Communicatie en marktmisbruiken
De Nationale Bank van België is als volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB verplicht alle dwingende regels van de ECB en het Verdrag na te leven. Transparantie, verantwoording en het beantwoorden aan alle evidente en wettelijke informatieverplichtingen zou alle aangeklaagde problemen als vanzelf oplossen (..)

EEN SYNTHESE
van de aangeklaagde feiten, vooraf duidelijk gesteld.
Het bestuur van de NBB vertelt consequent een totaal ander verhaal dan wat zij in werkelijkheid verplicht zal moeten uitvoeren. Zowel wat betreft de verdeling van haar ‘seigneuriage’, maar absoluut ook wanneer zij het moet hebben over de goudactiva welke zij op haar balans tot uiting brengt. Tot zolang de vragen omtrent bepaalde transacties als “hypothetisch” kunnen blijven beschouwd, kan de Directieraad elke transparantie blijven weigeren en … stelt er zich geen enkel probleem?
De communicatie van de beursgenoteerde Nationale Bank van België heeft niets van doen met de verplicht te volgen regelgeving

Februari 2025 laat de woordvoerder van de Nationale Bank van België in de populaire media noteren dat onze centrale bank de goudactiva, ” bezit van de Belgische Staat “, enkel maar bewaart en beheert voor rekening van die Belgische Staat. Elke beslissing tot aan- en verkoop van deze goudactiva zou uitsluitend de Belgische regering toekomen.
Deze communicatie is helemaal in overeenstemming met de sedert 2002 gevoerde communicatie, en met de bepalingen van het Artikel 9bis van de Organieke Wet: de goud- en deviezenreserves die de genoteerde vennootschap op het actief van haar balans tot uiting brengt, zijn “de officiële externe reserve-activa van de Belgische Staat”, en gerealiseerde meerwaarden zouden uitsluitend de Belgische gemeenschap toekomen.
De Nationale Bank van België is een volledig geïntegreerd onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), en moet de verplicht te volgen regelgeving zoals de Europese Centrale Bank (ECB) deze heeft vastgelegd in haar Richtsnoeren en convergentieverslagen nauwgezet naleven. Die dwingende regelgeving legt de NBB onder andere het volgende op:
Uitsluitend een onafhankelijke Directieraad beslist over aan- en verkopen!
Het is uitsluitend de Directieraad van de NBB die in alle onafhankelijkheid kan beslissen over de aan- en verkopen van de goudactiva welke zij op het actief van de balans van de vennootschap tot uiting brengt.
Het is een regering ten strengste verboden de beslissingsorganen van een nationale centrale bank te beïnvloeden in het beheer van de goud- en deviezenactiva.
Een beperking tot “bewaren en beheren” wordt door de ECB NIET aanvaard!
De ECB beklemtoont in haar convergentieverslagen dat “uitsluitend als een depositaris van de goudactiva optreden” (de bewaring en administratie van activa) zou kunnen worden beschouwd als EEN ONVERENIGBARE BEPERKING (met de artikels van het Verdrag), of zelfs als een uitsluiting van de macht en bevoegdheden om in alle autonome onafhankelijkheid de officiële reserve-activa te beheren.
Goud- en deviezenactiva moeten verplicht op de balans van de NCB tot uiting worden gebracht!
Het onafhankelijk aanhouden en beheren van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudactiva) betekent ook uitdrukkelijk dat die goud- en deviezenactiva op het actief van de balans van de Nationale Centrale Bank moeten tot uiting worden gebracht.
De goudactiva kunnen niet op het actief van een Nationale Bank worden gebracht en verantwoord, wanneer er niet AAN ALLE dwingende voorwaarden van het Richtsnoer wordt voldaan.
Van belang hierbij: ALLE financiële risico’s en ALLE financiële resultaten (kosten, verliezen, afwaarderingen, interesten, MEERWAARDEN) moeten toe te rekenen zijn tot het eigen vermogen (de kapitaalpositie) van de Nationale Centrale Bank.

Te realiseren meerwaarden over de goudactiva blijven (ook na een verkoop) dus tot het eigen vermogen van de Nationale Bank van België behoren
Het absolute belang van de regelgeving omtrent de financiële onafhankelijkheid van een Nationale Centrale Bank. In overeenstemming met het Artikel 130 van het Verdrag omtrent de financiële onafhankelijkheid van een Nationale Centrale Bank,
kan en mag ELK inkomen welke aan een Nationale Centrale Bank toevalt als resultaat van het autonome en onafhankelijke beheer van de goudactiva en deviezenvoorraad, alleen dan aan de aandeelhouders worden uitgekeerd 1) middels het normale proces voor de bestemming van winsten (zoals deze in de relevante wettelijke en statutaire regels werden bepaald), en VOORAL 2) nadat er een toereikend niveau van financiële buffers werd gevormd welke de financieel onafhankelijke werking van de NCB zal waarborgen.
Ofwel: gerealiseerde meerwaarden op goudactiva MOETEN door de resultatenrekening van de NBB gaan, middels het normale proces voor winstbestemming en met respect voor de actueel geldende wettelijke en statutaire bepalingen worden bestemd, en kunnen pas als een dividend worden uitgekeerd wanneer er voldoende financiële buffers zijn opgebouwd om de financiële onafhankelijkheid van de NBB te waarborgen.
Statuten, actuele wetgeving m.b.t. goudactiva en .. de financiële onafhankelijkheid waarborgen
Artikel 30 van de Organieke Wet betreffende de NBB, a contrario samengelezen met artikel 32 van die Wet, houdt in dat wanneer de NBB meerwaarden realiseert over de goudactiva op elke andere manier dan via een arbitrage naar andere componenten van haar officiële externe reserves, deze meerwaarden worden bestemd en verdeeld als een deel van alle andere jaarlijkse winsten. Geen enkele geldende wettelijke of statutaire bepaling legt een andere bestemming op. En terecht, gezien deze winsten exclusief behoren tot het vermogen van de NBB waarin de aandeelhouders participeren in verhouding tot hun respectieve aandeel in het kapitaal. Zij worden verdeeld volgens hetgeen bepaald in artikel 32 van de Organieke Wet en met inachtname van Artikel 4 van de statuten van de NBB.
De Artikels 9bis, 30 en 37 zijn de enige actueel geldende wettelijke of statutaire bepalingen met betrekking tot de goudactiva van de NBB.
Daarnaast zal de financiële onafhankelijkheid van de Nationale Bank van België pas gewaarborgd zijn nadat de winstgevendheid is teruggekeerd, als een voorwaarde om eerst een miljarden euro’s negatieve kapitaalpositie weg te kunnen werken, en daarna de financiële buffers opnieuw tot het berekende minimumniveau (5,2 miljard euro) en zelfs het gewenste niveau (10,5 miljard euro) te herstellen.
De werkelijke juridische eigendomsrechten over de goudactiva even geparkeerd: een struisvogelpolitiek zonder risico’s noch problemen?
In overeenstemming met het Artikel 130 van het Verdrag zal ” ELK inkomen welke aan de Nationale Bank van België zal toevallen als resultaat van het autonome en onafhankelijke beheer van de goud- en deviezenactiva “, en dus ook de meerwaarden gerealiseerd op de goudactiva, enkel kunnen worden uitgekeerd 1) middels het normale proces voor de bestemming van de jaarwinsten, 2) met respect voor de geldende statutaire bepalingen, maar vooral: 3) NADAT alle financiële verliezen werden weggewerkt EN de financiële buffers werden hersteld tot het minimum- en zelfs het gewenste niveau.
Per balansdatum 31 december 2024 zou een (onzekere) terug te keren winstgevendheid eerst zo’n 15 miljard euro winsten moeten opleveren, vooraleer de Directieraad ook maar enige uitkering van “inkomen uit het beheer van de goudactiva” KAN beslissen. Weze het aan de Belgische Staat ofwel (met respect voor de statutaire bepalingen) aan de aandeelhouders van de vennootschap.

Elke meerwaarde gerealiseerd op de goudactiva, in een boekjaar waarin de financiële onafhankelijkheid van de NBB nog niet is gewaarborgd, dus vooraleer de financiële reserves opnieuw meer dan 10 miljard euro zullen bedragen, zal de Directieraad deze meerwaarde als een onderdeel van de globale jaarwinsten VERPLICHT MOETEN bestemmen naar het eigen vermogen van de vennootschap. Eerst door een tegenboeking van de overgedragen verliezen, daarna naar de passiefbalanspost “13.3 Beschikbare reserve”.
Welk problemen zullen er zich dan ongetwijfeld wel stellen?
Meerwaarden op de goudactiva van de Belgische Staat, waarover (volgens de communicatie) de private minderheidsaandeelhouders geen enkel recht kunnen laten op gelden, worden dan verplicht bestemd naar het vermogen van de vennootschap? Een vermogen waarover de statutaire rechten voor 50 % bij die private aandeelhouders liggen?
Die privé beleggers werden jarenlang afgeschilderd als “de goudrovers van de NBB”, en die gaan nu effectief lopen met miljarden euro’s die (zoals wettelijk bepaald) eigenlijk aan de gemeenschap toekomen? WAT indien burgers (zich baserend op het Artikel 9bis en de gevoerde communicatie) de bestemming van de meerwaarden naar de reserves van de NBB juridisch aanvechten? Of, wat zal de houding zijn van alle kleine beleggers die, afgaande op de gevoerde communicatie, hun aandelen hebben verkocht tegen een waardering resultaat van de informatie dat meerwaarden op goudactiva NOOIT tot het vermogen van de vennootschap zouden toekomen?
De Directieraad van de Nationale Bank van België heeft ” het al dan niet realiseren van meerwaarden op haar goudactiva ” niet helemaal zelf in de hand. De gevoerde struisvogelpolitiek zal onvermijdelijk blijken de strategisch slechtste uitweg te zijn!
De Directieraad en de meerderheidsaandeelhouder proberen met bedrieglijke communicatie “een onmogelijke redding van de NBB” (..)


Professor Rudy Aernoudt is professor Economie aan onder meer de UGent, ere-secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaanderen, en is momenteel kabinetchef van G-L Bouchez (partijvoorzitter van MR).
Dit opiniestuk vanwege een professor economie spreekt werkelijk voor zich, het volstaat dus de aandacht te vestigen op slechts enkele standpunten:
- “Eind 2023, door de overgedragen verliezen, bedroeg het eigen vermogen, herwaarderingsrekening inbegrepen, 20,5 miljard euro op een balanstotaal van 286,5 miljard euro.”
- “De eigenaardigheid is dat de goudreserves weliswaar op de balans staan van de Nationale Bank en worden geherwaardeerd, maar dat ze niet tot de activa van de bank behoren. (..) Iets staat dus op het actief van een balans, wordt regelmatig geherwaardeerd op het passief, maar behoort niet tot het vermogen van het bedrijf. Ik heb dat aan mijn studenten proberen uit te leggen, maar ben daar niet in geslaagd. ”
- “(..) en de toenmalige voorzitter van de ECB, Mario Draghi, vroeg de regering de onafhankelijkheid van de Banca d’Italia volledig te respecteren en ze niet te zien als loutere depositohouder van de goudvoorraden. De verkoop werd afgeblazen. Naar analogie ontkracht dat de stelling van de Nationale Bank dat het goud haar niet toebehoort.“
- “Het waarschijnlijkste scenario is evenwel dat men niets doet zolang het orkest speelt, en dat de belastingbetaler uiteindelijk het gelag betaalt.”
Bij het lezen van dit opiniestuk bleef bij mij de vraag (onbeantwoord) hangen:
Datgene wat de professor aan zijn studenten Economie aan de universiteit NIET uitgelegd kreeg, op welke manier hebben de gouverneur en de Directieraad dit aan de ECB, aan de toezichthouder FSMA, hun collega’s centraal bankiers en onze gespecialiseerde media WEL uitgelegd en aanvaardbaar gekregen?

De communicatie van de NBB zal ongetwijfeld zoveel moeilijker worden wanneer de Directieraad aan de burgers zal moeten uitleggen waarom de miljarden euro’s meerwaarden op de goudactiva – zoals beweerd eigendom van de gemeenschap – door de ECB verplicht moeten worden geboekt in het vermogen van de centrale bank. Een vermogen welke toekomt aan “de beweerde goudrovers” …
Passages uit twee artikels uit De Tijd, om even over na te denken (..)
“Twintig jaar strijd rond de krasse knar van de Brusselse beurs”
(De Tijd van 12 februari 2022)

De verwijzing naar de Organieke Wet (Artikel 9bis) dat 1) de NBB de officiële externe reserves van de Belgische Staat “aanhoudt en beheert”, 2) het wordt betwist dat de (private) aandeelhouders rechten kunnen laten gelden op de meerwaarden over de goudactiva, en 3) de vennootschap NBB niet kan worden vergeleken met andere genoteerde vennootschappen.
“Centrale banken en de wraak van goedkoop geld”
(De Tijd van 9 december 2022)

” (..), is de Nationale Bank van België nog altijd beursgenoteerd. Voor een wakkere belegger is het dan ook niet moeilijk om in te zien dat onze centrale bank NIET ANDERS in elkaar zit dan De Nederlandsche Bank. ”
Net zoals elke andere genoteerde vennootschap horen het vermogen en de winsten van de vennootschap toe aan de aandeelhouders. Ook de Nationale Bank van België wijst in haar jaarverslag op de gevolgen van de dwingende verplichtingen en regelgeving vanwege de Europese Centrale Bank, dat alle financiële risico’s en resultaten voor rekening van het eigen vermogen van de vennootschap moeten komen. Net zoals dit het geval is voor alle geleden verliezen (welke het vermogen van de NBB – en haar aandeelhouders – volledig hebben weggeslagen), is dit anders dan in de communicatie maar in de feiten onvermijdelijk ook zo.
Net zoals bij elke gewone genoteerde vennootschap, net zoals bij elke andere Nationale Centrale Bank (waarvan de DNB er slechts één is). Elke wakkere belegger heeft de communicatie van DNB, Deutsche Bundesbank en ECB ook gevolgd, en weet dus ondertussen op welke manier zij communiceren omtrent de goudmeerwaarden als een belangrijke component van hun eigen vermogen. Zij die uitsluitend de bedrieglijke communicatie van het bestuur van de NBB volgen echter ..
Mocht de Nationale Bank van België dan al helemaal verschillend zijn van een gewone genoteerde vennootschap (quod non), dan is zij ontegensprekelijk perfect te vergelijken met de andere Nationale Centrale Banken (net als de NBB volledig geïntegreerd in het ESCB). Ook daardoor blijft er dan heel weinig ruimte voor enige betwisting.

De communicatie (vanwege het bestuur van de NBB)
Een recent initiatief vanwege de meerderheidsaandeelhouder illustreert alles (..)



Enkele punten van belang in deze communicatie: 1) de journalist citeert de woordvoerder van een beursgenoteerde vennootschap, 2) het is “de Belgische Staat die 227 ton goud bezit“, 3) “de beslissingen tot eventuele aan- en verkopen liggen uitsluitend en volledig bij de overheid“, 4) “de Nationale Bank van België heeft als enige taak de goudvoorraad te bewaren“.
Het Artikel 9bis van de Organieke Wet werd (in 2002) ingevoerd, “om rechtszekerheid te bieden”


De evolutie van de verbonden Toelichtingen in de jaarverslagen, sedert oprichting van de vennootschap (in 2002) fundamenteel gewijzigd (..)
De meerderheidsaandeelhouder de Belgische Staat heeft zijn wetgevende macht dus gebruikt om de goud- en deviezenvoorraden van de Nationale Bank van België bij wet tot “de officiële externe reserve-activa van de Belgische Staat” te maken, die de centrale bank enkel maar “als een doelvermogen aanhoudt en beheert”. Zoals de woordvoerder dit begin 2025 ook communiceert, via de populaire media (..)
En dus publiceert de Nationale Bank van België ook op haar balans (..)

Ondanks de dwingend te respecteren “Uitgangspunten inzake de financiële administratie” (het Artikel 4 “Verantwoording van activa en passiva”) van het Richtsnoer van de Europese Centrale Bank, brengen de beslissingsorganen van de Nationale Bank van België tot op vandaag “de goud- en deviezenactiva van de Belgische Staat” tot uiting op de balans van de NCB.
Met de communicatie erbovenop dat meerwaarden, gerealiseerd op de goudactiva, niet aan de vennootschap en haar aandeelhouders zouden toekomen, doch wel aan de gemeenschap (aan de Belgische Soevereine Staat).
Met een simpele pennentrek horen de externe reserves (en hun opbrengsten?) toe aan de gemeenschap

In het bijgaande persbericht wordt het allemaal “wat minder expliciet” gesteld dan op de webpagina, wat “dichter bij de waarheid”? Wellicht omdat er aan officiële persberichten juridisch meer gewicht kan worden gegeven?
De meerwaarden gerealiseerd over goudactiva, beheerd voor rekening van en toebehorend aan de hele Belgische gemeenschap, die horen dus uitsluitend aan die gemeenschap te worden uitgekeerd. Tot op vandaag blijft dit het standpunt … echter uitsluitend in de communicatie.
“De officiële externe reserve-activa worden door de NBB aangehouden en beheerd voor rekening van de Belgische economie, ze behoren toe aan de hele gemeenschap (de Belgische Soevereine Staat) en NIET alleen aan de aandeelhouders van de Nationale Bank van België”.
Een vonnis van het Hof van Beroep (9 maart 2007), en de Bank heeft ook een standpunt


Het Hof van Beroep heeft bevestigd dat 1) de aandeelhouders van de NBB geen enkel recht kunnen laten gelden op de meerwaarden die de NBB realiseert op de verkopen van haar goudactiva, en 2) de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudactiva) van de Belgische Staat zijn (en door de NBB enkel maar worden aangehouden en beheerd).
Niet gerealiseerde (herwaarderings)meerwaarden horen NIET tot het eigen vermogen van de NBB (..)

Volgens ChatGPT wordt de passiefbalanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” WEL tot het eigen vermogen van een Nationale Centrale Bank gerekend. Wellicht omdat het afgaat op de werkelijke en officiële informatie en documentatie (het Verdrag, adviezen en verslagen van de ECB en zovele andere autoriteiten meer)?
(2019) “De voorkeur om concepten eigen en vreemd vermogen niet te gebruiken”

” Het bestuur van de Nationale Bank van België wenst in de toekomst niet langer over het vermogen van de centrale bank te spreken in termen van eigen vermogen en schulden van de vennootschap “.
Directeur Tim Hermans,
op de algemene vergadering der aandeelhouders van 20 mei 2019
Het gewenste ‘sui generis’ beleid van een beursgenoteerde nationale centrale bank zou dan inhouden dat het bestuur geen inzicht moet geven in het eigen vermogen van de vennootschap, er dan ook niet aan wettelijke informatieverplichtingen moet worden beantwoord, er geen procedures voor een eventueel extern opgelegde herkapitalisatie van de vennootschap moeten worden uitgewerkt, er geen “eigen vermogen volgens de definitie van de ECB” moet worden overgenomen. Er bestaat ook een reden waarom men het gebruik van het Artikel 37 uit de weg gaat.
Dit alles om toch maar niet de historische fout van 2002 te moeten erkennen. En dus mag men blijven bedriegen?
De reden ook om meerdere wettelijke informatieverplichtingen naast zich te leggen

Wanneer de ECB en de Nationale Centrale Banken vanaf het boekjaar 2022 enorme financiële verliezen gaan realiseren, welke zich nog verder zullen uitdiepen en zullen resulteren in negatieve kapitaalposities voor meerdere miljarden euro’s, brengt De Nederlandsche Bank een “Eindrapport kapitaalbeleid van DNB” uit.
Het bestuur verantwoordt aan de Nederlandse bevolking (de aandeelhouders van DNB) dat een aanpassing van het kapitaalbeleid en een onmiddellijke herkapitalisatie NIET nodig noch aangewezen is om de continuïteit te verzekeren. Bij de NBB werd het kapitaalbeleid (op 27 maart 2024) WEL aangepast, om het in overeenstemming te brengen ook met de regels zoals bepaald in het convergentieverslag van de ECB. Een aanpassing van het kapitaalbeleid echter zonder enige informatie noch verantwoording. En met enorm zware (financiële) gevolgen voor de vennootschap, voor de burgers maar vooral voor de private aandeelhouders.
De beslissingsorganen van de Nationale Bank van België trachten op elke mogelijke manier, en ten koste van alles, te vermijden dat er moet worden gecommuniceerd omtrent (de omvang en de componenten van) het eigen vermogen van de vennootschap. Een dergelijk doorgerekend en gedetailleerd “Eindrapport kapitaalbeleid van de NBB”, waarin men 1) moet verantwoorden dat het “net equity” al dan niet zou voldoen aan de verplichtingen van de ECB (“het eigen vermogen volgens de definitie van de ECB” moet positief blijven) en 2) een onmiddellijke herkapitalisatie van de vennootschap geen financiële voordelen kan hebben, past echt niet in “het sui generis strategisch plan” van de meerderheidsaandeelhouder.
De externe revisor wijst op wettelijke verantwoordelijkheden van de Directieraad, de private aandeelhouders stellen steeds weer dezelfde vragen van essentieel belang en dienen zelfs klachten in bij de toezichthouder FSMA, het Parlement en de FSMA kijken weg van alles wat er (niet) gebeurt. De financiële gevolgen zijn dramatisch.
Alle financiële resultaten gerealiseerd op goudactiva NIET, maar op de deviezenvoorraad dan WEL?

Wanneer er 1) in het ondernemingsverslag een afzonderlijke rapportering “Baten en lasten die rechtstreeks de Belgische Staat toekomen” wordt opgenomen, en 2) wanneer de officiële externe reserve-activa die de NBB op het actief van haar balans tot uiting brengt effectief de eigendom zouden zijn van de rechtspersoon de Belgische Staat, en 3) de (private) aandeelhouders geen enkele aanspraak kunnen maken op de meerwaarden en opbrengsten van deze reserve-activa (waaronder de goudvoorraad), dan:
- moet dit gelden voor zowel de meerwaarden als de verliezen van zowel de goud- als de deviezenactiva,
- en dan zouden al deze financiële resultaten worden onttrokken aan de resultatenrekening van de vennootschap, en onder “de baten en lasten die rechtstreeks de Belgische Staat toekomen” worden gerapporteerd?
Alle financiële resultaten op de deviezenvoorraad worden gewoon verwerkt via de resultatenrekening, en zijn dus onderdeel van de globale jaarresultaten van de NBB (en haar aandeelhouders).
Geen lusten voor de private minderheidsaandeelhouders, dan toch zeker ook geen lasten?
Wat de deviezenvoorraad betreft stellen er zich in elk geval weinig problemen, en tot zolang er geen transacties volgen met de goudactiva, blijft elke vraag naar correcte informatie “hypothetisch”, en dus onbeantwoord.
En dus zou “het netto eigen vermogen” moeten worden gelijkgesteld met de kapitaalpositie? Verontrustend!

Over het boekjaar 2024 heeft de NBB een financieel verlies van 3,68 miljard euro gerealiseerd, zijn alle financiële buffers (door eerdere verliezen) weggeslagen, en draagt de Nationale Bank van België een verlies van 553 miljoen euro over naar de volgende boekjaren. Waarbij voor de volgende vijf boekjaren een gecumuleerd verlies van zo’n 3 miljard euro wordt verwacht.
Zowel de ECB, als De Nederlandsche Bank als De Deutsche Bundesbank stellen hun aandeelhouders en alle stakeholders gerust: de continuïteit van de centrale banken is verzekerd, hun eigen vermogen is ondanks miljardenverliezen sterk gestegen, de balansen zijn gezond.
Omdat belangrijke herwaarderingsmeerwaarden over de goudactiva tot het eigen vermogen van deze belangrijkste Nationale Centrale Banken moet worden gerekend.
De communicatie van de (beursgenoteerde) Nationale Bank van België is dat de meerwaarden over haar (?) goudactiva aan de gemeenschap toebehoren. En dus NIET tot het eigen vermogen (gezien het concept voor haar niet van toepassing zou zijn).
Enkele barsten in de bedrieglijke communicatie.
Slechts enkele, er zijn er nog (heel wat) meer.
Eerdere toegevingen vanwege de NBB, in juridische procedures

In de procedure voor de Rechtbank van Koophandel van Brussel (vonnis 22 mei 2015) bevestigde de Nationale Bank van België dat via arbitrages gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva in een “Onbeschikbare reserverekening” moeten worden geboekt (Artikel 30 van de Organieke Wet).
Een onbeschikbare reserverekening, waarvan men erkent dat die tot het vermogen van de Nationale Bank van België behoort (en dus GEEN schuld uitmaakt), en als enige gevolg heeft dat de bedragen geboekt in die reserverekening niet beschikbaar zijn voor courante winstuitkeringen aan de aandeelhouders.
Het hoort wellicht het Parlement toe om het vermogen van de vennootschap, geboekt in deze “Onbeschikbare reserverekening”, opnieuw beschikbaar te maken. Op welke manier zou dat Parlement dit vermogen van de vennootschap, statutair toebehorend aan de aandeelhouders, met respect voor zowel de statuten als voor de regels van het Verdrag, kunnen bestemmen? Naar de gemeenschap toe, nogmaals naar de Belgische Soevereine Staat?
Meerwaarden op goudactiva horen soms wel eens tot het eigen vermogen van de NBB


Het bestuur van de Nationale Bank van België informeerde en bevestigde haar aandeelhouders, zowel op de algemene vergadering van 2008 als in een officieel persbericht, dat het bestuur (sedert 2006) een percentage van het gecorrigeerd “eigen vermogen van de onderneming” heeft afgetrokken van de belastbare winst, en bovendien daarbij “de waarde van de goudvoorraad niet werd afgetrokken van HAAR eigen vermogen” om de notionele interest te berekenen.
Wanneer in officiële persberichten wordt verwezen naar de identieke werkwijze bij de andere NCB’s

De Deutsche Bundesbank en De Nederlandsche Bank, eveneens van hun Staat onderscheiden juridische entiteiten, boeken de externe reserves die zij aanhouden en beheren op dezelfde wijze als de Nationale Bank van België. Logisch, alle NCB’s zijn volledig geïntegreerde onderdelen van het ESCB en dienen dezelfde dwingende regels te respecteren.
De Deutsche Bundesbank, zowel als De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank, bevestigen nu in hun officiële communicatie en jaarverslagen (over de boekjaren 2023 en 2024) heel nadrukkelijk dat de bedragen geboekt in hun respectievelijke passiefbalansrubrieken “Herwaarderingsmeerwaarden” behoren tot .. het eigen vermogen van de vennootschap. De dwingende regels van de ECB zijn sedert 2007 niet gewijzigd, en dus moeten de standpunten van de Nationale Bank van België eveneens nog steeds in overeenstemming zijn gebleven met die van de ECB en de belangrijkste NCB’s. Hoe zou het ook anders kunnen?
De Nationale Bank van België is “eigenaar van de goudactiva in de betekenis van het burgerlijk wetboek”

Op haar webpagina en in antwoord op vragen gesteld op de jaarlijkse algemene vergaderingen, maken de beslissingsorganen van de Nationale Bank van België ook al eens melding van het standpunt dat de vennootschap eigenaar van de goudactiva is in de betekenis van het burgerlijk wetboek.
En dus als eigenaar op de meest volstrekte wijze het genot van deze activa heeft en er kan over beschikken? Het recht heeft op alles wat deze activa voortbrengen?

Een tussentijdse
synthese van deze aanklacht.
De recente communicatie via HLN zegt nagenoeg alles (wat de NBB ons voor de waarheid wil doen aannemen):

Er zijn meerdere totale tegenstellingen in de officiële communicatie vanwege het bestuur van de Nationale Bank van België, veel meer nog dan deze welke hiervoor werden aangehaald.
De gevolgen hiervan worden nog versterkt door de weigering om te beantwoorden aan de wettelijke informatieverplichtingen, zoals die voor elke andere genoteerde vennootschap wel gelden. Verplichtingen waar de externe revisor op wijst, waar de private aandeelhouders op aandringen en waarvoor bij de toezichthouder FSMA zelfs twee klachten voor flagrante marktmisbruiken werden ingediend. Het mag allemaal niet baten, de communicatie mag zwaar ontoereikend en absoluut bedrieglijk blijven.
Men kan werkelijk niet anders besluiten dan dat de private minderheidsaandeelhouders, en de markt in zijn geheel, op die manier achterblijven met de ‘officiële’ informatie zoals de journalist van HLN de woordvoerder van de genoteerde Nationale Bank van België recent citeerde:
- De goudactiva, welke op het actief van de Nationale Bank van België tot uiting worden gebracht, zijn het bezit van de Belgische Soevereine Staat (de Belgische gemeenschap van burgers),
- enkel en alleen de Belgische Staat (de regering, via de Minister van Financiën) beslist over zowel de aankoop als de verkoop van deze goudactiva,
- de Nationale Bank van België heeft niet meer dan de functie deze goudreserves te bewaren en te beheren,
- alle meerwaarden gerealiseerd over deze goudactiva komen niet de vennootschap (en haar aandeelhouders) toe, doch uitsluitend de Belgische Soevereine Staat.
Een communicatiebeleid van een genoteerde vennootschap, dat is ook bepaalde feiten NIET communiceren

Een kapitaalbeleid wijzigen zonder enige transparantie noch verantwoording (middels een eigen Eindrapport cfr. DNB), omdat men het dan onvermijdelijk over het herkapitaliseren van de vennootschap (en de modaliteiten van een dergelijke transactie) zou moeten hebben.
Tien boekjaren lang als Belgische Staat geen beroep willen doen op een Artikel 37 van de Organieke Wet, en daardoor de enorme financiële voordelen gewoon naast zich laten liggen? Maar vooral: als bestuur niet de verplichting nakomen om een dergelijke verboden beïnvloeding te laten schrappen?
Als woordvoerder beweren fout geciteerd te zijn in een interview, maar GEEN corrigerende rechtzetting laten publiceren en een persbericht uitgeven waarin die meest foute informatie NIET wordt gegeven?
Dit alles heeft allemaal dezelfde redenen:
De Nationale Bank van België blijft hardnekkig vermijden correct te moeten communiceren omtrent de passiefbalanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” (over de goudactiva). Omdat deze balanspost toe te rekenen is tot het eigen vermogen van de vennootschap, net zoals dit bij de ECB en DNB en Bundesbank het geval is. Het bestuur zowel als de meerderheidsaandeelhouder willen op die manier de publieke perceptie in stand houden als zouden deze meerwaarden over de goudactiva, bij hun effectieve realisatie, automatisch en uitsluitend aan de Belgische Soevereine Staat toebehoren.
Men kan zich toch niet voorstellen dat de FSMA dit als marktentoezichthouder tolereert?
De markt kan niet anders dan de communicatie van het bestuur voor de enige waarheid aanvaarden

De dramatische evolutie van de beurskoers van het aandeel NBB: in juni 2001 nog zo’n 1.500,00 euro, een topkoers in april 2010 van wat meer dan 4.150,00 euro, om in september 2025 uit te komen op een .. 430,00 euro?
Financiële informatie en communicatie, zoals afgeleverd door het verantwoordelijke bestuur van de vennootschap, zijn de belangrijkste grondstof voor financiële markten om een genoteerd aandeel te waarderen.
Die financiële communicatie vanwege het verantwoordelijke bestuur van de NBB is bedrieglijk en absoluut onvolledig, beantwoordt niet aan de wettelijke informatieverplichtingen en maakt flagrant marktmisbruik uit.
Ondanks meerdere klachten weigert de toezichthouder FSMA zijn wettelijke opdrachten te vervullen, laat de beurswaakhond geen enkele tussenkomst noteren.
En dus blijven weerloze en bedrogen kleine beleggers dagelijks hun aandelen verkopen tegen koersen die niets met de werkelijke waarde te maken hebben.

Er zijn echter ook de bindende regels van de Europese Centrale Bank
De Nationale Bank van België is een volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB


Wat betekent dat een Nationale Centrale Bank alle dwingend te respecteren boekhoud- en waarderingsregels en -principes moet naleven.
Posten kunnen alleen dan op de balans van een NCB tot uiting worden gebracht wanneer AAN ALLE strikte voorwaarden van de Richtsnoeren volledig is voldaan.
Wanneer de goudactiva op het actief van de balans van de Nationale Bank van België tot uiting worden gebracht, vanaf de oprichting van de vennootschap en ongewijzigd ook na toetreding tot het ESCB, dan betekent dit dat deze goudactiva aan alle dwingende voorwaarden (inzake financiële risico’s en resultaten) beantwoorden.


Convergentieverslagen en adviezen van de ECB, de bepalingen van het Verdrag (..)

Het gedeelte van het tweejaarlijkse convergentieverslag van de Europese Centrale Bank van juni 2022, met betrekking tot de regels rond vooral de financiële onafhankelijkheid van Nationale Centrale Banken en het onafhankelijke beheer van de officiële externe reserve-activa, wordt hier in bijlage meegegeven.
Opnieuw slechts enkele passages van absoluut belang:
De verplichting tot bijstelling van nationale wetgeving en statuten van een Nationale Centrale Bank
Indien statutaire bepalingen of nationale wetgeving niet compatibel of tegenstrijdig zijn met de regels van het Verdrag, dan moeten deze tegenstrijdige bepalingen worden bijgesteld wanneer ze de financiële onafhankelijkheid van de Nationale Centrale Bank in het gedrang brengen (randnummer 2.2.2 pagina 18).
Het Artikel 37 van de Organieke Wet van de Nationale Bank van België lijkt hiertoe in aanmerking te komen?
Financiële onafhankelijkheid en het eigen vermogen van een Nationale Centrale Bank
(Pagina 26 en volgende). Enkel de volgende punten:
- Lidstaten mogen hun Nationale Centrale Banken niet in de positie brengen dat zij over onvoldoende financiële middelen en een niet toereikend eigen vermogen beschikken, waardoor zij hun eigen opdrachten of de taken van het ESCB niet zouden kunnen uitvoeren. Een NCB moet op elk moment bijkomende officiële externe reserve-activa aan de ECB kunnen overmaken, en desgevallend het kapitaal van de ECB verder kunnen versterken.
- Daarom ook moet een Nationale Centrale Bank op elk moment toereikend gekapitaliseerd zijn. Langere periodes waarbij een NCB een te belangrijk negatief eigen vermogen zou hebben worden niet toegelaten. De ECB kan de aandeelhouders van de NCB dan een herkapitalisatie van de centrale bank opleggen.
En de uitkering van winsten van Nationale Centrale Banken
(Pagina 28)
Winsten mogen slechts worden uitgekeerd nadat alle overgedragen gecumuleerde financiële verliezen weggewerkt zijn en alle financiële buffers, noodzakelijk bevonden om alle opdrachten in alle onafhankelijkheid te kunnen uitvoeren, zijn aangelegd. Tijdelijke of voor een bepaald doel gecreëerde wetgeving met betrekking tot de winstuitkering van een Nationale Centrale Bank is niet toegelaten. Net zo min als het heffen van een belasting op niet gerealiseerde winsten of meerwaarden, wat eveneens een aantasting van de financiële onafhankelijkheid zou inhouden.
Een lidstaat mag ook geen kapitaalverminderingen opleggen zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de bestuursorganen van de Nationale Centrale Bank.
Het Advies van de Europese Centrale Bank omtrent de eigendomsrechten over goudactiva

De bepalingen, zoals deze in het convergentieverslag op ondubbelzinnige wijze worden opgelegd, werden ook nog eens heel duidelijk hernomen specifiek met betrekking tot de eigendomsrechten over de officiële externe reserve-activa, en dan in het bijzonder over de goudreserves van een Nationale Centrale Bank.
Slechts enkele passages, van absoluut belang:
Het Verdrag geeft minder belang aan het begrip eigendom, gaat wel over het “exclusief aanhouden en beheren” van de reserve-activa
Dit standpunt – het randnummer 3.2 (pagina 8) – wordt aangevuld met het verbod dat geen enkel bestuursorgaan met beslissingsbevoegdheden van een Nationale Centrale Bank instructies zou vragen aan of krijgen van een regering (randnummer 3.4 pagina 8). Het is de regeringen van de lidstaten ten strengste verboden de bestuursorganen van een NCB of de ECB te beïnvloeden in het autonome beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudreserves).
In dat opzicht beklemtoont de ECB dat “uitsluitend als een depositaris van de goudactiva optreden” (de bewaring en administratie van activa) zou kunnen worden beschouwd als een onverenigbare beperking (met artikels van het Verdrag) of zelfs als een uitsluiting van de macht en bevoegdheden om in alle autonome onafhankelijkheid de officiële reserve-activa te beheren (randnummers 3.5 en 3.6).
Ofwel het absolute belang van ondubbelzinnige duidelijkheid.
De verplichting om goud- en deviezenactiva op de balans van de NCB tot uiting te brengen
Het onafhankelijk aanhouden en beheren van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudactiva) betekent ook uitdrukkelijk dat die goud- en deviezenactiva op het actief van de balans van de Nationale Centrale Bank moeten tot uiting worden gebracht (randnummer 3.6 pagina 9).
De goudactiva kunnen niet op het actief van een Nationale Bank worden gebracht en verantwoord, wanneer er niet AAN ALLE dwingende voorwaarden van het Richtsnoer wordt voldaan. Van belang hierbij: ALLE financiële risico’s en ALLE financiële resultaten (kosten, verliezen, afwaarderingen, interesten, meerwaarden) moeten toe te rekenen zijn tot het eigen vermogen (de kapitaalpositie) van de Nationale Centrale Bank.
Het absolute belang van de regels van financiële onafhankelijkheid
In overeenstemming met het Artikel 130 van het Verdrag omtrent de financiële onafhankelijkheid van een Nationale Centrale Bank, kan en mag ELK inkomen welke aan een Nationale Centrale Bank toevalt als resultaat van het autonome en onafhankelijke beheer van de goudactiva en deviezenvoorraad, alleen dan aan de aandeelhouders worden uitgekeerd 1) middels het normale proces voor de bestemming van winsten (zoals deze in de relevante wettelijke en statutaire regels werden bepaald), en VOORAL 2) nadat er een toereikend niveau van financiële buffers werd gevormd welke de financieel onafhankelijke werking van de NCB zal waarborgen (randnummer 3.7 pagina 9).
Het zal dus van essentieel belang zijn om 1) de actueel geldende wettelijke en statutaire regels van een Nationale Centrale Bank in aanmerking te nemen (die in overeenstemming moeten zijn met de regels zoals bepaald in het Verdrag), maar ook (op het moment van een uitkering van opbrengsten uit het beheer van de officiële externe reserve-activa) dat 2) eerst alle overgedragen financiële verliezen werden aangezuiverd, en er in het belang van de vennootschap en haar aandeelhouders opnieuw voldoende reserves werden aangelegd.
Met andere woorden: welke zijn de actueel geldende wettelijke en statutaire bepalingen met betrekking tot de uitkering van opbrengsten uit de goud- en deviezenvoorraden van de NBB, en wat moeten de financiële buffers zijn vooraleer er gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva kunnen worden uitgekeerd?
Wanneer “onafhankelijk aanhouden en beheren” van goudactiva NIET GELIJK gesteld mag worden aan “uitsluitend bewaren voor rekening van”, en de absolute voorwaarde om die goudactiva op de balans tot uiting te mogen brengen is dat ALLE financiële risico’s en opbrengsten verbonden aan het beheer ervan in de eigen resultatenrekening van de Nationale Centrale Bank moeten komen, en gezien de geldende regels en voorwaarden inzake enige uitkering van winsten en opbrengsten (met betrekking tot de financiële onafhankelijkheid), dan zou een eventueel mogelijke betwisting omtrent het eigendomsrecht over de goudactiva zonder al teveel belang zijn?

Deze bindende regels, zoals ze door de NBB in de realiteit worden toegepast (..)
De balans en resultatenrekening van de NBB beantwoordt aan deze dwingende regels

In de dwingende bepalingen van de Richtsnoeren van de ECB stelt men als voorwaarde, opdat activa op de balans van een NCB mogen worden opgenomen, dat alle financiële risico’s en resultaten (winsten en verliezen) verbonden aan die activa, voor rekening van de NCB zelf moeten komen. De Nationale Bank van België bevestigt in haar jaarverslagen dat dit wel degelijk effectief het geval is. Net zoals bij de ECB, en elke andere volledig geïntegreerde Nationale Centrale Bank.
Daar waar het bestuur van de NBB in een verbonden Toelichting 1 bij de gepubliceerde balans “informeert” dat de goudactiva welke zij op het actief van de balans tot uiting brengt in de feiten “de officiële goud- en deviezenreserves van de Belgische Staat” betreffen, waarschuwt men tegelijkertijd dat alle financiële risico’s verbonden aan het aanhouden en beheren van deze activa voor rekening van de beursgenoteerde vennootschap en haar (50% privé) aandeelhouders komen?!
Welk een fantastische dienstverlening levert de NBB dan toch aan de gemeenschap?
De goud- en deviezenactiva, de beweerde eigendom van de gemeenschap (de Belgische Soevereine Staat), kosteloos bewaren en beheren en daarbij alle financiële risico’s (op belangrijke financiële verliezen) voor rekening van de vennootschap (en voor de helft bij haar private aandeelhouders) te nemen, maar bovendien en vooral toch ook: zich akkoord verklaren dat uitsluitend de eventuele meerwaarden, uitsluitend op de goudactiva, uitsluitend aan de gemeenschap zouden toekomen?!
De financiële resultaten verbonden aan “het aanhouden en beheren” van externe reserve-activa

Net als elke andere volledig geïntegreerde Nationale Centrale Bank van het ESCB voert ook de Nationale Bank van België al haar opdrachten (zowel van het ESCB als andere) uit met het afgescheiden vermogen van de vennootschap. Net als elke andere centrale bank en gewone financiële instelling worden alle financiële risico’s gedragen met het eigen vermogen van de centrale bank, ingebracht en toebehorend aan de aandeelhouders van de vennootschap.
De Belgische Wetgever heeft een “bijzondere relatie NBB – Belgische Soevereine Staat” gecreëerd, welke het bestuur het mogelijk maakt om ‘de seigneuriage’ van de NBB te delen met de gemeenschap. Op voorwaarde dat dergelijke verdeling de belangen en de financiële onafhankelijkheid van de vennootschap niet in gevaar brengen.
De financiële resultaten over het aanhouden en beheren van de officiële externe reserve-activa horen NIET tot ‘de seigneuriage’ van een centrale bank.
Om absoluut duidelijk te zijn, deze synthese vooraf:
- De goud- en deviezenactiva worden, sedert de oprichting van de vennootschap, effectief op het actief van de vennootschap tot uiting gebracht,
- Sedert de toetreding tot het ESCB moet hiertoe AAN ALLE gestelde voorwaarden en dwingende regels worden voldaan,
- Deze goud- en deviezenactiva worden op de balans gewaardeerd tegen marktwaarde. Trimestrieel worden deze activa geherwaardeerd, en op balansdatum wordt de eventuele meerwaarde (boven de historische aankoopprijs) geboekt in de passiefbalanspost “Herwaarderingsrekeningen”,
- Verdere waardestijgingen van deze activa resulteren in een hoger saldo geboekt in de Herwaarderingsrekeningen, een daling van de marktwaarde zal dit saldo doen verminderen,
- daalt de marktwaardering van het actief tot beneden de historische kostprijs (waardoor er geen saldo in Herwaarderingsmeerwaarden geboekt staat), dan wordt 1) dit NIET GEREALISEERDE verlies ten laste van het jaarresultaat van de vennootschap en haar aandeelhouders genomen, en zal 2) deze nieuwe lagere marktwaarde worden gelijkgesteld met de nieuwe historische aankoopprijs,
- wanneer de activa worden verkocht, dan moeten de financiële resultaten in de resultatenrekening van de vennootschap worden opgenomen. Dan zijn deze financiële resultaten gewoon een component van het globale jaarresultaat van de vennootschap. De niet gerealiseerde meerwaarde, geboekt in de balanspost Herwaarderingsmeerwaarde, wordt op het moment van verkoop (en van effectieve realisatie) afgeboekt van deze balanspost en verhuist naar de resultatenrekening,
- Om op die manier tot het eigen vermogen te worden gerekend.
Het “voorzichtigheidsbeginsel” wordt wel degelijk toegepast op de goud- en deviezenactiva

Het “voorzichtigheidsbeginsel” (Artikel 3.b van het Richtsnoer van de Europese Centrale Bank):
Bij de waardering van activa en passiva dient het voorzichtigheidsbeginsel te worden toegepast. Dit houdt o.a. in dat waardeverminderingen van activa in deviezen, zowel van de koers als de wisselkoers, die als gevolg van de trimestriële herwaardering niet (volledig) kunnen worden opgevangen via een saldo in de balanspost Herwaarderingsmeerwaarden, per jaarultimo ten laste van het jaarresultaat worden genomen. De lagere marktwaarde wordt dan gelijkgesteld met de nieuwe historische kostprijs.




Slechts aandacht voor enkele financiële resultaten en boekingen:
- In het boekjaar 2022 werden niet minder dan 324,3 miljoen euro niet gerealiseerde verliezen (gevolg van afwaarderingen, de aanpassing aan de lagere marktwaarderingen) ten laste van het jaarresultaat genomen. De historische kostprijs van die activa werd dus verlaagd, en wanneer die “activa van de Belgische Staat” later zullen worden verkocht:
- indien tegen opnieuw gestegen en hogere koersen dan deze verlaagde kostprijs (gevolg van de toegepaste afwaardering):
- dan zou deze (nu hogere) winst, (cfr de standpunten dat de meerwaarden op de goudactiva – en dus ook de deviezenvoorraad – niet toekomen aan de vennootschap en haar aandeelhouders maar) integraal toekomen aan … de Belgische Soevereine Staat?
- ofwel tegen verder gedaalde koersen: dan zal ook dit bijkomend verlies eveneens onderdeel uitmaken van het jaarresultaat van de vennootschap.
- Blijkbaar toch niet, want: in hetzelfde boekjaar (2022) werden (voor 91,8 miljoen euro) kapitaalverliezen op de deviezenvoorraad in USD ten laste van het jaarresultaat genomen, maar tegelijkertijd zijn er ook (voor 72,4 miljoen euro) wisselkoerswinsten op diezelfde deviezenvoorraad in USD tot het jaarresultaat gerekend. Per saldo werden ook deze 19,4 miljoen euro verliezen aan het verlies van 324,3 miljoen toegevoegd, en hebben de aandeelhouders van de NBB voor dat boekjaar dus 343,7 miljoen euro verlies ten laste genomen voor het aanhouden en beheren van deviezenactiva “van de gemeenschap”?
- een herwaardering van de deviezenvoorraad heeft tot resultaat dat de niet gerealiseerde meerwaarden op de deviezenvoorraad (geboekt in de passiefbalanspost “Herwaarderingsmeerwaarden”) tussen balansdatum 31/12/2021 en 31/12/2022 gedaald is van 161,3 miljoen euro tot 47,3 miljoen euro.
Wat de deviezenvoorraad van de Nationale Bank van België betreft worden ALLE financiële resultaten (interesten, verliezen en meerwaarden) gewoon via de resultatenrekening tot het vermogen van de vennootschap bestemd.
Het absolute belang van een correcte woordkeuze, wordt in deze bewezen (..)

Gewezen Minister van Financiën Koen Geens, gekend ook voor zijn onberispelijk en correct gebruik van onze taal.
In het Artikel 9bis heeft de Belgische Wetgever “in het belang van de rechtszekerheid” opgenomen dat het gaat over “de officiële externe reserve-activa van de Belgische Staat”. Men kan (wanneer men dit zou willen, of het zou goed kunnen uitkomen) dus begrijpen: van de rechtspersoon de Belgische Staat.
Het Internationaal Monetair Fonds bepaalt welke activa de monetaire autoriteiten van haar lidstaten aanhouden die kunnen worden beschouwd als “de officiële externe reserve-activa van haar lidstaten, waaronder België”.
Het belang van “activa van de rechtspersoon de Belgische Staat”, versus “van de lidstaat België”.
In synthese de perfecte illustratie van de geldende vermogensrechten (..)

- De NBB heeft een deel van haar goudactiva afgestaan aan het IMF (de financiering van “de reservetranche”), op het actief van de balans van de NBB staat deze financiering onder de rubriek van haar deviezenvoorraad (een component van de officiële externe reserve-activa),
- Wanneer het IMF een deel van die goudactiva verkoopt en een dividend wil uitkeren aan haar lidstaten, dan kan dit omwille van technische redenen enkel gebeuren door een betaling aan de eigenaar van de ingebrachte goudactiva,
- Bijgevolg ontvangt de Nationale Bank van België het dividend van het IMF, gaat dit inkomen door haar resultatenrekening en maakt het onderdeel uit van de globale jaarwinst.
- Na vennootschapsbelasting en gereserveerde winsten (25% in dat boekjaar) keert de Regentenraad (na het symbolische dividend aan de aandeelhouders) het saldo van de jaarwinst uit aan de Belgische Soevereine Staat.
- Wanneer de Regentenraad zich bij de winstbestemming had beperkt tot het toekennen van een deel van ‘de seigneuriage’ als saldo van de winst aan de Soevereine Staat, dan had men enkel kunnen besluiten dat dit inkomen uit officiële externe reserve-activa van de NBB ofwel volledig in het belang van de vennootschap werd gereserveerd, ofwel als dividend werd uitgekeerd aan alle aandeelhouders.
- Zoals de Richtsnoeren van de ECB dit verplichten.
De Belgische Wetgever heeft in het Artikel 9bis opgenomen dat zowel de goud- als de deviezenvoorraad (de officiële externe reserve-activa) van de Belgische Staat zijn.
Deze opbrengsten uit door de NBB afgestane goudactiva komt in ieder geval de vennootschap en haar aandeelhouders ten goede. De opbrengsten uit de goudactiva op de balans van de NBB anders gaan bestemmen zal moeilijk blijken te zijn?
Transacties op de goudactiva blijven nog hypothetisch, maar niet voor altijd

De bedrieglijke communicatie vanwege de Directieraad omtrent de goudactiva, component van de officiële externe reserve-activa, kan enkel in stand worden gehouden tot zolang er geen transacties volgen waarbij er meerwaarden zullen worden gerealiseerd.
In die zin had het interessant geweest mocht “het onderzoek tot verkoop van goudactiva” door de regering De Wever wel succesvol zijn afgerond. Of mocht men de evidente transparantie hebben gebracht door het verslag omtrent het mislukte onderzoek in detail te publiceren (omdat de aandeelhouders, het parlement en de burgers daar recht op hebben).
“Hypothetische vragen worden niet beantwoord”, en de informatieverplichtingen waarbij dit thema onvermijdelijk betrokken is worden gewoonweg naast zich gelegd.
De realisatie van meerwaarden over de goudactiva, het kan zo maar gebeuren
De Directieraad meent dat deze struisvogelpolitiek ongestraft en zonder gevolgen eeuwig kan blijven gevolgd: tot zolang er geen verkopen van goudactiva worden beslist moeten er ook geen meerwaarden worden bestemd, en wanneer een toezichthouder hen niet verplicht tot een waarheidsgetrouwe communicatie is er inderdaad weinig aan de hand?
Meerwaarden op de goudactiva kunnen zich echter ook op andere manieren realiseren.
De realisatie van meerwaarden op de goudactiva, buiten de eigen controle om
Slechts enkele voorbeelden, ter illustratie van dit standpunt:
- De Europese Centrale Bank heeft het statutaire recht om bij haar aandeelhouders, de nationale centrale banken (waaronder de NBB), ten allen tijde bijkomende overdrachten van goudactiva te vorderen. Bij dergelijke overdrachten zal de NBB 1) een bijkomende rentedragende vordering op de ECB (op het actief van haar balans) boeken, en 2) een meerwaarde realiseren (die zal worden afgeboekt van de passiefbalansrubriek Herwaarderingsmeerwaarden, en als onderdeel van het globale jaarresultaat zal worden bestemd). Gezien het geen arbitrage naar de deviezenvoorraad betreft, is het Artikel 30 van de Organieke Wet NIET van toepassing, en zal de meerwaarde NIET in de Onbeschikbare Reserverekening worden geboekt.
- De passiefbalansrubriek Herwaarderingsmeerwaarden is een functionele rekening van het eigen vermogen, en wordt vooral gebruikt om te vermijden dat koerswijzigingen van activa telkens in het jaarresultaat moeten worden verwerkt, zonder dat ze effectief worden gerealiseerd. Zo bedraagt de historische kostprijs van de goudactiva van de NBB slechts 1.393,78 euro, terwijl de actuele goudkoers (half oktober 2025) schommelt rond de 112.000,00 euro per kilogram.
- de passiefbalansrubriek Herwaarderingsmeerwaarden wordt door de ECB en NCB’s NIET tot de kapitaalpositie van de centrale banken gerekend, doch WEL tot “het eigen vermogen volgens de definitie van de ECB”,
- Als gevolg van de miljardenverliezen gaan de ECB en de NCB’s belangrijke negatieve kapitaalposities uitbouwen, terwijl er anderzijds miljarden euro’s meerwaarden in de Herwaarderingsmeerwaarden geboekt staan,
- Om de financiële onafhankelijkheid en het vertrouwen (in het fiduciaire geld welke het ESCB in omloop brengt) beter en duidelijker in beeld te brengen, zou de ECB kunnen beslissen om voor alle NCB’s de historische kostprijs uitzonderlijk aan te passen (naar bijvoorbeeld 50.000,00 euro per kilogram). De kansen dat de goudkoers terug zou gaan dalen van 112.000,00 euro naar 50.000,00 euro zijn wellicht klein?
- Op die manier zou de NBB 1) een meerwaarde realiseren gelijk aan (50.000 – 1.394) * 227.402 = 11 MILJARD euro , en een buffer in de Herwaarderingsmeerwaarden behouden gelijk aan (112.000 – 50.000) * 227.402 = 14 miljard euro (om eventuele koersdalingen op te vangen).
- Deze 11 miljard gerealiseerde meerwaarden zouden de kapitaalpositie herstellen tot het gewenste minimumniveau, 1) zonder de aandeelhouders te verplichten tot herkapitalisatie, waardoor er opnieuw 2) winstuitkeringen kunnen volgen en 3) het vertrouwen in de balans van de Nationale Centrale Bank (en het ESCB in zijn geheel) is hersteld.
- Uitzonderlijke situaties maken soms uitzonderlijke maatregelen noodzakelijk? En weinig overheden staan in de huidige moeilijke budgettaire situatie te springen om hun centrale bank te herkapitaliseren? En wanneer er door dergelijke maatregel bovendien opnieuw winstafdrachten kunnen volgen ..
Zou men de centrale banken met de tweede optie “boekhoudkundige spitstechnologie” kunnen verwijten? Gezien andere belangrijke centrale banken andere waarderingssystemen hanteren (die uiteindelijk op hetzelfde neerkomen) wellicht niet, maar er kan dus wel degelijk de best passende keuze worden gemaakt.
De goudactiva van het ESCB zijn “het ultieme vertrouwensanker” en worden op een geconsolideerde balans tot uiting gebracht. Om, “in het belang van het vertrouwen en de financiële onafhankelijkheid”, zowel de zichtbaarheid van deze totale goudvoorraad te vergroten als tegelijkertijd de problematiek van zwakke kapitaalposities van de individuele NCB’s op te lossen (zonder hun aandeelhouders te verplichten te herkapitaliseren), zou de Europese Centrale Bank inderdaad eerder een beroep kunnen doen op haar statutair recht de NCB’s te verplichten om (naar verhouding van hun aandeelhouderschap?) een belangrijk deel van hun goudactiva aan de ECB af te staan. Op het actief van de balans van de ECB zelf zal een veel grotere goudvoorraad beter zichtbaar zijn, en zullen de andere, werkelijke doelstellingen, in één beweging mee worden gerealiseerd.
Alle financiële resultaten, zowel de gerealiseerde winsten en opbrengsten, maar ook de rentebaten en rentelasten en de gerealiseerde en niet gerealiseerde verliezen uit het beheer van de deviezenvoorraad, worden gewoon in het jaarresultaat van de vennootschap opgenomen.
Wanneer transacties omtrent de goudactiva niet langer “hypothetisch” zullen zijn, en er effectief belangrijke meerwaarden zullen worden gerealiseerd, zal het onvermijdelijk blijken dat ook deze inkomsten als resultaat van het onafhankelijke beheer van de officiële externe reserve-activa, verplicht zullen worden bestemd met respect voor zowel de regels van de ECB als voor de geldende statutaire bepalingen.
En dat de meerwaarden op goudactiva, indien de Directieraad in alle onafhankelijkheid beslist dat deze uitkeerbaar zijn, zij niet de Belgische Soevereine Staat toekomen doch wel aan alle aandeelhouders van de vennootschap.
Dwingende regelgeving versus
de Communicatie van de Nationale Bank van België.
De toepassing van de bindende regelgeving van de ECB, versus de gevoerde communicatie.
Wanneer meerwaarden over goudactiva effectief zullen worden gerealiseerd

Per balansdatum 31 december 2024 kwamen de niet gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva uit op 18,04 miljard euro (goudkoers = 80.733,00 euro per kilogram). Half oktober 2025 is de goudkoers verder gestegen tot zo’n 112.000,00 euro per kilogram, en komen de meerwaarden daardoor zo’n 7 miljard euro hoger uit.
De bedrieglijke communicatie vanwege de Directieraad heeft, enkel en alleen omtrent het eigen vermogen, nu reeds betrekking op 25,15 MILJARD euro.
De verschillende manieren waarop meerwaarden over de goudactiva kunnen worden gerealiseerd, die heeft de NBB niet allemaal (volledig) onder de eigen controle. Op een bepaald moment dringen er zich transacties met de goudactiva op, zullen er financiële resultaten boekhoudkundig moeten worden verwerkt en zal het bestuur de verschillen tussen de werkelijkheid en de gevoerde communicatie moeten uitleggen. Vooral aan al die aandeelhouders die op het moment van de verkoop van hun aandelen bij de waardering geen rekening hebben gehouden met 25 miljard euro eigen (?) vermogen.
Wat als de Nationale Bank van België gedwongen zal worden tot een correcte communicatie? (..)

In een opiniestuk in De Tijd had gewezen volksvertegenwoordiger Sander Loones het als derde puntje bij “de factuur voor de belastingbetaler” over “een nieuw Arco-drama met de Belgische Staat en de NBB in de rol van Beweging.net”. En over “de vage communicatie vanwege de NBB”. Eerder had hij het in de Commissie Financiën ook al over “we zeggen dan wel dat de goudreserves van de Belgische Staat zijn, maar is dat wel zo?”.
De bedrieglijke communicatie vanwege de Directieraad van de NBB houdt meerdere facturen in voor de burgers van ons land. De vermijdbare gedwongen verkopen van de volledige Statutaire portefeuille hebben een bijkomend verlies van > 700 miljoen euro opgeleverd, om er naast de dagelijks oplopende schadeclaims van beleggers slechts eentje te vermelden.
Veronderstellen we even de volgende mogelijke transacties met de goudactiva welke de Nationale Bank van België nog op het actief van haar balans tot uiting brengt:
Slechts enkele mogelijkheden:
- Een regering doet, op een door haar bepaald moment, beroep op het Artikel 37. De Directieraad van de Nationale Bank van België moet (op een misschien ongelegen, doch in elk geval niet in volle autonomie en onafhankelijkheid zelf bepaald moment) de resterende 9 ton goudactiva afstaan, en 1 miljard euro meerwaarden in de Belgische Schatkist storten.
- De Europese Centrale Bank doet beroep op haar statutair recht om bij haar aandeelhouders bijkomende goudactiva op te vragen. De Nationale Bank van België moet 75 ton goudactiva afstaan, in ruil voor een verhoging van haar rentedragende vordering op de ECB, en realiseert daarbij 8,5 miljard euro meerwaarden.
- Door de continue stijging van de goudprijs tot historische recordniveaus enerzijds, en de belangrijke negatieve kapitaalposities van de ECB en NCB’s anderzijds, gaat de ECB er akkoord mee dat de NCB’s een deel van hun goudreserves afbouwen (en winsten nemen). De Nationale Bank van België verkoopt 27 ton, en realiseert 3 miljard euro meerwaarden.
Op welke manier zal de Directieraad de gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva van de NBB kunnen bestemmen? Met de toestemming van de ECB naar de schatkist van de Belgische Soevereine Staat? Echt waar?
Wetgevende macht misbruiken (in 2002), op die basis juridische procedures voeren, de officiële communicatie zovele jaren zover laten afwijken van de dwingend te volgen regelgeving, … Zoiets moet ook gewezen voorzitter van Euronext Brussels, Vincent Van Dessel, hebben bedoeld ..

Oh ja, “het onderzoek” van de regering Bart De Wever om goudactiva van de NBB te verkopen. Die verkoop is niet doorgegaan (..)

Na een Zilver- ook een Defensiefonds financieren met de meerwaarden van goudactiva (..)
In het voorjaar van 2025 werd onze regering De Wever vrij onverwacht geconfronteerd met een op te richten en te financieren Defensiefonds. Geheel bij toeval had de woordvoerder van de Nationale Bank van België eind februari nog maar pas een interview gegeven aan een journalist van Het Laatste Nieuws, waarin het duidelijk werd gesteld dat de Belgische Staat op zo’n 21 miljard euro goudrijkdom zetelt, dat het uitsluitend de regering is die beslist over aan- en verkopen, en de NBB deze goudactiva voor rekening van de Belgische Staat enkel maar beheert en bewaart. Ofwel: de Belgische Staat kan, zo maar, nagenoeg 21 miljard euro meerwaarden op haar goudactiva binnenrijven!
De Eerste Minister Bart De Wever, als historicus, herinnerde zich natuurlijk onmiddellijk dat er begin de jaren 2000 ook al eens een heel succesvol Zilverfonds werd gefinancierd met de meerwaarden van de goudactiva, beheerd en bewaard door de NBB.
De oplossing voor het financieringsprobleem werd dus door de woordvoerder van de NBB zo maar op een presenteerblaadje aan de regering voorgelegd, en enkele dagen later publiceert de meer gespecialiseerde pers (De Tijd) dat “de regering van Bart De Wever een verkoop van goud onderzoekt om defensie te financieren”. Gezien toeval niet echt bestaat in deze materie, kunnen we aannemen dat het interview van de woordvoerder reeds deel uitmaakte van “het gevoerde onderzoek”?
Een overzicht van “het onderzoek”, zoals beschreven in de media en in een persbericht

De belangrijkste punten zoals gerapporteerd in de media
De standpunten vanwege de woordvoerder van de Nationale Bank van België, zoals deze werden gebracht in een publicatie in Het Laatste Nieuws, werden reeds weergegeven. De belangrijkste punten zoals de gespecialiseerde media deze rapporteerde:
- Men informeert omtrent de eerdere verkopen van goudactiva: “1.006 ton tussen 1989 en 1998 door Gouverneur Verplaetse (met de rol van het koningshuis en de politiek), waarmee de torenhoge overheidsschuld werd afgebouwd, en dan nog eens 30 ton in 2005 door premier Verhofstadt”.
- De verwijzing naar het persbericht van de NBB, waarin zogezegd “de puntjes op de I wordt gezet”: 1) de NBB zou via krantknipsels de intentie tot goudverkopen hebben vernomen, 2) de NBB beklemtoont dat alleen de Directieraad van de NBB beslist over de aan- en verkoop (en verwijst hierbij naar haar onafhankelijkheid, zoals bepaald in de Europese Verdragen), 3) in het persbericht werd geïnformeerd over de verplichting om meerwaarden, gerealiseerd over de goudactiva via arbitrages naar de deviezenvoorraad, te boeken in een onbeschikbare reserverekening (Artikel 30).
- Er werd ook enig verzet vanwege private minderheidsaandeelhouders gerapporteerd. Dat verzet is er reeds vele jaren en de standpunten zijn gekend, dus is het weinig waarschijnlijk dat dit verzet aan de basis zou liggen noch de reden zou zijn waarom “het onderzoek” werd afgeblazen. De standpunten van de woordvoerder (die in niets afwijken van zowel het Artikel 9bis van de Organieke Wet als van de communicatie zoals deze reeds vele jaren werd gevoerd) zijn al te duidelijk, en zouden (gezien de acute geldnood) zeker voldoende doorslaggevend zijn geweest om de verkoop door te voeren.
- “Het goud behoort toe aan de Nationale Bank van België, en is een ultiem vertrouwensanker“.
- De Tijd neemt de misleidende informatie uit het persbericht over, alsof de verplichting – die de Belgische Wetgever heeft bepaald in het artikel 30 – ook de werkelijke reden zou zijn geweest opdat de onderzochte verkoop niet is doorgegaan.
- Men verwijst eveneens naar een advies van de ECB omtrent de eigendomsrechten over goudactiva (een advies omtrent de Banca d’Italia).
Wat ontbreekt er toch enigszins in deze rapportering vanwege (de NBB en) de media?
- Laat mij het vooreerst toch “bijzonder” vinden dat een onderzoek, ingesteld door een Minister van Financiën voor de regering Bart De Wever, tot bij de Directieraad van de Nationale Bank van België zou geraakt zijn “via krantenknipsels”,
- Maar ook dat een woordvoerder, die toch de officiële communicatie en standpunten van een genoteerde vennootschap moet brengen (en welke in dit geval volledig in overeenstemming is met de eerdere officiële communicatie vanwege de NBB), maar die beweert verkeerd te zijn geciteerd (zonder – in het officiële persbericht – duidelijk te stellen op welke punten) er bij de krant in kwestie niet op aandringt een rechtzetting te publiceren. Een duidelijke en juiste communicatie, is die dan zonder enig belang?
- De aandeelhouders hebben op de algemene vergadering – ook nu weer – geen enkele informatie gekregen, noch omtrent de wijze waarop dit onderzoek werd gevoerd maar vooral ook niet omtrent de werkelijke redenen voor de geweigerde verkoop (gezien het onbetwistbaar grote algemene belang toch: het Defensiefonds financieren).
- Dat die belangen zowel als de geldnood werkelijk groot zijn werd enkele dagen nadien bewezen: de raad van bestuur van Belfius werd door haar enige aandeelhouder de arm omgewrongen om het reeds afgesproken dividend te verdubbelen tot 1 miljard euro, wat waarschijnlijk de strategische beleidsplannen toch enigszins gewijzigd heeft … Men betreurt het bij Belfius wellicht dat de goudactiva inderdaad niet de werkelijke eigendom zijn van de Belgische Staat (..)
Maar WAT kan dan toch wel van voldoende belang zijn geweest, wat waren de werkelijke redenen om “het gevoerde onderzoek” stop te zetten?

Met de financiering van een Defensiefonds is het algemeen belang onbetwistbaar betrokken, en bovendien staat de goudprijs op een historische recordkoers (waardoor belangrijke meerwaarden kunnen worden gerealiseerd).
Waarom wijzen “de bewaarders en beheerders van de goudactiva” dan eerst op de miljarden meerwaarden, maar verzetten ze zich daarna tegen een gedeeltelijke verkoop van goudactiva, zoals het hun dagelijkse opdracht is om altijd het algemeen belang voorop te stellen? Met het Artikel 9bis werd er immers voor absolute rechtszekerheid gezorgd, en dus blijft de vraag:
Wat maakt dat een Defensiefonds in 2025 nu NIET meer kan worden gefinancierd met de gerealiseerde meerwaarden op goudactiva? Wat bij de toetreding tot het ESCB en voor de financiering van een Zilverfonds toch geen enkel probleem stelde?
Vooraf: eigenlijk was er ook bij de financiering van het Zilverfonds (in 2001) reeds een duidelijk probleem op te lossen

Extract uit de Wet van 10 december 2001
Artikel 5. In afwijking van artikel 30, eerste lid, eerste zin, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, wordt de meerwaarde van 177.114.565,58 euro, die is gerealiseerd naar aanleiding van DE OVERDRACHT van activa in goud naar de Europese Centrale Bank, aan de Staat gestort, die dit bedrag bestemt voor de financiering van het Zilverfonds.
Advies van de Europese Centrale Bank van 26 juni 2001 (CON/2001/15)


In het randnummer 10 van dit Advies bevestigt de ECB dat 1) “de overdracht van goud van de NBB naar de ECB ten belope van 177.114.566 euro” zou leiden tot gerealiseerde meerwaarden, die 2) om deze reden mogen worden opgenomen in de verlies- en winstrekening en onderwerp zijn van uitdeling.”
“Overdrachten van goudactiva”, en de bepalingen van de Organieke Wet (..)
Het Artikel 30 van de Organieke Wet
- De meerwaarde die door de Bank wordt gerealiseerd naar aanleiding van arbitragetransacties van activa in goud tegen andere externe reservebestanddelen wordt geboekt op een bijzondere onbeschikbare reserverekening.
- Zij is vrijgesteld van alle belasting.
- Ingeval evenwel sommige externe reservebestanddelen worden gearbitrageerd tegen goud, wordt het verschil tussen de aanschafprijs van dat goud en de gemiddelde verkrijgingsprijs van de bestaande goudvoorraad in mindering gebracht van het bedrag van die bijzondere rekening.
- De netto-opbrengst van de activa die de tegenpost vormen van de in het eerste lid bedoelde meerwaarde, wordt aan de Staat toegekend.
- De externe reservebestanddelen, verworven ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde transacties, zijn gedekt door de Staatsgarantie bedoeld in artikel 9, tweede lid, van deze wet.
- De regels voor de toepassing van de in de vorenstaande alinea’s opgenomen bepalingen worden vastgesteld bij overeenkomsten die tussen de Staat en de Bank zullen worden gesloten. Deze overeenkomsten worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

De balans van de Nationale Bank van België (31/12/2024):
De rubrieken 1 (Goudactiva) en 2 (Deviezenvoorraad), de twee componenten van “de officiële externe reserve-activa“.
Lager op het actief van de balans is de rubriek 8.2 terug te vinden: de rentedragende vordering van de NBB op de ECB uit hoofde van de overdracht van externe reserves.
De Belgische Wetgever heeft in het Artikel 30 van de Organieke Wet heel duidelijk bepaald dat uitsluitend de meerwaarden op de goudactiva, gerealiseerd naar aanleiding van arbitragetransacties tegen andere externe reservebestanddelen (de deviezenvoorraad dus), in de passiefbalansrubriek “de Onbeschikbare reserverekening” moeten worden geboekt. Om het vermogen van de centrale bank niet negatief aan te tasten door uitkeringen van deze meerwaarden aan de aandeelhouders. De balansrubriek “8.2 Rentedragende vordering van de NBB op de ECB uit hoofde van de overdracht van externe reserves” is uitdrukkelijke gesteld GEEN COMPONENT VAN DE EXTERNE RESERVE-ACTIVA.
De bestemming van de gerealiseerde meerwaarden over de overdracht van goudactiva naar de ECB roept dan toch vragen op (..)

Het jaarverslag van de NBB over boekjaar 1999 (pagina 79)
Toelichting bij de jaarrekening (Activa) 1. Goud en goudvorderingen
” Per 31 december 1999 bedraagt de goudvoorraad, inclusief de goudvorderingen, 258,1 ton, d.i. een daling met 38,1 ton ten opzichte van 1 januari 1999. Deze vermindering van de goudvoorraad is toe te schrijven aan:
de OVERDRACHT, tegen een vordering IN EURO, van 27,1 ton goud, tegen marktwaarde, aan de Europese Centrale Bank, overeenkomstig Artikel 30 van de ESCB/ECB-statuten,
de overdracht, eveneens tegen een vordering in euro, van 11 ton goud, tegen de historische kostprijs, aan de Banque Centrale du Luxembourg, ingevolge de wet van 13 mei 1999 houdende instemming met het Intergouvernementeel Akkoord en Uitvoerings-protocol over een gemeenschappelijke interpretatie van de Protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg, en ten slotte een verkoop van 25 kg goud tegen marktwaarde aan de Koninklijke Munt van België.
De meerwaarden voortvloeiend uit de goudoverdracht aan de ECB belopen 177,1 miljoen euro. Ze stemmen overeen met het verschil tussen de marktwaarde en de gemiddelde historische aanschaffingswaarde van het overgedragen goud.
Overeenkomstig Artikel 30 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het Organiek Statuut van de Bank werden deze meerwaarden geboekt op een bijzondere onbeschikbare reserverekening, opgenomen onder subpost 9.3 “Overige Passiva, andere posten”.
Het jaarverslag van de NBB over boekjaar 1999 (pagina 90)
Toelichting bij de jaarrekening (Passiva) 9.3 Andere posten
Deze subpost omvat DE SCHULDEN met betrekking tot (…), de door de Bank naar aanleiding van arbitragetransacties van activa in goud tegen andere externe reservebestanddelen gerealiseerde meerwaarde, die krachtens Artikel 30 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België op een bijzonder onbeschikbare reserverekening (177,1 miljoen) is geboekt, (…)
In de toelichtingen van hetzelfde jaarverslag over hetzelfde boekjaar heeft het bestuur van de NBB het enerzijds over “meerwaarden gerealiseerd als gevolg van een overdracht van goudactiva tegen een vordering”, en anderzijds over “meerwaarden gerealiseerd naar aanleiding van arbitragetransacties van goud tegen andere reservebestanddelen”.
De activapost “8.2 Rentedragende vordering op de ECB uit hoofde van de overdracht van externe reserves” maakt geen component uit van de externe reserve-activa, en dus werden de meerwaarden krachtens het Artikel 30 absoluut ten onrechte in de Onbeschikbare Reserverekening geboekt.

Het jaarverslag van de NBB over boekjaar 2002 (pagina’ 105 en 106)
Toelichting bij de jaarrekening (Passiva) 10.3 Diversen
Deze subpost omvat DE SCHULDEN met betrekking tot (…). De vermindering van deze subpost is hoofdzakelijk het resultaat van de storting AAN DE STAAT, krachtens de wet van 10 december 2001 betreffende de definitieve omschakeling op de euro, van de vroeger gerealiseerde meerwaarde ten gevolge van ARBITRAGEVERRICHTINGEN van activa in goud, welke meerwaarde geboekt was op een speciale onbeschikbare reserverekening (177,1 miljoen), (…)
De meerwaarden van wat nooit een arbitrageverrichting is geweest, en zowel door de Belgische Wetgever (in de Wet van 10 december 2001) als door de Europese Centrale Bank (in haar advies van 26 juni 2001) werd beoordeeld als “een overdracht van goudactiva tegenover een rentedragende vordering”, werden door het bestuur toch 1) krachtens Artikel 30 in de Onbeschikbare Reserverekening geboekt, om 2) zonder respect voor de Statutair bepaalde vermogensrechten van de aandeelhouders (krachtens de wet van 10 december 2001) aan de Belgische Staat te worden gestort.
En nochtans bevestigde Directeur Tom Dechaene op de algemene vergadering van 17 mei 2016 (..)

In antwoord op de volgende vraag vanwege de private minderheidsaandeelhouders:
Wanneer de Nationale Bank van België goudactiva verkoopt, een eigen actief van de vennootschap en verworven met vermogen van de vennootschap, en:
- er is geen sprake van een arbitrage naar andere externe reservebestanddelen (Artikel 30),
- er is ook geen sprake van een verkoop van goudactiva aan de Koninklijke Munt (Artikel 37),
- het gaat over een gewone omzetting van dit eigen actief naar een ander actief in euro,
- en er worden bij deze transactie meerwaarden gerealiseerd:
en er worden bij deze transactie meerwaarden over de goudactiva gerealiseerd, op welke manier zal de Directieraad deze gerealiseerde meerwaarden dan bestemmen?
Dan worden deze gerealiseerde meerwaarden gewoon opgenomen in ” het lopend resultaat ” van dat jaar. En dan zal de Regentenraad deze meerwaarden bestemmen, ofwel naar de Beschikbare reserverekening, ofwel als een aan de aandeelhouders uit te keren dividend.
1) De Directie- en Regentenraad hebben (per 27 maart 2024) het kapitaalbeleid gewijzigd

De miljardenverliezen hebben alle financiële buffers weggeslagen, en het bestuur van de NBB verwacht de komende boekjaren een negatieve kapitaalpositie van een 3,5 miljard euro uit te bouwen vooraleer opnieuw eventueel winstgevend te kunnen worden.
Afgaande op de verwachtingen vanwege de Directieraad van de Nationale Bank van België kunnen er een tiental boekjaren verlopen vooraleer er voldoende winstgevendheid zal zijn om de financiële buffers opnieuw tot het niveau van zelfs maar de minimumreserves, laat staan de gewenste reserves, te kunnen heropbouwen. Al die jaren zal de gemeenschap (de Belgische Soevereine Staat) zelfs geen enkel aandeel in ‘de seigneuriage’ mogen ontvangen, zal die mee naar de beschikbare reserves worden bestemd om de door de ECB opgelegde financiële onafhankelijkheid van de NBB te waarborgen.
De kernpunten van het gewijzigde kapitaalbeleid, hier van belang:
- De reserves worden gebruikt om de verliezen op te vangen,
- na de totale uitputting van de reserves zullen de bijkomende verliezen volledig worden overgedragen,
- (als gevolg van de boekhoudregels) wordt na elke afboeking van de reserves het overeenstemmende bedrag aan effecten uit de Statutaire Portefeuille verkocht,
- zolang er overgedragen verliezen zijn, wordt de winst volledig aangewend om deze verliezen aan te zuiveren,
- zodra de overgedragen verliezen zijn aangezuiverd, worden de winsten volledig aangewend om de reserves opnieuw op te bouwen,
- Als de reserves lager liggen dan het minimumniveau (nu bepaald op 7,5 miljard euro), wordt de volledige winst aan de reserves toegevoegd (met uitzondering van het bedrag dat nodig is om het eerste en tweede dividend aan de aandeelhouders toe te kennen,
- zolang de reserves het minimumniveau niet hebben bereikt, wordt er geen saldo aan de Staat toegewezen.
De regels van het verdrag, in relatie tot en van belang voor dit gewijzigde kapitaalbeleid
Winsten mogen slechts worden uitgekeerd nadat alle overgedragen gecumuleerde financiële verliezen weggewerkt zijn en alle financiële buffers, noodzakelijk bevonden om alle opdrachten in alle onafhankelijkheid te kunnen uitvoeren, zijn aangelegd. Tijdelijke of voor een bepaald doel gecreëerde wetgeving met betrekking tot de winstuitkering van een Nationale Centrale Bank is niet toegelaten. Net zo min als het heffen van een belasting op niet gerealiseerde winsten of meerwaarden, wat eveneens een aantasting van de financiële onafhankelijkheid zou inhouden. (Convergentieverslag van de ECB – juni 2022 , pagina 28)
De optelsom dus van de dwingende regels van de ECB enerzijds, en van het gewijzigde kapitaalbeleid anderzijds
De Directie- en Regentenraad hebben (op 27 maart 2024) het kapitaalbeleid van de NBB gewoon afgestemd op de te respecteren regelgeving van de Europese Centrale Bank. En, in relatie tot het stopgezette onderzoek vanwege de regering:
elke euro van de 21 miljard euro te realiseren meerwaarden op de goudactiva moet 1) verplicht via de resultatenrekening van de vennootschap gaan, 2) en maakt op die manier onderdeel uit van de globale te bestemmen jaarwinst, 3) waarbij de belangen van de vennootschap en de financiële onafhankelijkheid moeten worden voorop gesteld.
Wanneer de Directieraad verwacht eerst een 3,5 miljard euro gecumuleerde verliezen uit te bouwen, die negatieve kapitaalpositie daarna eerst zal moeten wegwerken om vervolgens eerst de noodzakelijke minimumreserves (per 31/12/2024 op 5,2 miljard euro geschat) opnieuw op te bouwen en daarna de eventuele winsten bijkomend te reserveren tot “het gewenste niveau” (van 10,5 miljard euro) werd bereikt,
dan moet het duidelijk zijn waarom het ingestelde onderzoek reeds na enkele dagen reeds werd stopgezet? Gezien de vertegenwoordiging van de Belgische Staat aan de Directie- en Regentenraadstafel is het vrij ongeloofwaardig dat een Minister van Financiën zelfs maar “een dergelijk onderzoek” zou hebben gestart? Zo wanhopig wordt zelfs een Belgische toestand toch nooit?
Zelfs wanneer ook de regering van Bart De Wever een Defensiefonds zou willen financieren met meerwaarden gerealiseerd op de goudactiva van de Nationale Bank van België, en deze meerwaarden naar een totaal fout voorbeeld van het Zilverfonds opnieuw zonder respect voor de statutaire bepalingen niet zou verdelen over alle aandeelhouders, dan nog zouden “de bewaarders en beheerders van de goudactiva” de totale goudvoorraad moeten verkopen.
Opdat er van de 21 miljard meerwaarden, na de opgelegde reservering van een 15 miljard euro, nog enig saldo uit te keren valt.
2) De NBB is volledig geïntegreerd in het ESCB, en moet dus ook in deze de regels van het Verdrag en van de ECB zonder meer respecteren

De NBB verduidelijkte zelf reeds één en ander, in haar persbericht van 19 maart 2025
De NBB beklemtoont dat alleen de Directieraad van de NBB beslist over de aan- en verkoop van goudactiva, en verwijst hierbij naar haar onafhankelijkheid, zoals bepaald in de Europese Verdragen.
Men zou kunnen veronderstellen dat de regering gewoon wat geduld had moeten hebben, tot de Directieraad zelf het initiatief voor een verkoop had genomen? En de transactie daarna als “een heel mooie winstneming op haar goudactiva” in de media had gebracht, om vervolgens de meerwaarden dan aan de eigenaar van de activa over te dragen?
Maar zoals steeds blijft de communicatie totaal ontoereikend. Heel bewust.
Een belangrijke reden voor de weigering tot verderzetting van het onderzoek voor een verkoop van goudactiva is zonder meer dezelfde als de reden voor de aanpassing van het kapitaalbeleid op 27 maart 2024:
het waarborgen van de continuïteit en de (financiële) onafhankelijkheid van een nationale centrale bank, zoals bepaald in de convergentieverslagen van de Europese Centrale Bank.
Gezien de Directie- en Regentenraad het absoluut willen vermijden te moeten communiceren en informeren omtrent de omvang en de componenten van het eigen vermogen van de NBB, elke transparantie en verantwoording gewoonweg weigeren, moeten wij zelf de logische verklaring brengen. Aan de Directie (en toezichthouder) om deze te weerleggen.
De regelgeving omtrent de financiële onafhankelijkheid van een Nationale Centrale Bank volledig geïntegreerd in het ESCB

Uit het beginsel van financiële onafhankelijkheid (in artikel 130 VWEU) volgt dat alle inkomsten die een nationale centrale bank realiseert door het beheer van de officiële externe reserve-activa, waaronder de goudactiva, alleen verdeeld kunnen worden onder de aandeelhouders volgens het normale winstverdelingsproces zoals bepaald in de toepasselijke wettelijke en statutaire bepalingen. Te weten Artikel 32 van de Organieke Wet.
EN slechts nadat er voldoende reserves zijn opgebouwd om de nationale centrale bank toe te laten zijn taken in volledige onafhankelijkheid uit te oefenen.
De Artikels 30 en 32 van de Organieke Wet a contrario samengelezen houdt in dat, wanneer de NBB meerwaarden realiseert over de goudactiva op elke andere manier dan via een arbitrage naar andere componenten van haar officiële externe reserve-activa, deze meerwaarden worden bestemd en verdeeld als een deel van de globale jaarwinst. Geen enkele geldende wettelijke of statutaire bepaling legt een andere bestemming op.
De regelgeving omtrent het beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudactiva)

Eerder kreeg de Italiaanse regering reeds een overduidelijk advies van de ECB

Deze verschillende regels, waar de Europese Centrale Bank in dit Advies op wijst, zijn zonder meer ook door de Directieraad van de Nationale Bank van België VERPLICHT te respecteren. Zonder passende communicatie noch verantwoording heeft de Directieraad met deze verplichtingen reeds rekening gehouden, dit door het kapitaalbeleid op 27 maart 2024 aan te passen.
Bij de realisatie van meerwaarden over de goudactiva, beweerde eigendom van de Belgische Staat, zullen de meerwaarden onvermijdelijk worden toegevoegd aan het vermogen van de vennootschap en haar aandeelhouders. Op welke manier dergelijke meerwaarden ook zullen worden gerealiseerd: een verkoop, een overdracht van goudactiva aan de ECB, …
Zal de ECB de Minister van Financiën nu streng terechtwijzen? Om een voorbeeld te stellen?

De regels van het Verdrag, in relatie tot het initiatief
Het verbod dat geen enkel bestuursorgaan met beslissingsbevoegdheden van een Nationale Centrale Bank instructies zou vragen aan, of krijgen van een regering.
Het is de regeringen van de lidstaten ten strengste verboden de bestuursorganen van een Nationale Centrale Bank of van de ECB te beïnvloeden in het autonome beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudreserves). (randnummer 3.4 pagina 8 van het Convergentieverslag van de ECB van juni 2022).
Zou het kunnen zijn dat de bestuursorganen van de Nationale Bank van België het in een officieel persbericht zo laten uitschijnen dat “zij het via persartikels hebben vernomen” dat onze Minister van Financiën (de regering) “een deel van de goudactiva ten gelde zou willen maken”? Om onze Minister en regering een verdiende zware reprimande vanwege de ECB te besparen?
Zou er tussen de regering (de overheid, de kabinetten) niet met de Gouverneur, met werkelijk niemand van de Directieraad of de Regentenraad ook maar enig contact zijn geweest in dit beweerde onderzoek om goudactiva te verkopen? Het gaat hier natuurlijk slechts over “een streng verbod vanwege de ECB”, dit sui generis bestuur schrikt er zelfs niet meer voor terug om internationaal geldende wetgeving gewoon naast zich te leggen.
Waarom een “onderzoek voeren” om de meerwaarden over eigen goudactiva in de eigen Belgische Schatkist te laten storten?

De regering van Bart De Wever heeft initiatieven genomen welke door de Europese Centrale Bank en in het Verdrag ten strengste verboden zijn? Een directieraad van een nationale centrale bank benaderen om goudactiva ten gelde te maken, en op die manier het risico lopen op een ernstige reprimande vanwege de ECB ?
Maar waarom dan toch? Een structurele en steeds groter wordende geldhonger, ja natuurlijk. Maar men heeft nu “een onderzoek” moeten stopzetten, terwijl … de goudmeerwaarden “bij wet geregeld zo maar voor het oprapen liggen”? Werd de Minister van Financiën dan niet goed geadviseerd door de Directieraad van de Nationale Bank van België?
Of integendeel, juist wel? Maar, in dat geval, laten zowel het verantwoordelijke bestuursorgaan van onze centrale bank als onze Minister van Financiën het – ook nu weer – na om alle regels van het Verdrag nauwgezet na te leven?
Het Artikel 37 van de Organieke Wet

Behalve het Artikel 9bis (“de goud- en deviezenactiva zijn van de Belgische Staat”) en het Artikel 30 (“meerwaarden op goudactiva gerealiseerd via arbitrages naar de deviezenvoorraad zijn niet uitkeerbaar aan de aandeelhouders, dienen verplicht te worden geboekt in een onbeschikbare reserverekening”) valt er slechts één andere bepaling met betrekking tot de goudactiva in de Organieke Wet terug te vinden: het Artikel 37.
Een “overgangsbepaling”, uit 1987 en die terug zou gaan tot bepalingen uit een reeds geschrapt artikel 20bis van 1939 .. Maar die vandaag nog steeds in de Organieke Wet staat, en dus van toepassing is maar waarover toch één en ander moet worden opgemerkt.
Dit Artikel 37 van de Organieke Wet legt de Directieraad van de Nationale Bank van België niets meer op dan een bepaalde hoeveelheid goudactiva ter beschikking te houden voor de Belgische Staat, voornamelijk (“inzonderheid”) voor de uitgifte van gouden herdenkingsmunten, en de meerwaarde af te staan aan de Schatkist. Het komt de Directieraad van de NBB niet toe om (op basis van deze wet) het werkelijke gebruik door de Belgische Staat te controleren: NIET wat betreft de effectieve uitgifte van herdenkingsmunten, NIET wat betreft de aanwending van de totaal aangekochte hoeveelheid goudactiva voor dat doel, NIET wat betreft de timing van het slaan en uitgeven van munten. De Belgische Staat zou waarschijnlijk (zelfs niet verplicht via de Koninklijke Munt?) de totale resterende hoeveelheid (nu nog 9 ton) kunnen aankopen, slechts een deel van de goudactiva gebruiken voor de (onmiddellijke) uitgifte van munten (en een deel later aanwenden?), en daarnaast ook enkele tonnen goudactiva doorverkopen?
Van het allerhoogste belang voor het bestuur van de NBB: ” De Wet is de Wet ! “

Vanaf het moment dat de Belgische wetgever de regels voor de winstbestemming in 2009 heeft gewijzigd, was de wettelijke verplichting voor de vennootschap om jaarlijks 24,4 miljoen euro “compensatie voor meeruitgaven” te betalen aan de Belgische Staat eigenlijk onterecht. De Gouverneur en de Directieraad van de NBB erkenden dit feit, de private minderheidsaandeelhouders bleven aandringen om deze betalingen te stoppen, voorvechter (wijlen) Erik Geenen maakte hier een jaarlijks strijdpunt van. Tevergeefs werd gevraagd opdat het bestuur de Wetgever zou aanzetten tot herstellend wetgevend werk, en in afwachting deze bedragen eventueel zou boeken als een voorziening (eventueel een mogelijke schuld aan de Staat). Tot op vandaag maakt de NBB nog steeds dit bedrag over aan haar meerderheidsaandeelhouder.
Het mocht dus allemaal niet baten, het antwoord van Gouverneur Guy Quaden was steevast: ” de oûwet is de oûwet, en die moet ieder van ons altijd respecteren. ” De private minderheidsaandeelhouders moesten dus (verstaan en) begrijpen dat de Wet altijd en door iedereen moet worden gerespecteerd en uitgevoerd.

Hoe ernstig de Directieraad van de Nationale Bank van België het meent met het respect en de naleving van onze wetgeving wordt inderdaad bewezen met dit voorbeeld. Vanaf het boekjaar 2009 tot op vandaag “kan de Directie niet anders dan deze betalingen te blijven uitvoeren”:
16 boekjaren een bedrag van 24,4 miljoen euro, ofwel 390,4 miljoen euro onterecht gestort in de Schatkist ! Directrice Thiry stelde de aandeelhouders gerust op de algemene vergadering van 19 mei 2025: de regering van Bart De Wever zou de schrapping van deze wettelijke verplichting in september doorvoeren.
Wanneer een regering de Directieraad van de Nationale Bank van België verplicht om 9 ton goudactiva en een miljard euro meerwaarden af te staan, omdat “de wet de wet is” en het Artikel 37 dit uitdrukkelijk oplegt, dan zal die wet worden gerespecteerd! Ondanks de onbetwistbare autonomie en onafhankelijkheid van de Directieraad.
Als “een overgangsbepaling” is het Artikel 37 nog steeds Wet, en bijgevolg verplicht door de Directieraad van de NBB na te leven


De beslissingsorganen van de Nationale Bank van België houden wel degelijk rekening met de bepalingen en verplichtingen verbonden aan dit Artikel 37.
In het jaarverslag over het boekjaar 2024 worden (op de pagina’s 180 en 184) de nevenstaande toelichtingen gegeven:
- Het Artikel 37 is nog steeds van toepassing,
- per balansdatum van 31 december 2024 moet de NBB nog 8.977 kilogram (9 ton) beschikbaar houden, om af te staan voor de uitgifte door de Staat van verzamelaars- of herdenkingsmunten,
- tegen de marktprijs van goud per balansdatum (80.732,73 euro) betekent dit een bedrag van 724,74 miljoen euro,
- gezien de historische kostprijs van de goudactiva van de NBB slechts 1.394 euro bedraagt komt de aan de Staat over te dragen meerwaarde uit op niet minder dan 712,22 miljoen euro.
Tegen de goudkoers op het moment van “het onderzoek” kwam de over te dragen meerwaarde uit op 815 miljoen euro.
Midden september 2025 staat de goudkoers op 102.000,00 euro, en zou de aan de Staat over te dragen meerwaarde uitkomen op 900 miljoen euro.
De laatste afstand van goudactiva (en meerwaarden aan de Belgische Staat) dateert van .. het boekjaar 2015?


Na deze verkoop van 24,9 kilogram goud, tegen marktprijs aan de Koninklijke Munt, is de goudvoorraad per balansdatum 31/12/2015 tot op balansdatum 31/12/2024 onveranderd: 227.402,4 kilogram.
De gerealiseerde meerwaarde over deze verkoop van 24,9 kilogram werd afgestaan aan de Belgische Staat: 0,8 miljoen euro.
Omdat de Koninklijke Munt sedert 2015 geen gouden herdenkingsmunten meer uitgegeven heeft?

Elke burger van ons land weet dat onze Belgische Staat structurele geldproblemen heeft, de opeenvolgende regeringen ook zonder een Defensiefonds voortdurend op zoek is naar enkele miljarden euro’s.
Gezien de ingevoerde en nog steeds van toepassing zijnde wetgeving en de duidelijke bedoelingen om de Belgische Schatkist te spijzen enerzijds, en de vaststelling dat de Nationale Bank van België van de opgelegde hoeveelheid goudactiva nog steeds 8.977 kilogram (9 ton) ter beschikking houdt anderzijds, moet het verwonderen dat de Koninklijke Munt tot het boekjaar 2015 nagenoeg jaarlijks een deel goudactiva aankocht bij de NBB maar daarna nooit meer.
En zou men kunnen veronderstellen dat de Koninklijke Munt geen gouden herdenkingsmunten meer heeft uitgegeven?
Er zijn altijd wel gelegenheden om herdenkingsmunten te slaan


Op de webpagina van de Koninklijke Munt werd informatie ter beschikking gesteld over de uitgifte “25 jarig huwelijksjubileum Koningspaar” van eind 2024. En ook dat de Koninklijke Munt jaarlijks gouden munten uitgeeft.
Ook in 2025 nog, wanneer onze Koning Filip 65 jaar is geworden


Dit jaar wordt de 175e verjaardag van de oprichting van onze onafhankelijke centrale bank gevierd, ons land viert 80 jaar vrede, …
Tien boekjaren geen beroep gedaan op het Artikel 37? Maar nu de opmaak van een begroting samenvalt met de hernieuwing van een gunning (..)

De Koninklijke Munt van België heeft (in 2018) de muntslag uitbesteed aan de Koninklijke Nederlandse Munt. Een beleidsbeslissing, ingegeven door kostenoverwegingen (omtrent het slaan van de circulatiemunten), net zoals de Nationale Bank van België ook het drukken van haar bankbiljetten niet langer zelf uitvoert.
De uitbesteding van de muntslag aan de Koninklijke Nederlandse Munt
De productie werd stopgezet omdat de vaste kosten te hoog opliepen. Volgens de toenmalige Minister van Financiën zou er een jaarlijkse kostenbesparing van een 3 miljoen euro worden gerealiseerd.
De toegekende opdracht loopt af op 31 december 2025, en de Koninklijke Munt van België (een afdeling van de Thesaurie, departement van het Ministerie van Financiën) en onze Minister van Financiën hebben nieuwe overheidsopdrachten gelanceerd voor de periode 2026-2029.
Gezien de heel moeilijke zoektocht naar vele miljarden euro’s voor onze federale begroting enerzijds, en het enorme bedrag aan te realiseren meerwaarden over de goudactiva anderzijds (nagenoeg 1 miljard euro half oktober 2025) zal onze Minister van Financiën dit MILJARD EURO zekere ontvangsten toch inschrijven in de begroting? En het als een voor de kandidaten verplicht te vervullen voorwaarde stellen dat zij zich voor de nodige goudactiva VERPLICHT moeten richten tot de Nationale Bank van België? Om dit miljard euro meerwaarden te realiseren via het Artikel 37 van de Organieke Wet?
Middels bestaande wetgeving 900 miljoen euro zo maar in de Schatkist krijgen, maar toch liever een commerciële bank beroven?

Het Artikel 37 van de Organieke Wet bepaalt helemaal niets met betrekking tot de opvragingsmodaliteiten van goudactiva door de Koninklijke Munt. Geen beperking in hoeveelheden per boekjaar, geen verplichting tot onmiddellijke aanwending voor uit te geven munten, .. De Nationale Bank van België heeft enkel de wettelijke verplichting om nog 8.977 kilogram goudactiva te verkopen aan Koninklijke Munt, volgens de jaarverslagen “tegen marktprijs”.
Zowel ” het algemeen belang ” is onbetwistbaar betrokken, en de geldnood van onze Staat is onveranderd groot. Wanneer het enige alternatief zou zijn om een commerciële bank als Belfius (waarvan men momenteel nog de enige aandeelhouder is) toch even in de problemen te brengen door het bestuur te verplichten om zowel dit boekjaar als het volgende nagenoeg de volledige jaarwinsten als dividend uit te keren,
WAAROM laat de NBB dan een woordvoerder een absoluut foute communicatie voeren in de populaire media? Een absoluut marktmisbruik.
WAAROM benadert men dan de verondersteld onafhankelijke Directieraad van onze Nationale Centrale Bank met “de vraag” om goudactiva te verkopen, wanneer dit door de ECB streng verboden wordt?
WAAROM vraagt de regering van Bart De Wever niet gewoonweg de levering van het saldo goudactiva, met afstand van 900 miljoen euro gerealiseerde meerwaarden aan de Belgische Schatkist? Zoals het middels het Artikel 37 van de Organieke Wet reeds zolang door de Belgische Wetgever werd geregeld?
Immers, er werd 10 boekjaren helemaal niks opgevraagd, en vooral: ” DE WET IS TOCH DE WET ” ?
Ongetwijfeld moet ook hier de werkelijke redenen worden gezocht bij de regelgeving van de Europese Centrale Bank?

Het verbod instructies te krijgen van een regering
Het verbod dat geen enkel bestuursorgaan met beslissingsbevoegdheden van een Nationale Centrale Bank instructies zou vragen aan of krijgen van een regering. Het is de regeringen van de lidstaten ten strengste verboden de bestuursorganen van een NCB of de ECB te beïnvloeden in het autonome beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudreserves). (randnummer 3.4 pagina 8)
Op welke manier kan een regering de bestuursorganen van de Nationale Bank van België in het autonome beheer van haar goudactiva meer beïnvloeden dan via wetgeving? Bij wet de centrale bank verplichten om een belangrijk deel van haar goudactiva af te staan? Op eender welk moment, tegen een op dat moment geldende marktprijs? En dan bovendien ook nog eens de aangroei van het vermogen van de vennootschap, belegd in deze goudactiva, gewoonweg afstaan aan de regering?
De Europese Centrale Bank heeft het in dit verband over “ten strengste verboden” zijn. De Belgische wetgever heeft wat het Artikel 37 van de Organieke Wet betreft er nog een hele schep bovenop gedaan.
De bestuursorganen van de NBB kennen ongetwijfeld de regelgeving van de ECB
De bestuursorganen van de Nationale Bank van België zowel als de Minister van Financiën beseffen natuurlijk ten volle dat het Artikel 37 van de Organieke Wet een ten strengste verboden beïnvloeding en inmenging in het autonome beheer van de goudactiva van de NBB inhoudt.
Dat is meteen de enige reden om nu reeds 10 boekjaren lang geen enkel beroep meer te hebben gedaan op deze wettelijke bepaling, en deze belangrijke financiële voordelen gewoon aan zich hebben laten voorbijgaan. En ook nu, in heel grote financieringsnood, zelfs 900 miljoen euro gewoon laten liggen.
Maar daarbij dan nog eens de regelgeving van de ECB gewoon naast zich leggen?
Indien statutaire bepalingen of nationale wetgeving niet compatibel of tegenstrijdig zijn met de regels van het Verdrag, dan moeten deze tegenstrijdige bepalingen worden bijgesteld wanneer ze de financiële onafhankelijkheid van de Nationale Centrale Bank in het gedrang brengen (randnummer 2.2.2 pagina 18).
Het over “tegenstrijdigheden” hebben tussen de nationale wetgeving en de regels van het Verdrag, wanneer we het hebben over het Artikel 37 van de Organieke Wet, en dan vooral in het kader van financiële onafhankelijkheid in tijden van miljardenverliezen en jarenlange negatieve kapitaalposities, is werkelijk een eufemisme.


Only in Belgium !!
Even samenvatten dan toch.
De woordvoerder van een beursgenoteerde vennootschap stelt op ondubbelzinnige wijze in de populaire media dat het enkel de regering is die beslist over aan- en verkopen van de goudactiva die de NBB op haar balans tot uiting brengt. ” Bij de Nationale Bank van België doet men er niet geheimzinnig over .. “, de journalist geciteerd.
Enkele dagen later moet diezelfde woordvoerder van diezelfde genoteerde centrale bank een persbericht uitgeven waarin deze standpunten volledig worden tegengesproken: ” het Directiecomité van de Bank is bevoegd om beslissingen te nemen inzake het beheer van de externe reserves en dit doet in volle autonomie, in acht genomen het Europeesrechtelijk verankerde beginsel van centrale-bankonafhankelijkheid ”.
Vanaf eind de jaren 90 moest de Belgische Wetgever alle statutaire bepalingen of nationale wetgeving, die niet compatibel of tegenstrijdig zijn met de regels van het Verdrag, bijstellen wanneer ze de financiële onafhankelijkheid van de Nationale Centrale Bank in het gedrang brengen. Het is de regeringen van de lidstaten immers ten strengste verboden de bestuursorganen van een NCB of de ECB te beïnvloeden in het autonome beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudreserves). Tot het boekjaar 2015 heeft de Directieraad van de NBB, “door de wet verplicht” en in alle stilte in het uitsluitende voordeel van de (wetgevende) meerderheidsaandeelhouder verder gebruik gemaakt van het Artikel 37. Om toch nog maar wat euro’s in de Schatkist van die aandeelhouder te storten?
En vanaf het boekjaar 2015 maakt men er niet langer gebruik van maar laat men, tot op vandaag en nog steeds in alle stilte, deze wettelijke bepaling nog altijd verder bestaan? Omdat men oordeelt dat dit Artikel 37 het autonome en onafhankelijke beheer van de goudactiva door de Directieraad niet kan hinderen? Een wet die de Directieraad van de Nationale Bank, om op het even welk ongelegen moment, kan verplichten om goudactiva van de vennootschap te verkopen? En daar bovenop ook nog eens EEN MILJARD EURO vermogen belegd in die goudactiva in de Schatkist van de meerderheidsaandeelhouder te storten? Op het moment dat de vennootschap een negatieve kapitaalpositie heeft, voor miljarden euro’s? Op welke manier kan een regering de Directieraad nog meer hinderen in dat onafhankelijke beheer, en de financiële onafhankelijkheid van onze centrale bank in een nog meer rampzalige toestand te brengen? Een andere manier dan dit alles bij reeds bestaande en ten strengste verboden wetgeving op te leggen?
Alleen bij de centrale bank van België !!
Ten strengste verboden regelgeving van de ECB in alle stilte laten verder bestaan, en zo opnieuw die regelgeving overtreden? De NBB kan dat!?

Foute wetgeving (“overgangsbepalingen”) omtrent de goudactiva van de Nationale Bank van België gewoon laten bestaan, in alle stilte door er jarenlang gewoon geen gebruik meer van te maken, heeft dezelfde oorzaak als de weigering om (naar het voorbeeld van De Nederlandsche Bank) volledig te beantwoorden aan alle evidente en wettelijke informatieverplichtingen.
De bestuursorganen van de Nationale Bank van België willen het, ten koste van alles, vermijden te moeten spreken over de rechten over het vermogen van de vennootschap belegd in de goud- en deviezenactiva. Een Memorie van Toelichting bij herstellend wetgevend werk zou zeker enige verantwoording en transparantie noodzakelijk maken.

Op de algemene vergadering van 19 mei 2025, na het door de regering van Bart De Wever gevoerde onderzoek om goudactiva van de Nationale Bank van België te verkopen, werd de Directieraad gevraagd waarom men de regering niet had voorgesteld om gebruik te maken van het Artikel 37. Het aandringen om deze schriftelijke vragen te beantwoorden bleef, zoals steeds, zonder enig gevolg.
De enige reactie van de Gouverneur en directeur Hermans was een lacherig grapje: “dank u wel voor de vragen, breng ons niet op ideeën mijnheer Van Der Gucht”.
De private minderheidsaandeelhouders kunnen dit soort humor vanwege de Directie- en Regentenraad reeds lang niet meer waarderen.
Communicatie, marktmisbruiken en
de toezichthouder (FSMA)
Als je niet verantwoordelijk gehouden wil worden voor de financiële situatie, dan is het eerste wat je doet verbergen wat er aan de hand is.
(Een kaderlid van de Nationale Bank van België, geciteerd uit een onderzoek omtrent een ander schandaaldossier, gepubliceerd in De Tijd)
De redenen voor de Directieraad van de Nationale Bank van België om de informatieverplichtingen niet te respecteren:
In het verleden heeft de Nationale Bank van België werkelijk belangrijke hoeveelheden van haar goudactiva verkocht, via arbitragetransacties naar haar deviezenvoorraad. De gerealiseerde meerwaarden werden krachtens het Artikel 30 van de Organieke Wet in een Onbeschikbare Reserverekening geboekt, om daarna middels “lex speciales” door de wetgevende meerderheidsaandeelhouder “beschikbaar te worden gemaakt”.
De Directieraad van de NBB heeft (als centraal bankier) hiertegen geen enkel verzet getoond, en dit vermogen van de vennootschap werd, zonder respect voor de Statutaire en grondwettelijke vermogensrechten van de private aandeelhouders, doorgestort naar de Schatkist van de Belgische Staat.

Met die miljarden euro’s vermogen van de beursgenoteerde vennootschap Nationale Bank van België werden vermogensproblemen van de Belgische Staat opgelost: de deviezenvoorraad van de NBB werd aangewend om leningen in deviezen van de Belgische Staat vervroegd terug te betalen.
Wanneer diezelfde Wetgever in 2002 een Artikel 9bis in de Organieke Wet inlast en daarbij de officiële externe reserve-activa (zowel de goud- als de deviezenvoorraad) als “eigendom van de Belgische Staat” bepaalt, valt er opnieuw geen enkel verzet te noteren. Wel integendeel, in juridische procedures schaart het bestuur van de NBB zich aan de zijde van haar meerderheidsaandeelhouder en wordt de officiële communicatie fundamenteel gewijzigd. Tegen de historische en economische waarheid, en wellicht ook tegen beter weten in. Het zal onvermijdelijk blijken.
Het lijkt er nu op dat de beslissingsorganen van de nationale centrale bank van ons land niet meer weten wat elke centrale bankier toch verondersteld is te weten omtrent wat zowel het Internationaal Monetair Fonds, de Europese Centrale Bank als elke andere centrale bank bepalen omtrent de officiële externe reserve-activa.
En als een resultaat van dit alles gedraagt de Belgische Staat zich als een aandeelhouder die niet langer het onderscheid kan (of eerder wil) maken van wat er tot het afgescheiden vermogen van een (beursgenoteerde) vennootschap behoort, en wat er tot het vermogen van de rechtspersoon de Belgische Staat behoort.
Voor zowel de beslissingsorganen van de Nationale Bank van België als voor de opeenvolgende regeringen (na 2002) geldt wat een “Diensthoofd Economie en Onderzoek” van de Nationale Bank van België in nevenstaand kaderstuk als standpunt herneemt: ” Als je niet verantwoordelijk gehouden wil worden voor de miljardenschadeclaims, is het eerste wat je doet elke transparantie weigeren en verbergen wat er aan de hand is. ”
(Dit kaderstuk komt uit een dossier van De Tijd (8 oktober 2025) met betrekking tot een onderzoek omtrent de boekhoudtrucs van de Brusselse regering bij de opmaak van de begrotings- en schuldcijfers.)

En dus hernemen we “de enige en officiële waarheid”, zoals die recent door de woordvoerder van de NBB nogmaals werd gecommuniceerd:
- De goudactiva, welke op het actief van de Nationale Bank van België tot uiting worden gebracht, zijn het bezit van de Belgische Soevereine Staat (de Belgische gemeenschap van burgers),
- enkel en alleen de Belgische Staat (de regering, via de Minister van Financiën) beslist over zowel de aankoop als de verkoop van deze goudactiva,
- de Nationale Bank van België heeft niet meer dan de functie deze goudreserves te bewaren en te beheren,
- alle meerwaarden gerealiseerd over deze goudactiva komen niet de vennootschap (en haar aandeelhouders) toe, doch uitsluitend de Belgische Soevereine Staat.
Enkele voorbeelden van de geweigerde informatieverplichtingen, met hun redenen hiervoor en (vooral) … hun dramatische gevolgen

De Nationale Bank van België blijft het hardnekkig vermijden om correct te moeten communiceren omtrent de passiefbalanspost “Herwaarderingsmeerwaarden” (over de goudactiva).
Dit omdat deze balanspost onbetwistbaar toe te rekenen is tot het eigen vermogen van de vennootschap, net zoals dit bij de Europese Centrale Bank en De Nederlandsche Bank en De Deutsche Bundesbank ook het geval is. Het bestuur van de NBB zowel als de meerderheidsaandeelhouder willen op die manier de publieke perceptie in stand houden als zouden deze meerwaarden over de goudactiva, bij hun effectieve realisatie, automatisch en uitsluitend aan de Belgische Soevereine Staat toebehoren.
De Directie- en Regentenraad van de Nationale Bank van België ontzeggen de bestaande private minderheidsaandeelhouders, en de markt in zijn geheel, een waarheidsgetrouw beeld van het eigen vermogen en de schulden van de vennootschap. Men kan zich toch niet voorstellen dat de FSMA dit als marktentoezichthouder kan blijven tolereren?
Een beursgenoteerde NBB kan en wil dus NIET doen wat de ECB en andere NCB’s zonder enig probleem WEL doen (..)

Net zoals de ECB en andere nationale centrale banken heeft ook De Deutsche Bundesbank de voorbije boekjaren miljardenverliezen geleden. Desondanks kan zij, zowel in haar jaarverslag over het boekjaar 2024 als in haar begeleidende officiële communicatie en persontmoetingen, een geruststellende boodschap geven:
dankzij de continu fors stijgende goudkoers neemt het bedrag, geboekt in de passiefbalansrubriek “Herwaarderingsmeerwaarden” (op de goudactiva), jaarlijks fors toe. En gezien deze balansrubriek een component uitmaakt van het “eigen vermogen volgens de definitie van de Europese Centrale Bank” neemt dit eigen vermogen, ondanks de verliezen, sterk toe.
De belangrijke boodschap aan elke stakeholder: “the balance sheet van De Deutsche Bundesbank is sound”, de continuïteit en financiële onafhankelijkheid zijn verzekerd.

Wanneer een passiefbalansrubriek “Herwaarderingsmeerwaarden” onbetwistbaar tot het eigen vermogen van volledig geïntegreerde Nationale Centrale Banken moet worden gerekend, omdat die bedragen geboekt in die balansrubriek bij effectieve realisatie onvermijdelijk door de resultatenrekening in het eigen vermogen van de vennootschap terecht komen, EN er werden bij toetreding tot het ESCB miljardenonteigeningen van private minderheidsaandeelhouders doorgevoerd, DAN communiceer je liever helemaal NIET omtrent dat “concept eigen vermogen” ?

Ook de Europese Centrale Bank zelf is in haar jaarverslag over het boekjaar 2024 heel transparant omtrent de componenten en omvang van haar eigen vermogen.
Haar aandeelhouders, de Nationale Centrale Banken, worden op die manier gerustgesteld dat een herkapitalisatie van de ECB, noodzakelijk om de financiële onafhankelijkheid te waarborgen, zich nog niet direct aandient.
De wettelijke verplichtingen bij een rapportering volgens “het continuïteitsbeginsel” en een gewijzigd kapitaalbeleid

De externe revisor (KPMG) wijst op de verantwoordelijkheid van het Directiecomité met betrekking tot zowel de inschatting van de vennootschap om haar continuïteit te handhaven, alsook wat betreft de toelichting van de aangelegenheden die met die continuïteit verband houden en voor het gebruiken van die continuïteitsveronderstelling. De Nationale Bank van België kondigde (na het boekjaar 2022) miljardenverliezen aan die alle financiële buffers zouden wegslaan en de vennootschap met een miljarden euro’s negatieve kapitaalpositie zou achterlaten.
Als gevolg daarvan hebben de Directieraad en Regentenraad (op 27 maart 2024) ook het kapitaalbeleid van de Nationale Bank van België gewijzigd. Zonder enige transparantie noch enige verantwoording (cfr. DNB) voor de gemaakte beleidskeuzes. Keuzes welke nochtans dramatische (financiële) gevolgen hebben, vooral voor de private minderheidsaandeelhouders maar zeker ook voor elke burger van dit land.
Het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling en aangelegenheden die er verband mee houden (1)



Per balansdatum 31 december 2022 publiceert het Directiecomité in het ondernemingsverslag 1) de verwachting de volgende vijf boekjaren een gecumuleerd verlies van niet minder dan 10,8 miljard euro te leiden, 2) een boekwaarde van de Statutaire Portefeuille (als tegenpost van de kapitaalpositie) van 6,99 miljard euro, die 3) bij een verkoop van de totale portefeuille een bijkomend financieel verlies van 965,4 miljoen euro zou opleveren. In navolging van de regels van het toen actuele “reserverings- en dividendbeleid” worden verliezen afgeboekt van de beschikbare reserve, waarna de Bank overgaat tot de verkopen van effecten uit de Statutaire Portefeuille (om te voldoen aan het vastgesteld plafond – zie punt 3.2.7.2.III.3 van de boekhoudregels).
Gezien per balansdatum de gecumuleerde financiële verliezen (10,8 miljard euro) het uitstaande bedrag van de Statutaire Portefeuille (6,99 miljard euro) overtreffen, zou in respect van de boekhoudregels de totale portefeuille moeten worden verkocht. En zou het voor het Directiecomité duidelijk moeten zijn dat er, zonder ingrijpen, een vermijdbaar financieel verlies van niet minder dan 965,4 miljoen euro zou worden gerealiseerd. Een onmiddellijke herkapitalisatie van de vennootschap kan een mogelijkheid zijn om deze gedwongen verkopen uit de Statutaire Portefeuille te vermijden.
Miljardenverliezen, jarenlange negatieve kapitaalposities, enorme vermijdbare financiële verliezen, totaal onzekere vooruitzichten, … Aangelegenheden die verband houden met “de continuïteitsveronderstelling”, en die toch enige toelichting en verantwoording veronderstellen. Een “Eindrapport kapitaalbeleid van de NBB” wordt door de Directieraad NIET afgeleverd, externe revisor noch toezichthouder treden op, het Parlement blijft ongeïnteresseerd.
Het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling en aangelegenheden die er verband mee houden (2)


Na de communicatie van de eerste financiële verliezen heeft De Nederlandsche Bank reeds op 4 december 2023, in een samenwerking tussen de centrale bank en haar aandeelhouders, het kapitaalbeleid (het dividend- en reserveringsbeleid) geëvalueerd en in een “Eindrapport bestendiging van het kapitaalbeleid van DNB) alle transparantie en verantwoording gegeven voor de gemaakte keuzes om het kapitaalbeleid ongewijzigd te laten. In dit uitgebreide en gedetailleerde verslag werd alle informatie gegeven omtrent de mogelijkheden (en voorwaarden) dat de ECB extern een onmiddellijke herkapitalisatie zou kunnen opleggen, en of een dergelijke vrijwillige kapitaaltransactie al dan niet enig financieel voordeel zou kunnen opleveren.
Deze informatie is van het allergrootste belang: 1) de ECB kan DNB geen onmiddellijke herkapitalisatie opleggen (gezien het eigen vermogen van DNB positief is), en 2) een herkapitalisatie uit eigen vrije beweging kan de vennootschap noch haar aandeelhouders geen financieel voordeel opleveren. Het bestuur van DNB heeft, in alle transparantie, de gemaakte beleidskeuzes duidelijk verantwoord. En het bestuur geeft, middels dit zelfde verslag, ook de toelichting van de aangelegenheden die met die continuïteit verband houden en voor het gebruiken van die continuïteitsveronderstelling.
Niet eerder dan op 27 maart 2024 publiceert het Directiecomité van de Nationale Bank van België een persbericht dat het kapitaalbeleid werd gewijzigd. Zonder enige transparantie, zonder enig eindrapport, zonder enige verantwoording, zonder enige informatie omtrent het beantwoorden aan de regels van de ECB inzake het eigen vermogen (en het risico een herkapitalisatie extern opgelegd te krijgen), of dat een dergelijke transactie al dan niet de 965,4 miljoen euro verliezen had kunnen vermijden, en nog zoveel meer …
De “wens om niet te communiceren omtrent het concept eigen vermogen” als argument voor de geweigerde informatieverplichtingen
Moeten we veronderstellen dat de Directieraad de voorwaarden voor een onmiddellijke herkapitalisatie wel zou hebben geanalyseerd, maar dat dergelijke transactie zo nadelig zou zijn geweest voor de private minderheidsaandeelhouders dat ze niet werd doorgevoerd? Zelfs al had men daardoor 965,4 miljoen euro bijkomend verlies kunnen vermijden? Men heeft nu wel (om te beantwoorden aan de regels van de Europese Centrale Bank) het kapitaalbeleid moeten aanpassen, waardoor er meerdere boekjaren voor de Belgische Staat geen enkele uitkering van ‘seigneuriage’ meer kan volgen, en de aandeelhouders ook jarenlang geen enkele dividenduitkering zullen genieten? En gezien de miljarden negatieve kapitaalpositie zal de financiële onafhankelijkheid en het vertrouwen in de centrale bank alles behalve gewaarborgd zijn?
De private aandeelhouders worden als een gevolg van de gemaakte beleidskeuzes voor vele jaren in een belegging gegijzeld, zonder enige uitzicht op koersherstel noch rendement. Met het risico erbovenop dat de ECB op elk moment een herkapitalisatie kan opleggen, tegen onzekere en onbekende voorwaarden, waarvoor de aandeelhouders niet werden gewaarschuwd noch correct geïnformeerd?
Wat zou trouwens de te volgen procedure zijn voor zo’n herkapitalisatietransactie Wie zou deze beslissen, wat zouden de modaliteiten zijn wie zou de voorwaarden controleren op zijn eerlijke behandeling van de rechten van de minderheidsaandeelhouders? Geen enkele voorbereiding, en wat als een dergelijke herkapitalisatie dringend mocht blijken te zijn?

Precies daar zit het grote probleem voor de Directieraad van de Nationale Bank van België: herkapitaliseren van de vennootschap, waartoe de componenten en de omvang van het eigen vermogen onvermijdelijk moeten worden benoemd. Het moeten erkennen dat ook bij de Nationale Bank van België de balansrubriek Herwaarderingsmeerwaarden tot het eigen vermogen van de centrale bank behoort.
En dus legt de Directieraad de wettelijke informatieverplichtingen, waar de externe revisor op wijst, gewoon naast zich, en .. laat de toezichthouder FSMA dit gewoon begaan.
Tien boekjaren lang geen gevolg geven aan de dwingende regelgeving vanwege de ECB

Het verbod dat geen enkel bestuursorgaan met beslissingsbevoegdheden van een Nationale Centrale Bank instructies zou vragen aan of krijgen van een regering.
Het is de regeringen van de lidstaten ten strengste verboden de bestuursorganen van een NCB of de ECB te beïnvloeden in het autonome beheer van de officiële externe reserve-activa (waaronder de goudreserves)(randnummer 3.4 pagina 8)
Tien boekjaren lang heeft de Belgische Staat geen beroep willen doen op een Artikel 37 van de Organieke Wet, en hebben de opeenvolgende regeringen de enorme financiële voordelen gewoon naast zich laten liggen. Tegen de actuele goudkoers (108.000,00 euro begin oktober 2025) zou een opvraging van de resterende 9 ton goudactiva zo maar eventjes 950 miljoen euro in de Schatkist laten storten.
De reden hiervoor werd reeds uitgebreid toegelicht: in de convergentieverslagen van de Europese Centrale Bank wordt het ten strengste verboden de bestuursorganen van een NCB te beïnvloeden in het autonome beheer van de goudactiva.
Op welke manier kan een regering de bestuursorganen van de Nationale Bank van België in het autonome beheer van haar goudactiva meer beïnvloeden dan via wetgeving? Bij wet de centrale bank verplichten om een belangrijk deel van haar goudactiva af te staan? Op eender welk moment, tegen een op dat moment geldende marktprijs? En dan bovendien ook nog eens de aangroei van het vermogen van de vennootschap, belegd in deze goudactiva, gewoonweg afstaan aan de regering?
Maar waarom laat de Directieraad van de NBB dan een wet, ongebruikt en verboden, dan niet schrappen?
Indien statutaire bepalingen of nationale wetgeving niet compatibel of tegenstrijdig zijn met de regels van het Verdrag,
dan moeten deze tegenstrijdige bepalingen worden bijgesteld wanneer ze de financiële onafhankelijkheid van de Nationale Centrale Bank in het gedrang brengen.(randnummer 2.2.2 pagina 18).
Het Artikel 37 van de Organieke Wet maakt nationale wetgeving uit, die niet compatibel en bovendien zelfs totaal tegenstrijdig is met de regels van het Verdrag (zoals hernomen in de convergentieverslagen van de Europese Centrale Bank). Het biedt de Belgische regering de mogelijkheid om op elk (ongewenst) moment goudactiva op te vragen, en zelfs het vermogen van de vennootschap (de meerwaarden) af te staan aan de Schatkist. Eender hoe brengt een regering dan de financiële onafhankelijkheid van de NBB in het gedrang.
Dit Artikel is reeds tientallen jaren in de Organieke Wet opgenomen, en er wordt duidelijk ook geen enkel beroep meer op gedaan door de regeringen. Het zal zo zijn redenen hebben?
In het convergentieverslag heeft men het over “dan MOETEN deze tegenstrijdige bepalingen worden bijgesteld”. Ook door deze wettelijke bepaling gewoon te laten bestaan handelen de beslissingsorganen van de NBB en de Belgische Wetgever opnieuw regelrecht tegen de bepalingen van het Verdrag in.
Om wat vollediger te zijn: ook De Deutsche Bundesbank verkoopt uit haar goudactiva om gouden herdenkingsmunten te laten slaan. Alleen: 1) zij wordt hiertoe NIET VERPLICHT bij wet (en kan dus een verkoop weigeren), en 2) zij verkoopt ook tegen de geldende marktprijzen, maar vooral 3) de gerealiseerde meerwaarden gaan gewoon door haar resultatenrekening (en worden in het belang van de vennootschap gereserveerd, ofwel als een onderdeel van de jaarwinst als dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders).
Een totaal foute en bedrieglijke communicatie in de media slechts gedeeltelijk rechtzetten in een perscommuniqué ?

Een woordvoerder brengt in de populaire media een interview, en laat daar meerdere standpunten kennen die van fundamenteel belang zijn. Diezelfde woordvoerder brengt dan enkele dagen later een persbericht uit waarin vooral totaal tegengestelde waarheden worden gebracht, maar vooral de werkelijk belangrijke informatie NIET wordt gebracht.
Als woordvoerder beweren dat men fout geciteerd zou zijn in een interview, maar de krant niet verplichten tot een publicatie waarin alle fouten worden rechtgezet?
Waarom volgde er een absoluut onvolledig persbericht? Waarom krijgen parlement, aandeelhouders en burgers geen verslag waarin duidelijk werd beschreven hoe dergelijk onderzoek is verlopen, en wat de redenen zijn opdat de Directieraad geen deel van de goudactiva wilde verkopen? Ondanks de realisatie van werkelijk belangrijke meerwaarden? En op welke manier deze meerwaarden dan wel zouden moeten worden bestemd?
WAT WAS HIER HET WERKELIJKE PLAN? Een “Martens / Verplaetse – BIS” ?
De drie klachten voor marktmisbruik bij de toezichthouder FSMA: het loopt grondig fout in Brussel !

Wanneer een externe revisor wijst op wettelijke informatieverplichtingen voor de Directieraad van de NBB wanneer , wanneer zowel de Europese Centrale Bank als de belangrijkste NCB’s (Deutsche Bundesbank en De Nederlandsche Bank) verwijzend naar de convergentieverslagen op ondubbelzinnige wijze de componenten en de omvang van hun eigen vermogen benoemen (en hierbij de passiefbalansrubriek Herwaarderingsmeerwaarden tot dat eigen vermogen volgens de definitie van de ECB toerekenen),
en de NBB communiceert op elk onderdeel ofwel niet, ofwel totaal tegengesteld, eveneens een volledig geïntegreerd onderdeel van het ESCB zijnde, DAN is er ongetwijfeld grond voor klachten bij de toezichthouder wegens marktmisbruik en geweigerde wettelijke informatieverplichtingen. Enkel de klachten, toelichting volgt elders.
De FSMA heeft zich niet onbevoegd verklaard, kan dus ook geen belangenconflict inroepen. Wat gezien de situatie (en het ontbrekende gevolg of tussenkomst) als een mogelijkheid moest worden beschouwd?

Drie waarden die de toezichthouder FSMA hoog in het vaandel draagt:
Transparantie en verantwoording
Onafhankelijkheid
Gezag en daadkracht
Men kan zich toch niet voorstellen dat de FSMA als een onafhankelijk marktentoezichthouder de communicatie en dergelijke houding vanwege het bestuur van de Nationale Bank van België nog veel langer kan blijven tolereren? Ook na een derde klacht nog steeds geen enkele tussenkomst zou laten noteren? Tenzij (..)
Tenzij? Mogelijke verklaringen vanwege een diensthoofd bij de NBB, in antwoord op “diepgravende interviews” van De Tijd (..)



De Tijd had aan een diensthoofd “Economie en Onderzoek” van de Nationale Bank van België de bevindingen overgemaakt van drie “diepte-interviews” omtrent de begrotings- en schuldcijfers zoals deze door de Brusselse regering reeds enkele jaren werden afgeleverd. Deze zouden “een onvolledig beeld geven van de slechte financiële toestand”.
De Tijd en The Brussels Times hebben hieromtrent een onderzoek ingesteld. Een onderzoek welke men blijkbaar liever niet voert omtrent wat er reeds meerdere jaren duidelijk misloopt bij de Nationale Bank van België.
Men kan zich afvragen waarom de specialisten, in eigen huis aanwezig, geen vergelijkbare diepgravende onderzoeken voeren naar de financiële verslaggeving en communicatie van de eigen Directie- en Regentenraad? En hun besluiten naar buiten brengen? Er werd toch ook bij de NBB voorzien in een klokkenluiderskanaal? Wanneer externe revisoren en toezichthouders hun wettelijke opdrachten niet vervullen, niemand blijkt verantwoordelijkheden te nemen? Weten, en zwijgen (..)
Enkele punten van overeenstemming en belang, geciteerd uit twee dossiers waarbij er “problemen van transparantie” zijn?
Als je niet verantwoordelijk gehouden wil worden voor de financiële situatie, is het eerste wat je doet verbergen wat er aan de hand is.”
Een citaat van een “Hoofd van dienst Economie en Onderzoek” van de Nationale Bank van België. Zijn standpunt, vertaald naar de aangeklaagde situatie bij de NBB zelf: in het verleden werden miljarden euro’s gerealiseerde meerwaarden over goudactiva van de genoteerde vennootschap NBB overgemaakt aan de Belgische Staat, zonder respect voor de statutaire en grondwettelijke vermogensrechten van de 50 % private minderheidsaandeelhouders. “Als je niet verantwoordelijk wil worden gehouden voor de financiële schade, dan” … weiger je elke transparantie, voer je een bedrieglijke financiële communicatie waarbij het waarheidsgetrouwe beeld van het vermogen en de schulden van de vennootschap niet kan worden bepaald, weiger je te communiceren over de omvang en de componenten van het eigen vermogen. Zelfs wanneer je hiertoe wettelijk verplicht bent, zelfs wanneer anderen dit zonder enig probleem wel doen, zelfs .. tegen beter weten in.
Dit is het soort technieken dat je vlak voor een liquiditeitscrisis ziet. ”
Bij de Nationale Bank van België zal het niet tot een liquiditeitscrisis komen, maar wanneer het onvermijdelijk wordt gemaakt om wel een waarheidsgetrouwe communicatie te voeren en er voor miljarden euro’s schadeclaims dreigen, ook dan zullen dit soort technieken voluit worden ingezet. De rol en belang van de externe revisoren, toezichthouder FSMA, de (gespecialiseerde) media, rechtbanken en gerecht in het algemeen, het parlement, …
Het uitblijven van een krachtdadig optreden door de FSMA kan niet het gevolg zijn van een belangenconflict?

Op 6 oktober 2025 post onze Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) op X zijn TikTok- filmpje (op de achtergrond ondersteund met het gekende The Wolf of Wall Street- muziekje), waarbij hij de openingsbel op Euronext Brussels mocht luiden om “het belang van de beleggersbescherming onder de aandacht te brengen”.
De bel werd fors geluid, in aanwezigheid van president J-P Servais van de toezichthouder FSMA, die dezelfde dag nog de goede ontvangst van een derde klacht voor flagrant marktmisbruik vanwege het bestuur van de Nationale Bank van België had bevestigd. In hetzelfde schrijven had de FSMA zich bevoegd verklaard voor de aangeklaagde feiten.
De toezichthouder FSMA hangt rechtstreeks af van de Minister van Financiën. President Servais is hier dus eigenlijk verondersteld onafhankelijk en krachtdadig op te treden tegen zijn rechtstreekse baas, die tegelijkertijd (als de 50% meerderheidsaandeelhouder) ook elk lid van de zwaar in de fout gaande raad van bestuur van de Nationale Bank van België aanstelt, maar vooral als meerderheidsaandeelhouder “bepaalde belangen” kan hebben bij een uitblijven van evidente tussenkomsten vanwege een toezichthouder.
Ondanks meerdere klachten, omtrent werkelijk duidelijke feiten welke absoluut geen diepgravende onderzoeken vereisen, heeft de toezichthouder FSMA na bijna twee jaar na de eerste klacht, nog steeds geen enkel teken gegeven zijn “wettelijke opdrachten van groot belang” te vervullen, blijft het bij belletjes rinkelen op de markt van Euronext, maar heeft de beurswaakhond nog steeds geen enkele tussenkomst laten noteren.
De weerloze en bedrieglijk geïnformeerde kleine beleggers blijven dus dagelijks hun aandelen NBB verkopen, tegen koersen die absoluut niets met de werkelijke waarde te maken hebben.
Een gewezen politicus (en partijvoorzitter) en ervaren belegger, met een mening omtrent dit alles

Wanneer we zoeken naar de mogelijke verklaring naar het waarom de toezichthouder FSMA niet hardhandig optreedt, staan we in elk geval niet alleen met onze vragen.
Eind 2022 werd het Etienne Schouppe, gewezen Staatsecretaris en partijvoorzitter van CD&V ook wat te gortig, en liet hij op Twitter de nevenstaande opmerking noteren. Hij stelt hetzelfde vast als alle andere beleggers, geeft een mening en kritiek, geeft mogelijke oplossingen. Over het laatste kunnen verschillende meningen bestaan, over de twee eerste punten niet.
Na al deze feiten, nu reeds zo vele jaren lang: WAAR BLIJFT DE FSMA ?
De Communicatie versus de dwingende regelgeving.
De Directieraad van de Nationale Bank van België weigert elke communicatie, transparantie en verantwoording omtrent een gewijzigd kapitaalbeleid, het hanteren van het continuïteitsprincipe bij haar jaarverslagen, de opportuniteit van een eventuele herkapitalisatie, .. Elke logische en wettelijke informatieverplichting wordt gewoon naast zich gelegd, enkel en alleen maar om het niet te moeten hebben over de werkelijke rechten over het vermogen belegd in haar goudactiva. Ooit worden die meerwaarden over de goudactiva van de Nationale Bank van België echter effectief gerealiseerd. Onvermijdelijk. Eerlijk duurt het langst, en al loopt de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt hem wel. Altijd!

“ Het waarschijnlijkste scenario is evenwel dat men niets doet zolang het orkest speelt, en dat de belastingbetaler uiteindelijk het gelag betaalt. ”

” Het goud van het volk is een NUTTELOZE en surrealistische operatie. ”
Toenmalig Minister van Financiën Didier Reynders zorgde in 2002 met zijn eigen surrealistische operatie voor rechtszekerheid, door het Belgische goud, meer nog dan van het volk, zelfs van de Belgische Staat te maken. Eveneens nutteloos, dixit een gewezen lid van de Raad van Bestuur van de ECB.
De verdere Evoluties
met betrekking tot Communicatie versus feiten.
WAT doen “politiek”, toezichthouder FSMA en de vierde macht nu verder met deze aangeklaagde feiten?
Een overzicht van reacties in dit verband (..)
Een Tweet-bericht van een gereputeerd econoom op X (11 oktober 2025)

Geert Noels (Econopolis) maakt op X een terechte mening publiek (alleen had die verkochte hoeveelheid goudactiva half oktober 2025 een waarde van 125 miljard euro gehad). Eind de jaren 1990 heeft de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank van België zich onvoldoende onafhankelijk getoond van de toenmalige regering, en werden er meer dan 1.000 ton goudactiva van de Nationale Bank van België verkocht om te verhelpen aan het schuldprobleem van de Belgische Staat.
Eind vorige eeuw reeds werd aan het onderscheid tussen de afgescheiden vermogens van de rechtspersoon de Belgische Staat enerzijds en van de beursgenoteerde vennootschap Nationale Bank van België anderzijds niet echt veel belang meer gegeven.

Ik heb ook een groot deel van het goud van de Nationale Bank verkocht. Koning Boudewijn was daar een groot voorstander van. Elke keer als ik bij hem op audiëntie ging, vroeg hij wanneer ik het zou beginnen verkopen. Dat goud lag daar maar en bracht amper iets op, terwijl wij een zware staatsschuld in deviezen moesten afbetalen.
Toen ik gouverneur van de Nationale Bank werd, hadden we nog 3.000 ton goud en bij mijn afscheid maar een kleine 300 ton meer. Met de opbrengst ervan hebben we onze deviezenschuld afbetaald. DAT moet je maar durven.
Vroeger gouverneur Alfons Verplaetse wist perfect waar het over ging: “de zware schuld in deviezen van de Belgische Staat werd terug betaald met de opbrengsten van de goudactiva van de Nationale Bank van België“.
De relaties met het Koningshuis primeerden op de belangen en rechten van duizenden weerloze minderheidsaandeelhouders.
Geert Noels geeft natuurlijk geen enkele reactie of mening omtrent de antwoorden op zijn eigen bericht op X, de duidelijke wenk naar de oppositie (actief op X) levert ook niet direct enige reactie op.
Het Tweet-bericht van een gereputeerd econoom krijgt op X (18 oktober 2025) een niet direct verwachte reactie (..)

Op Twitter werd de opmerking vanwege Geert Noels opgepikt door volksvertegenwoordiger Lode Vereeck (lid van de Commissie Financiën). Hij bevestigt de inhoud van mijn eerdere reactie op de tweet van Geert Noels, en onderschrijft de mogelijkheid om via actueel geldende wetgeving inderdaad de Nationale Bank van België te verplichten om 1 miljard euro meerwaarden op de goudactiva in de Belgische Schatkist te laten storten.
Een overzicht van de eigen acties in dit verband (..)
Een schrijven naar de bevoegde Minister van Financiën (met enkele kopies aan de andere betrokken partijen)

De Minister van Financiën (Jan Jambon, N-VA) is de bevoegde Minister voor de Nationale Bank van België als de nationale centrale bank van ons land (aandeelhouder van de Europese Centrale Bank en van de Bank for International Settlements).
Deze Minister vertegenwoordigt bovendien ook nog eens de Belgische Staat, en dit zowel in zijn hoedanigheid als enerzijds de meerderheidsaandeelhouder van onze centrale bank maar tegelijkertijd ook nog eens als de Belgische gemeenschap (de soevereine Staat). Het zal ongetwijfeld typisch Belgisch zijn, maar daarnaast is ook de toezichthouder over onze financiële markten (de FSMA) bovendien nog eens rechtstreeks afhankelijk van diezelfde Minister van Financiën.
Op 6 oktober 2025 mocht de Minister trots de openingsbel van Euronext Brussels luiden, samen met President Servais van de toezichthouder FSMA. “Om het belang van financiële geletterdheid en beleggersbescherming onder de aandacht te brengen”. Je moet het toch maar durven, en daarna van de burgers ook nog respect voor onze beleidsverantwoordelijken, voor onze wetten en instellingen verwachten.
Een kopie van deze brief werd verstuurd aan de voorzitters van De Kamer en van de Commissie Financiën (die als prioritaire opdrachten de controle van de regering – en dus van de Minister van Financiën – hebben) en aan de voorzitter van de FSMA (als een aanvulling op de drie klachten omtrent flagrante marktmisbruiken en geweigerde informatieverplichtingen, en gezien het erkende belang van beleggersbescherming).
Natuurlijk is in deze ook de Europese Centrale Bank een belangrijke betrokken partij, met onbetwistbare verantwoordelijkheden (gezien de diverse overtredingen van de dwingende regelgeving). De ECB heeft dus eveneens een kopie van deze brief ontvangen, en een bijkomend schrijven.


En ja hoor, na “een mislukt onderzoek om goudactiva te verkopen”, na vragen op de algemene vergadering en na een brief aan de Minister van Financiën: het voorstel voor de “GOUDEN ELISABETH” ..!
Een gouden herdenkingsmunt “Prinses Elisabeth”, als enige juiste reactie … (?)
Op 31 december 2025 plaatst men bij CD&v nevenstaand bericht op hun Facebook-pagina:
België wordt 200 jaar: met de Gouden Elisabeth helpen we gezinnen hun spaargeld slim en tastbaar te beleggen voor de toekomst. @nieuwsblad
Dit bericht volgt op interviews gegeven aan Het Nieuwsblad en Gazet van Antwerpen:
En kreeg ook de aandacht bij PAL (’t Pallieterke):
Enkel de volgende punten uitgelicht:
- In 2030 viert België zijn 200ste verjaardag. CD&V ziet daarin de uitgelezen kans om een gouden beleggingsmunt te lanceren: de Gouden Elisabeth,
- De christendemocraten willen zo het spaargeld van Belgische gezinnen activeren, een alternatief bieden voor spaarboekjes met een lage rente én tegelijk de staatsschuld helpen afbouwen,
- Federaal parlementslid Leentje Grillaert (CD&V) wijst erop dat gezinnen hun vermogen beter kunnen diversifiëren. De Gouden Elisabeth zou daarbij kunnen helpen,
- De opbrengst van de verkoop zou volledig worden gebruikt om de staatsschuld af te bouwen.
- Via een resolutie van de hand van Kamerlid Leentje Grillaert vraagt CD&V de regering om nu al aan het project te beginnen.
- Nog een voordeel: het kan ook de schatkist iets opleveren. Bedoeling is immers om de munten te laten slaan uit de goudvoorraad van de Nationale Bank. “Het kan dus ook goed zijn voor onze begroting. Alleen maar winnaars dus”, dixit de CD&V voorzitter.
- Volgens Koen De Leus, hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis, blijft beleggen in goud een goede zaak. Hij ziet de goudprijs op enkele jaren tijd overigens nog verdubbelen.
- (Bij ’t Pallieterke had men twijfel omtrent de ernst van het bericht): “Maar bij nader inzien bleek het wel degelijk om een echt bericht van CD&V te gaan. En nee, het was ook niet om te lachen: het bleek een bloedserieus bericht.”
Zodra parlementslid Leentje Grillaert haar resolutie heeft ingediend, zullen wij de tekst (en het verdere vervolg deze zal krijgen) hier hernemen.
Het totaal foute pad van CD&v: Dehaene (1996) – en nu in 2026 onvermoeibaar verder bewandeld ..

Bedoeling is immers om de munten te laten slaan uit de goudvoorraad van de Nationale Bank. Na tien boekjaren waarbij gouden herdenkingsmunten werden uitgegeven doch zonder beroep te doen op het Artikel 37 van de Organieke Wet, zou CD&v nu een belangrijke uitgifte voorstellen ? Om “onze begroting” wat te helpen.?
“Alleen maar winnaars dus”, dixit de CD&V voorzitter .. Behalve de beursgenoteerde vennootschap, en haar aandeelhouders?
In een brief (van 5 november 2025) werd de Minister van Financiën (Jan Jambon, NV-A) gevraagd om het Artikel 37 van de Organieke Wet te laten schrappen, zoals dit de regeringen van de lidstaten wordt opgelegd in het Verdrag. Omdat onze regering begin 2025 reeds had aangetoond “onderzoeken te zullen instellen” om het vermogen van de NBB, belegd in goudactiva, te willen aanwenden voor het verhelpen van begrotingsproblemen van de Belgische gemeenschap. Enkele weken verder is het reeds zover.
We kijken uit naar de resolutie, en de manier waarop zowel de Minister, het Parlement, de Directieraad van de NBB als de Europese Centrale Bank daar zullen mee omgaan.







