Financiële onafhankelijkheid van Nationale Centrale Banken
Het “ concept eigen vermogen ” voor de Europese Centrale Bank en het volledig geïntegreerd stelsel van Nationale Centrale Banken van het ESCB […]

Een studie van De Nederlandsche Bank, als een neutraal en objectief startpunt (..)


Net zoals voor commerciële banken speelt kapitaal ook voor centrale banken een sleutelrol bij het risicobeheer: de kapitaalpositie is het beschikbare eigen vermogen om financiële risico’s en verliezen op te vangen. Eigen vermogen ter beschikking gesteld door de aandeelhouders.
Deze studie is een objectief document welke alle informatie aanreikt met betrekking tot de op deze webpagina behandelde “betwistingen” (het eigen vermogen, de seigneuriage, ..). De Nederlandsche Bank reikt ons nog veel meer aan, we hernemen deze in het hierna volgend onderdeel gewijd aan deze eveneens volledig geïntegreerde Nationale Centrale Bank van het ESCB.
Waarbij ook de “centrale bank der centrale banken” (Bank for International Settlements) een kleine bijdrage levert (..)

De componenten van het eigen vermogen van een centrale bank?

BIS Papers No 71 – The finances of central banks (p 10)
“Kapitaal verwijst naar de middelen welke de eigenaars van de centrale bank onvoorwaardelijk hebben ingebracht”, ofwel bij de oprichting ofwel bij latere herkapitalisaties”.
“Kapitaal is slechts één van de componenten van het eigen vermogen, welke eveneens reserves (niet als dividenden aan de aandeelhouders uitgekeerde winsten), herwaarderingsmeerwaarden (speciale buffers gevormd als resultaat van de stijging in waarde van activa in de boeken van de centrale bank), en provisies voor financiële risico’s.
Componenten van het eigen vermogen zoals bepaald door boekhoudkundige verwerkingsmethodes (..)

BIS Papers No 71 – The finances of central banks (p 28)
“Niet gerealiseerde waardevermeerderingen van activa worden geregistreerd in de balansrubrieken “Herwaarderingsmeerwaarden”.”
“Deze balansposten zijn effectieve componenten van het eigen vermogen. (..)”
“Dat deze herwaarderingsmeerwaarden tot het eigen vermogen moeten worden gerekend is in overeenstemming met het idee dat dergelijke waardevermeerderingen toekomen aan de eigenaars van de vennootschap.“
Eveneens interessante aandachtspunten in deze toch objectieve studie (..)
As shares in most central banks are not for sale, the central bank’s current net asset position is not needed by capital markets as an input for valuing their equity shares. This removes one of the standard arguments for regular financial reporting on the basis of current market values of assets and liabilities.
(BIS Papers No 71 – The finances of central banks (p 7)
Wat meteen ook betekent dat, wanneer de aandelen van een centrale bank WEL noteren op een beurs, het “netto eigen vermogen” voor de financiële markten WEL een belangrijk input is voor de waardering van die aandelen. Waardoor een standaard argument voor regelmatige financiële rapportering niet kan worden weggeveegd.
By balance sheet solvency we mean reported assets exceed reported liabilities, thus providing positive net worth in accounting terms. Positive net worth in accounting terms means that there is positive shareholder equity. (Because central banks rarely have traded shares, there is usually no market value analogue to balance sheet equity.)
(BIS Papers No 71 – The finances of central banks (p 9)
En wanneer de aandelen van een centrale bank WEL genoteerd zijn op de beurs, ..
En in het eigen jaarverslag van de “centrale bank der centrale banken” (over boekjaar 2023)




De passiefbalansrubriek “Herwaarderingsmeerwaarden” als een belangrijke component van de BIS, de centrale bank der centrale banken.
Alles wordt bepaald door de Europese Centrale Bank (ECB) en het Verdrag (..)

Het “geaccumuleerd eigen vermogen van de Europese Centrale Bank”

Het geaccumuleerd eigen vermogen van de Europese Centrale Bank omvat naast de kapitaalpositie ook de met reserves gelijkgestelde voorzieningen voor financiële risico’s, en .. de herwaarderingsrekeningen.
” .. financiële buffers ontstaan door de herwaardering van activa ..”


” Omdat we ons bewust zijn van financiële risico’s, hebben we een deel van deze winsten gebruikt om binnen de wettelijke grenzen financiële buffers op te bouwen zoals algemene voorzieningen en reserves. Daarnaast ontstaan financiële buffers door de herwaardering van een deel van de activa van de centrale banken. Die maken ook deel uit van ons eigen vermogen en dragen bij aan onze financiële soliditeit. “
In de jaarverslagen worden de componenten en de omvang van het eigen vermogen duidelijk benoemd, zowel in de toelichtingen als met grafieken.
Alle Nationale Centrale Banken maken INTEGREREND deel uit van het ESCB (..)
(..) 14.3. De nationale centrale banken maken een integrerend deel uit van het ESCB en handelen in overeenstemming met de richtsnoeren en instructies van de ECB. De Raad van bestuur neemt de nodige maatregelen teneinde te verzekeren dat aan de richtsnoeren en instructies van de ECB wordt voldaan, en eist dat hem alle benodigde informatie wordt verstrekt. (..)
(Statuten van de ECB – Artikel 14 – Nationale Centrale Banken)
(..) 3.1. Overeenkomstig artikel 127, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn de via het ESCB uit te voeren fundamentele taken:
- het bevorderen van een goede werking van het betalingsverkeer.
- het bepalen en ten uitvoer leggen van het monetair beleid van de Unie;
- het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met de bepalingen van artikel 219 van genoemd Verdrag;
- het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves van de lidstaten;
- (Statuten van de ECB – Artikel 3 – Taken)
(..) 16. Overeenkomstig artikel 128, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft de Raad van bestuur het alleenrecht machtiging te geven tot de uitgifte van eurobankbiljetten binnen de Unie. De ECB en de nationale centrale banken mogen bankbiljetten uitgeven. De door de ECB en de nationale centrale banken uitgegeven bankbiljetten zijn de enige bankbiljetten die binnen de Unie de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben. De ECB eerbiedigt zoveel mogelijk de bestaande gebruiken inzake de uitgifte en het ontwerp van bankbiljetten.
(Statuten van de ECB – Artikel 16 – Bankbiljetten)

Dit extract uit het “Eindrapport kapitaalbeleid DNB (12/2023 – pagina 11)” enkel om te wijzen op de diverse financiële risico’s welke ook de centrale banken nemen.
Alle Nationale Centrale Banken voeren allemaal samen, als een volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB, dezelfde opdrachten en taken uit. Zij dragen allen samen alle financiële risico’s verbonden aan die opdrachten en taken, NIET met het vermogen van de gemeenschap doch WEL met het afgescheiden eigen vermogen van de vennootschap. Ingebracht en toebehorend aan de aandeelhouders.
Met alle belang aan de dwingende bepalingen van de Richtsnoeren van de ECB en het Verdrag



De Europese Centrale Bank stelt op dwingende wijze dat activa (en dus ook de goudactiva) uitsluitend op de balans tot uiting mogen worden gebracht wanneer aan ALLE voorwaarden van het Artikel 6 is voldaan, en dus ALLE financiële risico’s en opbrengsten voor rekening komen van het vermogen van “de rapporterende entiteit”. In het Verdrag wordt dit expliciet hernomen: ELK INKOMEN verkregen uit het beheer van de activa (en dus ook – de meerwaarden – van de goudactiva) gaan door de resultatenrekening van de vennootschap (en worden bestemd met respect voor de geldende statutaire bepalingen en wetgeving).
Gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva zijn een versterking van het vermogen van de vennootschap.
De regels inzake de vereiste onafhankelijkheden van een NCB (..)
In het convergentieverslag van de Europese Centrale Bank (van juni 2022) werden alle bepalingen van het Verdrag hernomen waaraan een Nationale Centrale Bank van het ESCB dwingend moet beantwoorden en respecteren.
Financiële onafhankelijkheid (pagina 26 – 29), Onafhankelijkheid van NCB’s (pagina 19 – 25).
En in een “Opinion of the ECB” omtrent (de structuur van het eigendomsrecht over de Banca d’Italia en) het eigendomsrecht over de goudreserve-activa wordt elke eventueel resterende twijfel weggenomen.
(De bepalingen door de ECB hernomen in dit advies worden uitgebreid hernomen en verder toegelicht op een afzonderlijke webpagina omtrent de rechten over het vermogen van de vennootschap belegd in haar goudactiva).
Slechts één onderdeel van deze dwingende regels en bepalingen van het Verdrag (..)

Geheel terecht bevestigt de Nationale Bank van België in haar eigen jaarverslagen wat in elke studie omtrent centrale banken toch wordt gesteld: ook centrale banken staan (net als elke gewone financiële instelling) bloot aan diverse financiële risico’s (zoals markt- en kredietrisico’s en operationele risico’s). En al schermt de NBB er voortdurend mee dat zij “als een centrale bank met een bijzondere kapitaalstructuur niet één-op-één te vergelijken is met met andere centrale banken”, dan is zij zonder enige twijfel ook in dit opzicht volledig vergelijkbaar met de andere nationale centrale banken van het ESCB:
Het beheer van de goud- en deviezenreserves (verplicht tot uiting gebracht op het actief van haar balans), stelt de Bank, net als elke financiële instelling, bloot aan financiële risico’s.
En als gevolg van de dwingende bepalingen omtrent de verantwoording van activa op de balans, zullen ALLE financiële resultaten verbonden aan “het aanhouden en het beheren” van de goud- en deviezenactiva, voor rekening komen van … het eigen vermogen van de centrale bank.
Met de volgende verduidelijking, om de “bijzondere” uitgangspunten van de NBB in vraag te stellen (..)

In haar jaarverslag over het boekjaar 2022 informeert het bestuur van de NBB enerzijds omtrent de verplicht te volgen boekhoudkundige regels inzake de resultaatbepaling, en anderzijds omtrent het feit dat er niet minder dan 324,3 miljoen euro afwaarderingen op de waardepapieren uit haar deviezenvoorraad ten laste van het jaarresultaat (het eigen vermogen) werden gelegd.
Een rentestijging had voor de beleggingen in dollar 1) een forse herwaarderingsminwaarde tot gevolg, welke niet kon worden opgevangen door het beschikbare saldo in de passiefbalansrubriek “12. Herwaarderingsmeerwaarden”, bijgevolg 2) ten laste werd gelegd van het jaarresultaat, en 3) waardoor de gemiddelde kostprijs van die beleggingen werd teruggebracht tot het niveau van deze gedaalde marktkoers.
De zelfde regels zijn van toepassing op de goudactiva van een Nationale Centrale Bank, en dus ook op de goudactiva van de Nationale Bank van België.
En dus stellen zich de logische vragen, tot op vandaag zonder antwoord:
Wanneer koersdalingen van activa, zonder dat deze moeten worden verkocht, de aanleiding kunnen zijn voor afwaarderingen die ten laste worden gelegd van het jaarresultaat (het eigen vermogen), en op die manier tegelijkertijd de historische kostprijs verlagen (en dus – bij koersherstel – de basis voor latere meerwaarden vergroten, welke tot realisatie worden geboekt in de Herwaarderingsmeerwaarden), en deze zelfde regels zijn van toepassing op de goudactiva van de Nationale Bank van België:
Mag men dan verwachten van private minderheidsaandeelhouders dat zij aanvaarden om alle GEREALISEERDE en NIET GEREALISEERDE verliezen (over de beweerde activa van de Belgische Staat) te dragen, op die manier de winstbasis vergroten, maar dat zij als aandeelhouder geen enkel recht zouden hebben op de meerwaarden die tot realisatie geboekt staan in de passiefbalansrubriek “12. Herwaarderingsmeerwaarden”?
Wat de enige reden is voor het bestuur van de Nationale Bank van België om de communicatie te blijven voeren dat “het concept eigen en vreemd vermogen niet van toepassing is op de NBB”? Dat de Nationale Bank van België geen eigen vermogen zou hebben?

Het “eigen vermogen” van een centrale bank bespreken kan ongetwijfeld het beste via de financiële (en andere) communicatie van De Nederlandsche Bank, een eveneens volledig geïntegreerd onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).
Totale transparantie, een waarheidsgetrouwe communicatie, duidelijke wetgeving, .. zijn een goede basis om één en ander correct te duiden.
De communicatie van De Nederlandsche Bank (..)

Wat er tot het eigen vermogen van de nationale centrale bank moet worden gerekend, hoe en bij welke partijen de werkelijke vermogensrechten liggen, wie de financiële risico’s draagt, en dergelijke meer, blijkt overduidelijk reeds uit een greep uit de (regelmatige, uitgebreide, gedetailleerde en – bovenal – publiek gestelde) communicatie zoals deze bij DNB werd gevoerd op het moment dat de financiële risico’s verbonden aan de monetaire programma’s zich daadwerkelijk gingen manifesteren.
We merken op dat De Nederlandsche Bank haar “kapitaalpositie” gelijk stelde aan haar “eigen vermogen”, en pas in haar “Eindrapport bestendiging kapitaalbeleid DNB” (van 4 december 2023) “het eigen vermogen volgens de definitie van de Europese Centrale Bank” overneemt.
De hoeveelheid en de kwaliteit van de informatie spreken voor zich, hier slechts enkele passages waar we de aandacht willen op vestigen:
- ” De voornaamste risico’s die DNB en daarmee de Nederlandse overheid als aandeelhouder van DNB lopen, zijn renterisico’s en kredietrisico’s. DNB loopt deze risico’s op de onderdelen van haar balans, zowel op de onderdelen van haar eigen beleggingsportefeuille als de eerdergenoemde onderdelen van het gezamenlijke monetaire beleid binnen het Eurosysteem. “
- ” De Staat loopt geen directe risico’s op de monetaire programma’s. Wel geldt in het uiterste geval dat er op de Staat, als enig aandeelhouder van DNB, een beroep kan worden gedaan om het kapitaal van DNB aan te vullen. “
- ” In dergelijke scenario’s is DNB genoodzaakt in te teren op de buffers. Als de verliezen verder oplopen, kan een situatie ontstaan waarbij het kapitaal van DNB negatief is. (..) De regels voor de buffers van DNB liggen vast in het kapitaalbeleid dat we in 2019 zijn overeengekomen. Het ministerie van Financiën en DNB hebben in dat kapitaalbeleid gezamenlijk onderschreven dat een adequate kapitaalspositie nodig is met het oog op het waarborgen van de financiële onafhankelijkheid van DNB. “
- ” Hoewel een tijdelijk negatief kapitaal wordt gepermitteerd en werkbaar is, moet op grond van de regels van het Eurosysteem worden vermeden dat hier gedurende langere tijd sprake van is. De mogelijkheden voor DNB om haar buffers aan te vullen zijn momenteel beperkt. In principe vult DNB deze weer aan door toekomstige winsten in te houden. Mocht het tekort echter te groot of de verwachte winsten te laag zijn dan kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn om een solide balans te herstellen. In een uiterst geval kan een kapitaalstorting vanuit de aandeelhouder nodig zijn zoals ook aangegeven in uw jaarlijkse informatiebrief aan de Tweede Kamer over de risico’s van DNB. “
De samenwerking tussen het bestuur van De Nederlandsche Bank en .. haar aandeelhouders (..)

Daar waar de “Algemene Vergadering der aandeelhouders” van de Nationale Bank van België (totaal onnodig) elke bevoegdheid werd ontnomen en niet langer een orgaan van de genoteerde vennootschap uitmaakt, stellen het bestuur van de Nederlandse centrale bank en de aandeelhouder in volledige samenspraak het kapitaalbeleid van de vennootschap op.
De Nationale Bank van België gaat als bovendien beursgenoteerde nationale centrale bank op een totaal andere manier om met haar wettelijke informatieverplichtingen. Zo werd begin 2024 eveneens het kapitaalbeleid gewijzigd, echter zonder enige transparantie en verantwoording voor de (door de meerderheidsaandeelhouder bepaalde) gemaakte beleidskeuzes.
Interessante passages (..)
Ook hier spreken de hoeveelheid en de kwaliteit van de publiek gestelde informatie voor zich, hier slechts enkele passages waar we de aandacht willen op vestigen:
- ” Randvoorwaarden bij alternatieven zijn dat DNB adequaat gekapitaliseerd is en de Staat als aandeelhouder kan beschikken over de gerealiseerde winst op een wijze die past bij een doelmatig begrotingsbeleid. (..) Het kapitaalbeleid gaat over de wijze waarop het bruto resultaat dat DNB boekt wordt gealloceerd aan buffers van DNB (voorziening en reserves) dan wel wordt afgedragen aan de Staat. “
- ” Het kapitaalbeleid dient DNB in staat te stellen om als onafhankelijke centrale bank haar wettelijke taken uit te voeren, gericht op de financiële stabiliteit. Vertrouwen van het publiek in de financiële soliditeit en onafhankelijkheid van DNB is daarbij cruciaal. “
- ” Verantwoording aan de aandeelhouder wordt afgelegd doordat de president verslag doet van het afgelopen boekjaar in de jaarlijkse algemene vergadering waar ook de jaarrekening ter goedkeuring wordt voorgelegd. (..) De vastgestelde jaarrekening behoeft de goedkeuring van de aandeelhouder. (..) De externe accountant is ook aanwezig bij de algemene vergadering en kan zo in gesprek met de aandeelhouder. “
- ” Financiële onafhankelijkheid van een NCB houdt in dat deze autonoom moet kunnen beschikken over voldoende financiële middelen om haar mandaat te vervullen. (..) Het acquis bepaalt daaromtrent het volgende: 1) Een NCB dient te allen tijde over voldoende middelen te beschikken; vermeden moet worden dat gedurende langere tijd het eigen vermogen van een NCB onder het wettelijke vereiste ligt of zelfs negatief is. 2) Indien het kapitaal van een NCB onder het wettelijke vereiste ligt, dan wel zelfs negatief is, dient de betreffende lidstaat de NCB van voldoende kapitaal te voorzien minimaal tot het niveau van het wettelijk vereiste kapitaal en wel binnen een redelijke tijdspanne. (..) Wat financiële voorzieningen of buffers betreft, moeten de NCB’s de vrijheid hebben onafhankelijk financiële voorzieningen te treffen om de reële waarde van het kapitaal en de activa veilig te stellen. Evenmin mogen lidstaten NCB’s hinderen bij de opbouw van hun buffers tot het niveau dat ESCB-leden in staat stelt hun taken uit te oefenen. “
- ” De hoogte van de financiële buffers is een stootkussen om weg te blijven van de situatie dat het eigen vermogen van DNB negatief wordt. “
- ” Onderdeel van de afspraak in 1998 was dat de aandeelhouder een eenmalige afdracht van NLG 5 miljard zou ontvangen, en dat DNB de boekwinsten van de goudverkoop tussen 1999 en 2008 ten gunste van het eigen vermogen zou mogen brengen. “
- ” Omdat de Staat de enige aandeelhouder is, alle belang heeft bij een vertrouwenwekkende centrale bank en verplicht is tot een kapitaalstorting als het eigen vermogen zakt onder het maatschappelijk kapitaal, (..)
- ” De uitputting van de buffers heeft voor DNB geen effect op het uitvoeren van haar operationele werkzaamheden. De continuïteit daarvan is gewaarborgd. Het huidige kapitaalbeleid stelt DNB in staat om de buffers via inhouding van toekomstige winsten op termijn volledig te repareren. Een herkapitalisatie door de overheid is dan op dit moment ook niet aan de orde. “
Speciale aandacht voor de volgende standpunten (..)

In het “Eindrapport kapitaalbeleid DNB” (2018) valt het volgende standpunt te noteren.
De goudvoorraad van DNB wordt buiten beschouwing gelaten voor de bepaling van de opbouw van de juiste financiële buffers via de winstreservering. De goudvoorraad maakt echter onbetwistbaar een onderdeel uit van die financiële buffers, en vervult binnen die eigen financieringsmiddelen de rol van een “ultiem vertrouwensanker”, welke uitsluitend zal worden ingezet in uiterste noodgevallen

In het “Eindrapport kapitaalbeleid DNB” (2023):
Het risico-absorberend vermogen, zonder de herwaarderingsmeerwaarden (..)

De enige reden waarom De Nederlandsche Bank de balansrubriek “Herwaarderingsmeerwaarden” (op goudactiva) NIET in aanmerking worden genomen voor het verliesabsorberende vermogen: het is uitsluitend wanneer de activa op vervaldatum zijn gekomen of worden verkocht, dat de meerwaarden door de winst- en verliesrekening gaan (..)

De ECB maakt in de convergentieverslagen duidelijk dat een “langdurig” netto eigen vermogen (net equity) niet is toegestaan.
Het netto eigen vermogen zijn “de eigen vermogensbestanddelen die DNB als haar buffers aanmerkt”, aangevuld met de herwaarderingsmeerwaarden.
Door de omvangrijke herwaarderingsreserve op goud voldoet het netto eigen vermogen van DNB aan de randvoorwaarde van het Eurosysteem.
Centrale banken en de wraak van goedkoop geld (..)

Een gewezen “senior writer” van De Tijd wijst er in zijn bijdrage op dat “het voor wakkere beleggers niet zo moeilijk is om in te zien dat onze centrale bank niet anders in elkaar zit dan De Nederlandsche Bank” .
Centrale banken, volledig geïntegreerde onderdelen van eenzelfde Europees Stelsel van Centrale Banken, voor wie zonder onderscheid allemaal dezelfde dwingend te respecteren regelgeving geldt, kunnen moeilijk totaal anders in elkaar zitten dan al die andere. Hoogstens kunnen de rechten over het vermogen van de centrale bank verschillen, wat verderop wordt behandeld.
En dus hebben alle (volledig geïntegreerde) Nationale Centrale Banken wel degelijk “een eigen vermogen” (..)

Zowel de Europese Centrale Bank als de belangrijkste nationale centrale banken communiceren op ondubbelzinnige wijze omtrent de omvang en de componenten van hun respectievelijke eigen vermogen. Wanneer de ECB “het eigen vermogen volgens de definitie van de ECB” in aanmerking neemt om de financiële onafhankelijkheid van elke NCB op te volgen (en indien nodig extern noodzakelijk bevonden herkapitalisaties op te leggen), dan geldt voor elke NCB dezelfde optelsom van dezelfde passiefbalansrubrieken. Onvermijdelijk, gezien voor elke NCB dezelfde dwingende regels en bepalingen gelden omtrent de verantwoording van (de officiële externe) activa op de balans.
Ook de Nationale Bank van België is een volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB, en is daardoor onderworpen aan dezelfde dwingende regels. Al stelt zij het zelf dat zij “als een centrale bank met een bijzondere kapitaalstructuur niet één-op-één te vergelijken is met met andere centrale banken”, dan is zij in de feiten natuurlijk wel perfect vergelijkbaar.
En zo zal het ingevoerde Artikel 9bis het niet kunnen beletten dat de miljarden euro’s meerwaarden op de goudvoorraad van de Nationale Bank van België, nu nog geboekt in de passiefbalansrubriek “12. Herwaarderingsmeerwaarden”, bij hun effectieve realisatie (en met respect voor de regels van zowel het Verdrag als van het eigen kapitaalbeleid) ofwel zullen worden geboekt in de passiefbalansrubriek “13.3 Beschikbare reserve” ofwel als een dividend zullen worden uitgekeerd aan alle aandeelhouders van de vennootschap. Gezien de Statuten en de actueel geldende wetgeving: AAN WIE ANDERS ?
Laat ons ook even de Artificiële Intelligentie inschakelen, met de vraag om een modelbalans voor een Nationale Centrale Bank op te maken NA het in omloop brengen van “een digitale euro” (CBDC). Het thema wordt in de nabije toekomst immers hoogstwaarschijnlijk ook realiteit?
Bij het bestuur van de Nationale Bank van België blijkt men nog argwanend aan te kijken tegen het gebruik van Artificiële Intelligentie (al is dit wellicht om totaal andere redenen?). Immers:
Wat voor ChatGPT zo maar duidelijk blijkt te zijn:
- De in omloop te brengen digitale euro wordt ondergebracht in het “Vreemd vermogen” van een Nationale Centrale Bank,
- de balanspost “Herwaarderingsreserves” wordt opgenomen als een component van het “Eigen vermogen” van een NCB.
De reden om “Herwaarderingsreserves” op te nemen onder het “eigen vermogen” zal ChatGPT ongetwijfeld uit elke van de talrijk beschikbare studies hebben gehaald, en is op zich de logica zelve: aan wie anders dan aan de aandeelhouders zou de waardestijging van activa kunnen toekomen? En mocht dit aan een andere partij zijn dan de aandeelhouders van de vennootschap (de Belgische Staat?), mochten de bedragen geboekt in deze balanspost onder het vreemd vermogen (de schulden) moeten worden ondergebracht: stellen er zich dan niet meerdere andere vragen en problemen?
Een verantwoording van ChatGPT omtrent de CBDC: ”
💡 Waarom is dit onderscheid belangrijk? Door digitale euro’s expliciet op te nemen in de passiva als vreemd vermogen, wordt duidelijk dat deze net als bankbiljetten schulden zijn van de centrale bank ten opzichte van de economie. De balans zal in omvang toenemen naarmate de digitale euro meer contant geld vervangt of additioneel wordt uitgegeven. “


En blijft het van belang te weten bij wie de rechten over het vermogen van de centrale bank liggen, en hoe ver die rechten reiken (..)

Er kan enkel een eventuele betwisting worden gevoerd omtrent de uiteindelijke eigendomsrechten over het vermogen welke belegd is in die activa.
Bij elke Nationale Centrale Bank (NCB) van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), en dus ook voor de Nationale Bank van België, kan en mag het niet worden betwist dat ALLE activa, zonder enige uitzondering, de uitsluitende en volkomen eigendom zijn van de rechtspersoon de Nationale Centrale Bank zelf. Elke NCB heeft zijn eigen, van haar aandeelhouders afgescheiden eigen vermogen, en dit vermogen is dus belegd in de eigen activa. De regels van de Richtsnoeren om activa op de balans te verantwoorden zijn overduidelijk, de bepalingen van het Verdrag evenzeer.
Daarnaast werden (krachtens de Statuten met ingang van 1 juni 1998) zowel de Europese Centrale Bank (ECB) als het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) opgericht. De ECB werd opgericht als de kern van het Eurosysteem en het ESCB, en de ECB en de nationale centrale banken verrichten samen de taken die aan hen zijn toevertrouwd. De NCB’s zijn de enige aandeelhouders van de ECB, en hebben bij de oprichting een deel van hun eigen officiële externe reserve-activa in de rechtspersoon ECB ingebracht. Deze inbrengen van activa in de ECB zijn te beschouwen als een doelvermogen.
De eigendomsrechten over de activa, het door niets beperkte beschikkingsrecht over deze activa kunnen dus nooit worden betwist noch in twijfel worden getrokken. En ALLE financiële risico’s en resultaten zijn toe te rekenen tot het vermogen van de NCB zelf. Deze eigendomsrechten liggen dus uitsluitend bij de centrale bank zelf. Uitspraken (of andere bepalingen) dat officiële externe activa “eigenlijk de eigendom zijn” van een andere rechtspersoon (zoals van een Belgische Staat) zijn zonder enige grond.
Slechts twee voorbeelden van centrale banken waarbij de rechten Statutair beperkt werden (..)

Banca d’Italia (Artikel 3 van de Statuten)
Het eigendomsrecht is beperkt tot het kapitaal van de vennootschap, en een dividend van maximaal 6% van dat kapitaal.

SNB – Artikel 31: Winstuitkering
Een dividend van maximaal 6% van het maatschappelijk kapitaal zal betaald worden vanuit de nettowinst.
SNB – Artikel 32: Vereffening
De naamloze vennootschap Swiss National Bank kan enkel via een federale wet worden vereffend. Deze wet zal ook de vereffeningsprocedure regelen.
In het geval van een vereffening van de SNB zullen de aandeelhouders de nominale waarde van hun aandelen ontvangen alsook een redelijke interest voor de periode dat de vereffening effectief werd.
De aandeelhouders zullen GEEN BIJKOMENDE RECHTEN hebben op de activa van de National Bank. Alle resterende tegoeden zullen de eigendom worden van de nieuwe centrale bank.
De Statuten van een vennootschap (de wet) bepalen de rechten over het vermogen en de winsten (..)
De Statuten van de Nationale Bank van België, zonder enige beperking omtrent de rechten over het vermogen en de jaarwinsten (..)

Nationale Bank van België (Artikel 11 van de Statuten)
De ontbinding kan niet plaatshebben dan bij Wet.
Nationale Bank van België (Artikel 7 van de Statuten)
De aandeelhouders, hun erfgenamen of hun schuldeisers mogen noch de zegels doen leggen op de goederen en waarden van de Bank, noch de verdeling of de veiling vragen, noch zich in haar beheer mengen. Voor de uitoefening van hun rechten moeten zij zich houden aan de inventarissen der vennootschap en aan de besluiten van de algemene vergadering.
Nationale Bank van België (Artikel 4 van de Statuten)
Elk aandeel geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten.
Arrest van het Hof van Beroep van 28 oktober 2019
De Nationale Bank van België bevestigt in haar syntheseconclusie dat zij onderworpen is aan de verplichting van financiële rapportering volgens de vereiste van het getrouw beeld bepaald in Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.
En dus gaan de aandeelhouders van de Nationale Bank van België ervan uit dat de balans en jaarrekening voldoen minstens aan de dwingende bepalingen zoals opgenomen in de Richtsnoeren van de ECB, en dat beiden samen inderdaad het (wettelijk gewaarborgde) waarheidsgetrouwe beeld van het vermogen weergeven. Zoals de Statuten dit bepalen houden zij zich voor de uitoefening van hun rechten aan deze inventaris van de vennootschap, en aan de bepalingen zoals deze in het Artikel 4 van de Statuten zijn vastgelegd.


