneens belangrijke financiële risico’s mee. Wanneer het renteklimaat omslaat of monetaire portefeuilles verliezen veroorzaken, kunnen die verliezen uiteindelijk zwaar wegen op de financiële resultaten, de reserves en het eigen vermogen van de nationale centrale bank.
En precies daar keert dezelfde fundamentele vraag terug:
kan men de baten uit een centrale-bankopdracht principieel aan de gemeenschap toewijzen, terwijl alle financiële risico’s en verliezen die uit dezelfde opdracht voortvloeien ten laste komen van het vermogen van de NBB? En daarmee ook de economische positie van haar private aandeelhouders aantasten?
Eén dossier, één fundamentele vraag
Goud- en deviezenbeheer en monetair beleid zijn juridisch verschillende opdrachten. Hun inkomstenstromen mogen daarom niet met elkaar worden vereenzelvigd. Maar vanuit vermogensrechtelijk oogpunt vertonen zij een opvallende gemeenschappelijke structuur:
Wie draagt het financiële risico?
Wie absorbeert het verlies?
Wie heeft recht op welke gerealiseerde baten?
Wanneer verliezen uit de uitvoering van publieke centrale-bankopdrachten het eigen vermogen van de Nationale Bank van België verminderen, terwijl de positieve resultaten van diezelfde of vergelijkbare opdrachten geheel of gedeeltelijk buiten de normale vermogensrechten van de vennootschap en haar aandeelhouders worden geplaatst, ontstaat een fundamentele vraag naar de coherentie van dat stelsel.
En daarover gaat deze strijd.
NIET over een privatisering van het Belgische goud. En ook NIET over een aanspraak van aandeelhouders op de geldschepping van het Eurosysteem.
Maar WEL over de veel fundamentelere vraag of baten, risico’s en verliezen binnen één juridisch en economisch coherent systeem worden behandeld — en of daarbij de wettelijke en statutaire vermogensrechten van de private aandeelhouders van de Nationale Bank van België worden gerespecteerd.

Een ‘sui generis’
Nationale Bank van België
Het bestuur van de beursgenoteerde Nationale Bank van België verantwoordt het gevoerde “beleid” met een wel heel eenvoudig argument:
Als een ‘sui generis centrale bank’ hebben wij een bijzonder rechtskader, waardoor alle regels omtrent transparantie, verantwoording voor het beleid en logische wettelijke informatieverplichtingen niet op de NBB van toepassing zijn. Wij wensen zelfs niet te communiceren omtrent het eigen vermogen en de schulden van de vennootschap.

Een overzicht van de verschillende aangeklaagde feiten.

Na de beschrijving van de feiten en de informatie, wat (niet) volgde …
Er is dus heel wat bijkomende informatie (opgedeeld over de verschillende thema’s) nodig om een juist inzicht te krijgen omtrent alles wat er reeds zo lang zo grondig fout is kunnen verlopen bij onze beursgenoteerde centrale bank. En om te begrijpen wat de echte redenen zijn voor het misbruik van het ‘sui generis-excuus’ (..)
Koekoekskapitalisme
Met Nyrstar als pijnlijk voorbeeld …
Het belang van het naleven van wettelijke informatieverplichtingen, en van een waakzame en onafhankelijke toezichthouder FSMA, die tijdig durft op te treden.
Een meerderheidsaandeelhouder heeft een allesbepalende macht aan de bestuurderstafel (bij NBB zelfs met wetgevende macht), en is tegelijkertijd (als gemeenschap van burgers) ook de belangrijkste klant. Het bestuur leidt miljarden euro’s vermogen af naar de meerderheidsaandeelhouder (als klant?) en verzwakt op die manier de vennootschap. Wanneer financiële risico’s zich effectief manifesteren worden alle financiële buffers weggeslagen, kon Nyrstar moeilijk de kredieten terugbetalen en blijft de NBB achter met een negatieve kapitaalpositie voor miljarden euro’s.
De markt krijgt enkel barslecht en bedrieglijk nieuws te lezen, externe revisoren vervullen hun opdrachten niet, alarmbelprocedures en andere wettelijke informatieverplichtingen worden niet nageleefd, “beurswaakhond” FSMA blijft apathisch (omtrent Nyrstar) en speelt een nog belangrijker rol omtrent NBB. De door minderheidsaandeelhouders aangeklaagde marktmisbruiken blijken geen enkel belang te hebben, blijven zonder enig gevolg. Waardoor de beurskoersen worden herleid tot nagenoeg nul, en de meerderheidsaandeelhouder Trafigura de activa van Nyrstar heeft kunnen verwerven sterk beneden hun waarde.
Het bestuur van de NBB heeft gekozen voor een kapitaalbeleid welke onze Belgische Staat in dezelfde situatie brengt (..)


De belangenconflicten
van de NBB en de toezichthouder FSMA
De Nationale Bank van België, waar onbetwistbaar belangrijke voorbeeldfuncties totaal verloren zijn gegaan.
De centrale bank van ons land, zelf toezichthouder over onze Belgische banken en verzekeraars en die zelfs bepaalt wie er “fit and proper” kan worden bevonden om als bestuurder te worden aangesteld. Met bovendien onze Belgische Staat als meerderheidsaandeelhouder (met wetgevende macht).
De Belgische Staat heeft aan de scheiding van zijn verschillende rollen van beleidsmaker, meerderheidsaandeelhouder en rechtstreeks verantwoordelijke voor het toezicht op onze financiële markten nooit voldoende belang heeft gegeven. Geen effectieve controle, geen enkele transparantie, geen enkele verantwoording, ..
Hoe belangenconflicten van de Directie- en Regentenraad van de Nationale Bank van België hebben geleid tot het belangrijkste financiële schandaal van ons land, en dezelfde belangenconflicten bij de toezichthouder FSMA een Belgisch Wirecard-schandaal mogelijk zal hebben gemaakt. De verontwaardiging bij het Duitse Wirecard was algemeen, dezelfde vraag kwam steeds opnieuw terug: “HOE is dit zover kunnen komen, hoe is het mogelijk dat dit zolang is kunnen evolueren?”.
In een ander schandaal stelde een diensthoofd Economie en Onderzoek van de Nationale Bank van België het (eind 2025): ” Als je niet verantwoordelijk gehouden wil worden voor de financiële situatie, dan is het eerste wat je doet verbergen wat er aan de hand is. “ Bij de Nationale Bank van België weten ze hoe het moet.
De bevoegde minister voor onze nationale centrale bank als instelling is tegelijkertijd de vertegenwoordiger van de Belgische burgers (het algemeen belang, de Belgische Soevereine Staat) en ook de vertegenwoordiger van de Belgische Staat als de 50% meerderheidsaandeelhouder. Deze drie verantwoordelijke functies over een beursgenoteerde vennootschap wordt door de Minister van Financiën gecumuleerd met de verantwoordelijkheid over .. de toezichthouder FSMA !?! Ongetwijfeld only in Belgium …
Geen transparantie willen (of moeten) brengen, geen enkele effectieve controle van om het even welke instantie (toezichthouders, externe revisoren, parlement, media, ..), geen enkele verantwoording moeten geven, .. Enkel ‘een sui generis beleid en rechtskader’ maken het in een dergelijke situatie mogelijk dat het ook bij de Nationale Bank van België zo lang zo ver zal kunnen evolueren hebben. De verontwaardiging en vragen zullen zonder twijfel dezelfde zijn als in Duitsland omtrent Wirecard ..
Hij die elke transparantie en verantwoording weigert heeft NOOIT eerlijke bedoelingen. Zonder transparantie en verantwoording heeft men op de beurs niets te zoeken.
Transparantie, verantwoording, effectieve controle …
Zowel de Nationale Bank van België als de FSMA, beiden toezichthouders, hebben .
— Jaak Van Der Gucht


