De externe reserve-activa
De goud- en deviezenvoorraden van de Nationale Bank van BelgiĆ«, die door het Internationaal Monetair Fonds worden erkend als “de officiĆ«le externe reserve-activa van BELGIĆ”.

De Goudvoorraad
van de Nationale Bank van Belgiƫ.
Wat het Artikel 9bis van de Organieke Wet ook moge bepalen.
Eigendomsrechten over de goud- en deviezenactiva enerzijds, en de rechten over de financiƫle resultaten verbonden aan het vermogen van de vennootschap belegd in deze activa anderzijds.

De werkelijke eigendomsrechten over de goud- en deviezenvoorraden welke de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken (NCB’s) op het actief van hun respectievelijke balansen tot uiting brengen, als de monetaire autoriteit van hun land en welke door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden erkend als “de officiĆ«le externe reserve-activa van haar lidstaten”, moeten onbetwistbaar en ondubbelzinnig worden bepaald. Dixit het IMF zelf. Daarnaast is het dan ook van belang om de rechten over het vermogen van de nationale centrale bank, belegd in deze goud- en deviezenactiva te kennen. Deze rechten worden bepaald in de Statuten van de centrale banken (en/of in aanvullende wetgeving).
De eigendomsrechten over de goud- en deviezenvoorraden van de Nationale Bank van Belgiƫ

Het verloop van de eigendomsrechten over de goud- en deviezenvoorraden van de NBB, zoals deze door de Directieraad werden omschreven in de verbonden toelichtingen van de jaarverslagen (en hier in beeld gebracht door De Tijd).
Nadat er (eind de jaren 90) gerealiseerde meerwaarden op de goudactiva werden overgedragen aan de Belgische Schatkist, zonder hierbij de rechten van de aandeelhouders – op ondubbelzinnige wijze verankerd in de eigen Statuten – te respecteren, werden er gerechtelijke procedures aangekondigd. De toenmalige minister van financiĆ«n (Didier Reynders) heeft met een simpele pennentrek een Artikel 9bis (verstopt in een programmawet en zonder veel debat in het parlement) in de Organieke Wet binnen gesluisd. “In het belang van de rechtszekerheid”.
Volgens de Wet zijn de goud- en deviezenactiva welke de Nationale Bank van BelgiĆ« op het actief van haar balans tot uiting brengt dus de eigendom van de Belgische Staat. Waardoor de balans dus geen waarheidsgetrouw beeld zou geven van het maatschappelijk vermogen van de vennootschap. De enige eigenaar van deze goud- en deviezenactiva is de vennootschap NBB, niet haar aandeelhouders en al helemaal niet de Belgische Soevereine Staat. Gezien de actualiteit en evoluties bij een enigszins vergelijkbare Nationale Centrale Bank die de Banca d’Italia is (gezien haar privĆ© aandeelhouderschap), bespreken en vergelijken wij de feiten en argumenten daar.
De vermogensrechten verbonden aan een aandeel van de Nationale Bank van Belgiƫ
Artikel 1. – De Nationale Bank van BelgiĆ«, hierna de Bank genoemd, in het Frans “Banque Nationale de Belgique”, in het Duits “Belgische Nationalbank”, ingesteld bij de wet van 5 mei 1850, maakt integrerend deel uit van het Europees Stelsel van Centrale Banken, hierna ESCB genoemd, waarvan de statuten werden vastgelegd in het desbetreffend Protocol gehecht aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. (..)

De Belgische Staat is niet eerder dan in 1948 toegetreden tot het kapitaal van de Nationale Bank van Belgiƫ. Nagenoeg 100 jaar na oprichting van de beursgenoteerde naamloze vennootschap dus.
De vermogensrechten verbonden aan de aandelen van de vennootschap worden door geen enkele statutaire bepaling beperkt, worden bepaald door de Artikels 4 en 7 van de Statuten.
Voor de uitoefening van hun rechten moeten de aandeelhouders zich houden aan de balans en jaarrekening van de vennootschap (die – wettelijk verplicht – een waarheidsgetrouw beeld van het vermogen moet waarborgen), en elk aandeel geeft recht op een evenredig en gelijk deel in de eigendom van het maatschappelijk vermogen en in de verdeling van de winsten.
In de Statuten werd geen enkele bepaling opgenomen welke de aandeelhouders het recht zou ontnemen op het vermogen van de vennootschap belegd in de goud- en deviezenactiva, noch op de eventuele opbrengsten welke de vennootschap kan verkrijgen uit het autonome beheer van die activa.
Vermogen van de vennootschap werd belegd in de goudvoorraad van de Nationale Bank van BelgiĆ« – ofwel: de werkelijke oorsprong van deze goudreserve (..)

De monetaire geschiedenis van ons land werd uitgebreid en in detail beschreven, de werkelijke oorsprong van de goudvoorraad van de Nationale Bank van Belgiƫ kan dus heel moeilijk worden in twijfel getrokken.
De absoluut bedrieglijke communicatie omtrent de goudactiva van de Nationale Bank van Belgiƫ (..)

De communicatie vanwege de Directieraad van de Nationale Bank van Belgiƫ, versus de historische en economische waarheid.
Het ingeslagen pad leidt tot een onvermijdelijke botsing met de dwingend te respecteren regels van de Europese Centrale Bank.
Het vermogen belegd in de goudactiva, als een component van het eigen vermogen van de Nationale Bank van Belgiƫ (..)

Vermogen van de beursgenoteerde vennootschap NBB werd belegd in goudactiva. Deze activa worden, met respect voor de dwingende regelgeving van de Europese Centrale Bank, tot uiting gebracht op het actief van de balans en worden daarbij tegen marktwaarde gewaardeerd. De toename van de marktwaarde wordt (opnieuw met respect voor die zelfde dwingende regelgeving) tot uiting gebracht in de passiefbalansrubriek “Herwaarderingsmeerwaarden”. Een balansrubriek van het eigen vermogen.
Evident, want aan wie anders dan aan de aandeelhouders van de vennootschap kunnen die waardestijgingen toekomen? Wanneer diezelfde aandeelhouders ook alle financiĆ«le risico’s en verliezen over diezelfde activa dragen?
De Goudvoorraad
van de Banca d’Italia.
Net zoals de Nationale Bank van België een volledig geïntegreerde
Nationale Centrale Bank van het Europees Stelsel van Centrale Banken, met privƩ aandeelhouders.
Omdat het Italiaanse Parlement nu hetzelfde wil proberen van wat de Belgische Wetgever (in 2002) hen heeft voorgedaan omtrent de Nationale Bank van Belgiƫ.
De eigendomsrechten over de goud- en deviezenvoorraden van de Banca d’ Italia

De eigendomsstructuur over de Italiaanse goudreserves (uitsluitend in het Italiaans):
De eigendomsrechten over de officiĆ«le reserves zijn bij wet toegewezen aan de Banca d’Italia.
Geen enkele twijfel noch discussie mogelijk. Maar toch opmerkelijk, gezien het aandeelhouderschap van de Banca d’Italia bij Italiaanse banken, verzekeraars en andere financiĆ«le instellingen ligt.
De vermogensrechten verbonden aan een aandeel van de Banca d’Italia

De rechten van de aandeelhouders van de Banca d’Italia over het vermogen en de winsten van de vennootschap zijn beperkt tot de waarde van het kapitaal (7,5 miljard euro) en een dividend van maximaal 6% van dat kapitaal (Artikel 38(2)b).
Er gelden eveneens beperkingen over wie er aandeelhouder kan worden, en het aandeelhouderschap wordt beperkt tot 5% van het kapitaal. Het aandelenbezit boven die 5% zijn zonder stemrecht noch recht op dividend.
De algemene vergadering van aandeelhouders is – in tegenstelling tot de Nationale Bank van BelgiĆ« – wel een wettelijk beslissingsorgaan van de vennootschap, met de evidente bevoegdheden van aandeelhouders. Het werd in (het artikel 6.2 van) de Statuten bepaald dat de algemene vergadering geen enkele beslissingsbevoegdheid heeft met betrekking tot de opdrachten en verrichtingen welke aan de centrale bank werden toegewezen door de ECB en het Verdrag. De Belgische Wetgever heeft dit verbod op inmenging op haar eigen manier opgelost, door de private minderheidsaandeelhouders elk essentieel recht en bevoegdheid te ontnemen.
Het Italiaanse parlement volhardt in de boosheid: de eigendoms- en vermogensrechten over de Italiaanse goudvoorraad moeten naar de Italiaanse Staat!

In december 2005 nam de centrumrechtse regering onder leiding van Silvio Berlusconi (met Giulio Tremonti als minister van FinanciĆ«n) een wet aan die gericht was op de overdracht van de goudreserves van de Banca d’Italia naar het ministerie van FinanciĆ«n. Het is nooit ingevoerd, en werd in 2013 uiteindelijk ingetrokken.
Een soortgelijk voorstel dook opnieuw op in het voorjaar van 2019 onder premier Giuseppe Conte en minister van Financiƫn Giovanni Tria. Ook die poging stokte, geholpen door de val van de regering.
En de nieuwste poging komt er eind november 2025, via een parlementaire wijziging van de begrotingswet van 2026. Het voorziet in de overdracht van 2.452 ton goud eigendom van de Banca d’Italia, met een actuele waarde van zo’n 285 miljard euro.
De ontstane betwisting tussen het Italiaanse Parlement en de Europese Centrale Bank, in de media (..)
De ontstane betwisting tussen het Italiaanse Parlement en de Europese Centrale Bank, objectieve meningen en visies (..)
De ontstane betwisting: de “Legal Opinions” vanwege de Europese Centrale Bank aan het adres van de Italiaanse Minister van FinanciĆ«n (..)

LORENZO BINI SMAGHI

Lorenzo Bini Smaghi, een Italiaans economist en bankier, lid van de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (2005 – 2011).
Waarom overheden het goud van de centrale bank niet kunnen in beslag nemen.
Visie en enkele standpunten van een gewezen lid van de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank:
- De Staat kan de goudactiva niet vervreemden omdat deze goudactiva worden aangehouden en beheerd tegen euroverplichtingen die door het Eurosysteem zijn uitgegeven en circuleren in de monetaire unie. Bovendien: waarom hebben we het alleen over goudactiva, en niet ook over de andere deviezenreserves die op de balans van de Bank van Italiƫ staan?
- Het initiatief roept een aantal vragen op. De vraag die beantwoord moet worden is of, eenmaal zwart op wit geschreven, de eigendomsrechten over de goudactiva toebehoren aan het volk (en waarom niet aan de Staat?): WAT betekent dat voor het “aanhouden en beheren”? Verandert er iets, of niet? En als er niets verandert: waarom dan deze wijziging?
- Het kernprobleem is niet dat zo’n maatregel in strijd is met Europese verdragenāhoewel dat wel zo is, met name de bepalingen die de euro en het eurosysteem van centrale banken reguleren. Het voorstel mist eerder basiseconomische logica.
Goud is een onderdeel van de balans van een centrale bank, naast andere financiĆ«le activa zoals internationale reserves, effecten gekocht voor monetaire beleidsoperaties en diverse kredietclaims. Tegenover deze activa staan (monetaire) verplichtingen: bankbiljetten in omloop, verplichtingen van de bankensector enāsinds de oprichting van de euroāverplichtingen aan het Eurosysteem. Het verwijderen van een deel van de activa zonder tegelijkertijd de bijbehorende verplichtingen aan te nemen, zou verlies veroorzaken. In het geval van het goud van de Bank van ItaliĆ« zou dat verlies ongeveer 20 procent van de totale activa bedragen ā hoger dan het gehele kapitaal van de bank. - Dit zou een regelrechte onteigening zijn, met verwoestende gevolgen voor de geloofwaardigheid van de munt. Tenzij het Ministerie van FinanciĆ«n het goud tegen marktwaarde zou kopen ā in welk geval het resultaat een stijging van de staatsschuld zou betekenen, van ongeveer 10 procent van het BBP. De economische rechtvaardiging wordt nog moeilijker te onderscheiden.
- Binnen het Europese juridische kader zou het ook onmogelijk zijn. Het Verdrag bepaalt dat het Europees Systeem van Centrale Banken, waarvan de Bank van ItaliĆ« lid is, verantwoordelijk is voor het aanhouden en beheren van de officiĆ«le reserves van de lidstatenāinclusief goudāwaarop de monetaire basis van de euro is gecreĆ«erd. Omdat de munt gedeeld wordt en in het gehele eurogebied circuleert, vallen de bijbehorende verplichtingen onder de exclusieve uitgiftebevoegdheid van de Europese Centrale Bank. Alleen de ECB mag bepalen hoe haar balansāzowel activa, waaronder goud, als passivaāwordt beheerd.

Kortom, het voorstel is zonder logica, ongeacht of ItaliĆ« deel uitmaakt van de monetaire unie. Niet verrassend heeft geen enkel ontwikkeld land ooit zo’n operatie geprobeerd.
In 2002 heeft de toenmalige Minister van FinanciĆ«n (Didier Reynders) rechtszekerheid omtrent de eigendomsrechten over de Belgische goudactiva gewaarborgd, door het Artikel 9bis in de Organieke Wet van de NBB in te lassen. De officiĆ«le externe reserve-activa van de Nationale Bank van BelgiĆ« werden zo maar “van de Belgische Staat”. Ofwel is Lorenzo Bini Smaghi niet op de hoogte van deze succesvolle ingreep door de Belgische Wetgever, ofwel beschouwt hij BelgiĆ« niet als een “ontwikkeld land”?
Dit alles heeft geen betrekking op het juridische eigendom van het goud, dat afhangt van de institutionele opzet van elke centrale bank ā een punt dat herhaaldelijk door de ECB in haar juridische adviezen is verduidelijkt.
Absolute duidelijkheid omtrent de werkelijke eigendomsrechten over de goudactiva (en ook deviezenreserves) hebben dan wel een zeker belang, maar deze zijn ondergeschikt aan “de institutionele opzet van de centrale bank”. Wanneer deze officiĆ«le externe reserve-activa werden verworven met het vermogen van de centrale bank, en alle financiĆ«le risico’s en resultaten zijn verplicht toe te rekenen tot het eigen vermogen van die centrale bank, en de rechten over die winsten en vermogen zijn statutair bepaald als toekomend aan de aandeelhouders van die centrale bank, dan heeft een gewijzigd eigendomsrecht toch minder belang …?
De Officiƫle
Externe reserve-activa van een lidstaat
van het Internationaal Monetair Fonds.
Enige noodzakelijke duiding.
Enkele Argumenten, standpunten en CONCLUSIES.
Het Italiaanse Parlement zal ongetwijfeld deze derde poging tot wijziging van de eigendoms- en vermogensrechten over de reusachtige goudvoorraad van de Banca d’Italia doorzetten tot het einde. Waar dit einde ook moge liggen, het verloop van de betwisting (en de door alle partijen – en onafhankelijke deskundigen – aangehaalde visies en argumenten) zal ongetwijfeld ook op de Belgische situatie een duidelijker beeld opleveren.

Ter ondersteuning, en enigszins deze argumentering afrondend, de visie en uitspraken van een (bijna 11 jaar) Hoofd Onderzoek bij De Nederlandsche Bank:
DNB mag geen geld aan de inwoners van Nederland geven, want DIE ZIJN GEEN AANDEELHOUDER. Alleen de Nederlandse Staat is dat. Vergelijk het met bijvoorbeeld Philips, dat mag ook niet een fabriek verkopen en de opbrengst aan zo maar iemand geven. De Nederlandsche Bank kan wel goud verkopen en een deel van de winst UITKEREN AAN DE AANDEELHOUDER, de Nederlandse Staat. Zoiets gebeurde in de jaren negentig, toen DNB nog veel meer goud had en een deel verkocht.
RTL Z (van 28 januari 2026), alles zeggende uitspraken:
De Nederlandsche Bank bezit 612.450 kilogram goudactiva. Wat doen ze er mee, wat kunnen en mogen ze er mee doen, en WAT NIET ? Enkele interessante standpunten en uitspraken van een senior portfolio manager bij ABN AMRO, en een hoogleraar economie (maar vooral eerder Hoofd Onderzoek bij De Nederlandsche Bank).
Voor 84 miljard euro aan goudactiva. Maar het geld (belegd in de goudactiva) is van DNB, en niet van de overheid, dus de overheid kan het ook niet uitkeren. DNB is totaal onafhankelijk van de overheid.
DNB mag geen geld aan de inwoners van Nederland geven, want DIE ZIJN GEEN AANDEELHOUDER. Alleen de Nederlandse Staat is dat. Vergelijk het met bijvoorbeeld Philips, dat mag ook niet een fabriek verkopen en de opbrengst aan zo maar iemand geven.
Als een centrale bank goud en deviezen bezit, dan blijft er namelijk vertrouwen dat een munt waarde heeft. Dat zit zo: als een centrale bank, zoals DNB of de ECB, weinig of geen bezittingen heeft, dan kunnen er twijfels ontstaan over hoeveel een munt eigenlijk waard is. Vroeger was er een directe link tussen geld en goud. In theorie kon je met een bankbiljet naar de centrale bank en dat inwisselen voor goud. Nu kan dat niet meer, de waarde van geld is dus gebaseerd op vertrouwen. Het helpt dat er bij de centrale bank tegenover de bankbiljetten die zijn uitgegeven een waarde staat in de vorm van onder meer goud en deviezen.
De Europese Centrale Bank heeft het over een “Agreement on net Financial Assets (ANFA)?

De ANFA-overeenkomst bepaalt de regels en limieten voor aangehouden financiĆ«le activa die verband houden met nationale taken van de NCBās. Deze financiĆ«le activa van de NCBās zijn onder andere de tegenposten van het kapitaal, voorzieningen of andere specifieke passiva van de NCB’s, hun externe reserves en personeelspensioenfondsen, of voor algemene beleggingsdoeleinden aangehouden activa. De ANFA is tot stand gekomen om voor financiĆ«le activa die met nationale, niet-monetairbeleidstaken samenhangen, een totaal nettobedrag als bovengrens vast te stellen, zodanig dat het monetair beleid niet wordt belemmerd.
Zowel aan de actiefzijde als aan de passiefzijde van de balans van een centrale bank zijn er posities die niet rechtstreeks verband houden met het monetair beleid. Het verschil tussen deze twee reeksen posities wordt netto financiƫle activa (NFA) genoemd.
De “officiĆ«le externe reserve-activa” (waaronder de goudactiva) behoren niet tot de balansposten die verband houden met het monetair beleid

Bij de oprichting van de Economische en Monetaire Unie kwamen de regeringen in het Europese verdrag overeen de monetairbeleidstaken naar het Europees niveau over te hevelen. Los van het monetair beleid konden ā en kunnen ā de NCB’s nationale taken uitvoeren. Dit beginsel is verankerd in artikel 14.4 van de statuten van het ESCB en van de ECB.
In de praktijk houden de NCBās momenteel activa aan die geen verband houden met monetair beleid en wisselkoersbeleid, zoals de goudactiva en de externe reserves, beleggingsportefeuilles, .. .Ook de ECB houdt een eigenmiddelenportefeuille aan tegenover haar kapitaal en voorzieningen, evenals een beleggingsportefeuille voor het personeelspensioenfonds.
De NCB’s hielden bovengenoemde beleggingsportefeuilles reeds aan voordat ze tot het Eurosysteem toetraden, en de hiermee behaalde baten dragen bij aan de financiĆ«le inkomsten van de NCB’s.
De goud- en deviezenactiva die een nationale centrale bank tot uiting brengt op het actief van haar balans, houden geen verband met het monetair beleid. De behaalde baten dragen bij aan de financiƫle inkomsten van de nationale centrale bank.


